
Ik was in Parijs de afgelopen week, voor een museumvakantie. Terwijl F. een workaction had, verkende ik musea die soms al jaren op mijn lijstje stonden. 8 Musea om precies te zijn, waarvan ik er eentje twee keer heb bezocht. Noem mij maar kunstliefhebber!
Ik bezocht de meeste musea in mijn eentje, maar d’Orsay hebben we samen bezocht. En Carnavalet.
Behalve musea en heel veel lopen, waren we vooral veel aan het koffie drinken, ontbijten, lunchen en uit eten. En een keertje naar Montmartre.
Ik heb iedere dag verslagen gemaakt, maar ik had even tijd nodig om het allemaal te verwerken dus ik heb ze niet gepubliceerd In plaats daarvan heb ik er een (heel) lang museumvakantieverslag van gemaakt. Als je het niet aandurft, kun je hieronder doorklikken naar wat je het meest interesseert. Ik heb overal kort mijn tips bij gezet en verder vooral mijn indrukken.
Here goes:
- De enige tip die je nodig hebt voor een reisje Parijs
- Maandag zijn musea dicht
- De beroemde foto’s van Henry Cartier-Bresson
- Een insta-waardig museum vol opgezette dieren
- De collectie foto’s waarvan je niet wist dat die bestond
- 300 tekeningen van 120 beroemde kunstenaars
- Moderne kunst plus Otobong Nkanga
- Musée d’Orsay: je moet er ooit geweest zijn
- Al was het maar om die beroemde Van Goghs te zien
- Strike a pose: selfies everywhere
- Impressionsiten vervolgd in l’Orangerie
- Het museum over de geschiedenis van Parijs
- Oh oh Parijs
De enige belangrijke tip voor als je naar Parijs gaat

Er is eigenlijk maar een belangrijke tip voor een paar dagen Parijs: plan, plan en plan again. Boek tickets voor musea en boek restaurants voor het avondeten. I repeat: koop (lang) voordat je in Parijs bent alvast tickets voor musea, boek bezienswaardigheden en reserveer voor restaurants.
Bijna alle musea werken met tijdvakken waarvoor je een ticket boekt. Als je pas tickets gaat kopen en tijden gaat boeken als je er bent, is de kans dat je bij die musea nog terecht kunt heel klein. In sommige gevallen zelfs nihil. Soms heb je mazzel en is er nog iets, maar als je zeker wilt weten dat het lukt moet je vooruit plannen.
Zelfs als er nog wel kaartjes zijn, is het de vraag of er nog plek is op de tijd dat jij wilt gaan. Als je vantevoren boekt, kun je in ieder geval je eigen dag indelen.
Hetzelfde geldt voor restaurants: Parijs is vol en iedereen weet de leuke restaurants te vinden. Tenzij je bereid bent om te wachten tot 21:00, als het soms weer wat rustiger begint te worden. Maar welke Hollander heeft daar zin in?
Als je niet van plannen houdt, zoals *sommige mensen die ik ken en waar ik mee naar Parijs was*, zul je eerst een beetje morren en klagen. Tot je dankzij de planning van je vrouw iedere avond in leuke restaurants eet waarvan je ziet dat ze helemaal vol zitten.
Dubbele bonustip voor als je met meer dan 2 mensen bent, want dan wordt het extra lastig om nog plek te vinden.
‘Nou ik ben vaker in Parijs geweest en dat was nooit een probleem’. Ik hoor het je denken. En je hebt gelijk. Maar dat is nu anders. BOEK TICKETS EN RESTAURANTS! En als het kan, probeer dan direct te gaan als bezienswaardigheden/musea open gaan. Op sommige plekken is het dan al druk en is er zeker een rij, maar in ieder geval ben je voor de massa uit.
