In de opleiding die ik de afgelopen maanden deed, leerden we dat er woorden zijn die we zouden moeten vermijden, volgens de regels van de organisatie die de opleiding gaf. Het zijn woorden die onschuldig lijken, maar veel impact hebben.
In de toets die we moesten doen om ons certificaat te krijgen, was het zelfs een vraag. ‘Welk van deze termen vermijden we?’.
Ik had gelukkig goed opgelet, dus ik wist het juiste antwoord.
Maar het voelt een beetje plat, zo’n lijstje. Want zouden er echt geen omstandigheden zijn waarbinnen die woorden gebruikt zouden mogen worden om ons doel te bereiken?
En is het niet een beetje radicaal om bepaalde woorden te verbieden?
Ik ben er nog niet uit.
Misschien is het niet zoveel anders dan bij het omgekeerde: afspraken over taal die we wél gebruiken. Dat vinden we best normaal, binnen organisaties. Er zijn altijd afspraken over hoe je dingen noemt. Impliciet of expliciet; jargon of vaktaal; taal die alleen binnen een groep wordt gebruikt.
Bij het Ministerie waar ik werkte was het een soort code. Niet alleen waren er termen die heel normaal werden gevonden, terwijl ze eigenlijk niets zeiden. Als je ze eenmaal leerde, klonk je al snel alsof je wist waar je het over had.
Handig.
Maar er was ook een ongeschreven regel dat je je beleidsstukken – maar vooral je Kamerbrieven – zo ambtelijk mogelijk moest maken door ze vol te stoppen met vaagtaal.
Je zag het gebeuren, met nieuwe, jonge ambtenaren. Ze gingen schrijven alsof ze een jurist uit de jaren 50 waren. Ik heb een lijstje, dat ik al die jaren heb bijgehouden. Leek me leuk. Er staa nwoorden op als ‘alvorens’, ‘doorgaans’, ‘immers’, ‘reeds’, ‘evenwel’ en ‘vooralsnog’. Als je er daar maar genoeg van in stopt, klinkt het al snel als een serieus verhaal.
Zo wordt taal iets waar je je acher kunt verschuilen, terwijl je eigenlijk niets zegt.
Maar het kan nog erger: je kunt woorden gijzelen en vervolgens inzetten als wapen tegen de mensen die ze ooit met goede bedoelingen gebruikten.
Ik moet vaak denken aan het woord woke.
Ik kende het als een woord dat een bepaalde mentaliteit en een bepaalde beweging weergaf. Ik weet niet precies wanneer ik het leerde kennen. Toen ik in de VS woonde, denk ik.
Maar op een dag hoorde ik het in de mond van de politici waar de oorspronkelijke gebruikers zich juist tegen verzetten.
‘Huh?’, dacht ik. ‘Hoor ik dat nou goed?’
Heel even dacht ik dat het aan mij lag. Maar nee. Het was gewoon een briljante strategie.
En als je echt kwaad wilt, ga je woorden inzetten als wapens. Want als je grote groepen mensen of zelfs hele landen – laat staan de wereld – wilt bespelen, is taalgebruik alles.
Dus ik begrijp het wel, die verboden-woorden-lijst.
Taal is alles.
En sommige woorden moet je binnen sommige contexten gewoon niet gebruiken.
PS Over woorden gesproken, de tentoonstelling van Shilpa Gupta in Voorlinden is er nog tot half mei. Als je van het belang en de kracht van woorden en taal houdt, is het een prachtige en verassende tentoonstelling. Zie hier mijn blog daarover.
Reageren?