Ga niet op maandag
Mijn vakantie begon goed, die maandag. Want vrijwel alle musea in Parijs zijn, net als die in Nederland, gesloten op maandag. Het Louvre is open geloof ik, maar daar hoefde ik niet zo nodig naar toe. Ik zag dat het Natuurhistorisch museum open was, dus daar ging ik heen. Maar ook daar gold (zoals ik nog moest uitvinden) dat je tijdig een kaartje moet reserveren voor een specifieke tijd. En dat had ik niet gedaan.
Voordeel van voor niets naar het Muséum national d’Histoire naturelle afreizen in februari, is dat je door een prachtig park loopt. En zowaar een bloeiende mimosa tegenkomt! Over opstekers gesproken!

Fondation Henry Cartier-Bresson
Dinsdagochtend had ik mijn lesje nog steeds niet geleerd (altijd vantevoren kaartjes kopen voor musea in Parijs!). Maar ik stond voor openingstijd al op de stoep bij de stichting die de nalatenschap van de beroemde (Magnum-) fotograaf Cartier-Bresson en zijn vrouw beheert. Dus was ik op tijd voor een kaartje bij de kassa.
Helaas heeft de fondation geen permanente collectie van zijn werk. Bovendien heeft de stichting tot doel het werk van andere kunstenaars te tonen, dus als je verwacht dat je honderden foto’s van Cartier-Bresson kunt zien, kom je bedrogen uit. De grote ruimtes worden gebruikt voor andere kunstenaars.
Tips voor bezoek Fondation Henry Cartier-Bresson
Tip 1 is dus: koop vantevoren een kaartje voor een specifieke tijd. Tip 2 is: probeer meteen bij de opening te gaan. Het wordt druk, want de zaal beneden – waar ze toen ik er was een tentoonstelling van Cartier-Bresson hadden -is klein en lastig toegankelijk (smalle trap). Voor je het weet, sta je op elkaar gepakt in een kleine ruimte.
In de grote, beter toegankelijke zaal worden kennelijk vaak tentoonstelingen gehouden van hedendaagse kunstenaars. Die hebben alleen niet altijd iets met fotografie te maken. Goed om even te checken of het de moeite waard is.
Indrukken Fondation Henry Cartier-Bresson
Tijdens mijn bezoek was er een selectie foto’s van Cartier-Bresson’s beroemde serie ‘Les Européens’ (de Europeanen) te zien. Hierin legde hij het Europa van na de tweede wereldoorlog vast. Het nieuwe Europa, eigenlijk.
Zelfs als je niet weet wie Cartier-Bresson is, heb je waarschijnlijk wel eens foto’s van hem gezien. In dit artikel zie je er een paar. Hij is de bedenker van ‘het beslissende moment’, het vastleggen van een moment in een setting die samen iets bijzonders zijn.
Wat me het meest is bijgebleven, zijn de foto’s die verwijzen naar de oorlog. Een foto van een veteraan met 1 been, mensen die winkelen in een moderne kledingwinkel terwijl de andere kant van de straat nog in puin ligt, etc. Cartier-Bresson was zelf krijgsgevangene en had daarom slechte herinneringen aan de oorlog en aan Duitsland. In veel foto’s kon je dat terugzien, als je het eenmaal wist.
Verder was dit museum geen topervaring. Het is een beetje ongemakkelijk om met 20-30 andere mensen in zo’n kleine kelderruimte te proberen langs de muren te lopen om de foto’s van dichtbij te zien. Ik begon aan de andere kant dan de andere mensen die net als ik 10 minuten in de rij hadden gestaan voor de ingang van het museum om 11:00. Zo kon ik in relatieve rust kijken. Maar zodra ik bij het (voor mij) einde was, ging ik tegen de nieuwkomersstroom in en werd het lastig.
Er was nog een kleine zaal met foto’s, waaronder werk van zijn vrouw, veel recenter (ik denk dat ze veel jonger was?). Interessant was het zeker, maar niet te vergelijken met het iconische werk van Cartier-Bresson.
De tentoonstelling boven, in de grotere ruimtes, was niet mijn ding. Dus ik was echt snel klaar.
Musée de la Chasse & de la nature

Toen ik een blokje om ging omdat ik te vroeg was voor het museum van Cartier-Bresson, zag ik mensen in de rij staan bij een ander imposant gebouw. Dus toen ik snel klaar was bij Cartier-Bresson, ben ik daar heen gelopen. Het bleek het Musée de la Chasse & de la nature te zijn, het museum van jacht en natuur.
Dit museum is een enorme aanrader voor iedereen die van raar en schurend houdt (ik kan zo wel wat mensen bedenken uit mijn vriendenkring). Al was het maar omdat het erg Instagramwaardig is.
Tips Musée de la Chasse & de la nature
Dit museum is een aanrader voor kinderen. Je moet ze wel weg weten te houden van de opgezette ijsbeer en andere aaibare zaken. Maar het museum lijkt verder heel kindvriendelijk. Ruim ook.
Er is een lift, dus je kunt makkelijk naar boven.
Verder is het museum een soort droom voor Instagram-story-makers, vol met gekke, rare en visueel interessante kamers, hoekjes en spullen.
Indrukken Musée de la Chasse & de la nature
Toen ik er was, was er op de begane grond een tentoonstelling van twee voor mij onbekende kunstenaars, Florentine & Alexandre Lamarche-Ovize. Ze maken illustraties, schilderijen, objecten en andere dingen die een beetje sprookjesachtig aan doen. Op hun website vind je een enorm portfolio. De tentoonstelling ging over een reeks affiches over dieren in het bos, alsof ze een kinderboek illustreerden. Ik vond ze zo leuk dat ik een poster gekocht heb. Vrolijk en sprookjesachtig.
De bulk van de vaste collectie van dit museum (en het huis) komt van een rijke jager en zijn vrouw. Veel van de soorten die zijn neerschoten en opzetten zijn inmiddels bijna (of helemaal) uitgestorven, dus dat geeft alles een raar sfeertje.
Maar de naam ‘natuur’ in de naam van het museum duidt op de ‘natuurbeschermers’ waarvan het stel ook vond dat ze het waren. Het blijft gek dat je jaagt omdat je van natuur houdt, vind ik, maar misschien heb ik het mis. Misschien weer zo’n geval van ‘je moet het in de context van die tijd zien’? Nooit heel bevredigend, maar goed.
Je vindt in de collectie zoals je kunt verwachten heel veel opgezette dieren. Waaronder een opgezette ijsbeer, een opgezette beer, heel veel opgezette bijzondere antilope-achtigen, een buffel, een babyolifantje (awww) en een inmiddels uitgestorven wit zwijn. Maar het bijzondere is vooral de manier waarop de verzameling tentoon wordt gesteld: op een onverwachte en een beetje absurdistische manier.
Het museum is gevestigd in een prachtig gebouw, waar alleen al de stalen kroonluchters (die er uit zien als takken, of geweien) en prachtige trappen en gangen opvallen. Verder ga je van kamer naar kamer, met allemaal een ander dierenthema, en val je van de ene verbazing in de andere. Een zwijnenkamer, een uilenkamer met een plafond van veren, een huis bedekt met zwarte veren, een rariteitenkabinet (eigenlijk is het hele museum een rariteitenkabinet). Een ijsbeer dus. Een kamer met allemaal opgezette dieren en een kinderlijk beschilderd plafond.
Moderne kunst was er ook, in kasten. Zoals deze serie:

Ook waren er pogingen om uit te leggen dat het de mensen die de verzameling aanlegden echt om natuurbeheer te doen was (in veel kamers vind je grote informatieborden, ook in het Engels). Niet alle dieren in de collectie zijn door hen geschoten, ze kochten later ook dieren op uit andere collecties.
Maar ik twijfel. Zoals vaak in dit soort musea was het alsof ik iets miste, een paar puzzelstukken. Je kunt overal borden ophangen met het belang van natuurbeheer, maar tussen al die opgezette dieren blijft het gek.

Maar toch wil ik je niet afschrikken. Je moet het ervaren. Als je geen zin hebt in saaie kunstmusea, is dit je ding! En zowel kinderen als tieners zullen zich er verbazen.
Albert Kahn museum

Omdat F. een zakelijke afspraak had buiten Parijs die lang zou duren, ging ik na de lunch stoutmoedig op weg naar een ander fotografiemuseum waar ik over gehoord had: het Albert Kahn museum.
Tips Albert Kahn museum
Dit museum is een eindje uit de route, met een metrolijn die je helemaal tot het einde moet uitrijden. Gelukkig verder prima. Het museum is direct naast het metrostation.
De tuinen van het museum zijn heel mooi en heel groot, met de mooiste Japanse tuin die ik ooit heb gezien. Dus ik kan me voorstellen dat dit helemaal de moeite waard is op een mooie dag in het voorjaar of de zomer.
De belangrijkste, eerste fotogalerij in het museum is niet toegankelijk: de muur met foto’s is heel hoog en ervoor lopen gedeeltelijk grote treden waar je op kunt gaan staan, maar er was verder niemand).
Maar verderop is een groot interactief gedeelte te vinden waar je via een scherm foto’s kunt selecteren die vervolgens geprojecteerd worden op grote schermen.
Indrukken Albert Kahn museum
Achteraf bleek dat ik totaal niet begrepen had wat voor museum dit eigenlijk was (ik weet ook niet meer waar ik over dit museum had gehoord), maar ik ben blij dat ik gegaan ben.
Albert Kahn was een rijke bankier die besloot dat de wereld beter zou worden als hij heel veel fotografen opdracht zou geven om foto’s te maken van de mensheid, van de wereld zoals hij op dat moment was. Anders dan ik dacht was hij dus niet zelf de fotograaf. Maar dat kreeg ik pas door nadat ik naar honderden foto’s had staan kijken.
Between 1909 and 1931, they collected 72,000 colour photographs and 183,000 meters of film. These form a unique historical record of 50 countries, known as The Archives of the Planet. (bron: Wikipedia)
Als je binnenkomt, zie je een enorme muur met een ongelofelijke hoeveelheid foto’s. Ook als je niet weet dat ze niet van 1 fotograaf zijn, valt al snel op dat ze zo veel verschillende onderwerpen hebben. Landschappen, portretten, documentairefotografie-achtige foto’s .. het is een bijzondere mix. Je ziet de binnenkant van musea die niet meer bestaan, mensen bij Egyptische bouwwerken waar niemand meer bij mag komen, heel veel Franse steden en landschappen, maar eigenlijk komt de hele wereld voorbij. Je ziet mensen uit allerlei landen van de wereld in kleding die daar nu niet meer gedragen wordt.

Bovendien vind je (net als bij Cartier-Bresson) veel foto’s waarop je de gevolgen van de oorlog ziet. Kapotte kerken, ingestortte boerderijen, vooral uit Frankrijk, prachtige, indrukwekkende stillevens. Kennelijk omdat dit doordat het vastleggen van Frankijk in 1914 begon, toen net de oorlog uitbrak.
Ik vond het bijzonder. De foto’s deden eigenlijk heel modern aan, behalve de Franse portretten. En het is heel mooi om dat tijdsbeeld te zien van de wereld en van Europa, met boeren die poseren voor hun boerderijen en ambachtslieden van over de hele wereld.
En de tuin – ook een ‘wereld’-tuin’ – is erg mooi. Een aanrader als je de tijd hebt om een dagdeel te besteden tijdens je city trip.
Le Grand Palais | Drawing outside the lines (collectie Centre Pompidou)

Woensdag was voor mij een hoogtepunt: ik ging naar een tentoonstelling in het Grand Palais (bekend van de Olympische Spelen). Omdat Pompidou tot 2030 verbouwd wordt, zijn er tentoonstellingen op andere plekken gemaakt van de collectie van Pompidou. Waaronder eentje in het Grand Palais (van de Olympische Spelen!) met 300 tekeningen van 120 kunstenaars: Dessins sans limite of ‘drawing outside lines‘.
Tips Grand Palais
Schone toiletten, fijne lockers waarvoor je geen muntje nodig hebt, een garderobe speciaal voor kinderwagens, een ding om je paraplu op slot te zetten, er zijn veel faciliteiten. Het mooie oude gedeelte (staal, glas) is niet open, maar er is wel een prachtig oude koepelzaal met mozaik en lekkere banken. Logisch dat daar massa’s kleine kinderen rondrennen. Er is ook een gedeelte met kinderactiviteiten en nog meer banken en luie stoelen.
Indrukken Grand Palais/Pompidou

De tentoonstelling was helaas niet in dat mooie gedeelte van staal en glas, maar in een andere, moderne vleugel. Maar no matter. Ik vond de tentoonstelling zo mooi dat ik meteen weer een kaartje heb gekocht (dat lukte nog, gelukkig!) en de volgende dag ben teruggegaan. Met een audio guide, dit keer.
Het thema van de tentoonstelling was tekenen. Tekenen met (hele) handen, voeten; tekenen als animaties, als vloeiende lijnen of als rasters. Karikaturen, portretten en tekeningen met tekst. Met houtskool, potlood, krijt of verf. Tekenen!
Als ik verder had gelezen in mijn kunstboek voordat ik hier naartoe ging, had ik veel namen herkend denk ik. Maar ik herkende wel al namen als:
- Mondriaan
- Picasso
- Appel
- Chagal
- Miro
- Kandinsky
- Modigliani
- De Kooning
- Basquiat
De tentoonstelling heeft niet voor niets ’tekenen’ als thema. Tekenen, zeggen de samenstellers, was vroeger vooral iets dat kunstenaars deden om te leren, door stijlen te kopiëren. Of om ander werk zoals schilderijen en beeldhouwwerken voor te bereiden. Maar het werd gaandeweg een eigen medium. Tekenen met potlood, met verf, met papier (collages), met aquarel, met spetters verf. Met houtskool.
De werken waren gegroepeerd naar thema’s als ‘analyse’, ‘howl’ (in de zin dat je met tekenen snel heftige emoties kunt vangen op papier), ‘babbling’ (doodling), identiteit (hoe je met tekenen mensen deconstrueert tot unieke kenmerken) … etc. Dat maakt het een heerlijk technische tentoonstelling – een indeling die je anders deed kijken naar de kunst aan de muur.
Hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik er op uitkwam dat de tentoonstelling misschien net zoveel over de liefde voor papier ging als over tekenen. Er waren kunstenaars die van alles deden met dat papier. Het lieten branden, scheurden, beplakten, er op schreven of er met een potlood maar een paar lijnen op tekenden.
Ik weet niet wat ik het mooiste vond. Een van de kandinskys misschien. Of de coverafbeelding van de tentoonstelling – van ver af een foto, van dichtbij toch geschilderd en getekend. ‘Men in the cities’, heet de serie, van Robert Longo. Het lijken foto’s maar het zijn tekeningen van foto’s waarvoor hij mensen liet poseren alsof ze – net als in de gangsterfilm die hem inspireerde – neergeschoten worden. Terwijl je denkt dat het foto’s zijn, zie je van dichtbij dat het geschilderd en getekend is. Met houtskool. Overweldigend mooi.
Misschien kan iedereen wel tekenen, op zijn/haar eigen manier
Als ik kon tekenen, zou ik het tekenen, mijn impressies van de tentoonstelling. Maar als ik iets heb geleerd van de tentoonstelling, is het dat ‘kunnen tekenen’ heel relatief is.
In een interview (podcast) met Robert Longo, zegt hij ook zoiets:
… when I remember seeing Caravaggio and Rembrandt and all those painters in Europe when I was studying art history, I’m looking at this stuff and going, fuck, there’s no way I’m going to ever be able to paint like these motherfuckers. I mean, this is like fucking insane. It’s like, what do I do? What the fuck do I do? I mean, how do you become an artist?
Nu zou ik Longo’s werk en vaardigheid niet bepaald iets willen noemen dat iedereen kan. Het is ongelofelijk ingenieus, precies en bijzonder. Maar misschien heeft hij gelijk. Misschien hoef je niet te kunnen tekenen om te kunnen tekenen.
De tentoonstelling legt bijvoorbeeld uit dat het mooie van tekenen is dat je het overal kunt doen. Er zijn voorbeelden van mensen die daar een ding van maken: waar ze tekenen (in de metro, lopend, damsend) of hoe (geblinddoekt, of met verfspatten), op wat (op papier dat ze eerst in de rivier hebben gelegd en toen op smeulend gras), wat ze tekenen (alleen mensen in de metro) of in welke gemoedstoestand (vanuit een sanitorium).
Dat is denk ik wat me het meest bij zal blijven. Niet alleen de tekeningen, maar de processen. De methodes.
Een kunstenaar (Robin Rhode) die je in een video ziet rappen in een microfoon die hij op de muur heeft getekend. Zonder geluid. Het is duidelijk een explosief verhaal, maar je hoort het niet. En hij praat tegen de muur, waar steeds meer microfoons verschijnen:

Een kunstenares die iedere dag op hetzelfde tijdstip tekende en er iedere dag precies even lang over doet (Miriam Cahn). De kunstwerken hebben de data als titels.
Een kunstenaar die met zijn ogen dicht zijn handen in koolstof doopte en vanuit een bepaalde taak ging ’tekenen’, waarbij hij zichzelf een bepaalde tijd gaf om het af te maken. Na afloop vergeleek hij de daadwerkelijk verlopen tijd met de tijd die hij zich had voorgenomen. Bij ieder kunstwerk stond hoeveel + of – het was.
Een kunstenaar die geblinkdoekt lijnen tekende vanaf een vast punt. ‘Burst drawing’ heette het kunstwerk (in dit artikel staat een afbeelding). Iedere lijn was zo lang als zijn armen konden reiken.
Er was een kunstenares die eigenlijk choreograaf en danseres was, en besloot op papier te gaan dansen. Ze had potloden in haar handen en houtskool tussen haar tenen. Zo werd het papier – de tekening – een visuele weergave van de dans. Er was een video van haar, waarin je haar bezig zag.
Kortom.
Ik was voor mijn doen lang bezig met deze tentoonstelling. Het is inspirerend om te zien dat kunstenaars hun creativiteit loslaten op papier, op een maniet die niet is wat je denkt bij ’tekenen’. En heel veel ervan was gewoon heel mooi om naar te kijken.
Alles kon extra goed beklijven, omdat ik er een avondje over na kon denken en de volgende dag weer kon gaan, dit keer met nog meer informatie door een podcast te luisteren en de audio guide te gebruiken. (net als ik inmiddels twee keer naar de tentoonstelling over 1913 in Singer Laren ben geweest en drie keer naar de tentoontselling over Jacoba van Heemskerck in het Kunstmuseum. Pure luxe, zoveel tijd hebben)
Musée d’Art Moderne / Otobong Nkanga
Hoewel ik er dus al een hele grote tentoonstelling op had zitten, was F. aan het werk en had ik nog zin om iets anders te doen. Dus in een opwelling kocht ik ook nog een kaartje voor de tentoonstelling van Otobong Nkanga.
Tips Musée d’Art Moderne
Als je op de website van het museum naar ’tickets’ gaat, raak je verstrikt in een aantal betaalde tentoonstellingen bij een aantal verschillende musea. Maar de vaste collectie van het Musée d’Art Moderne is gratis en zonder reservering te bekijken. Dus. Weet jij dat ook weer. Doe er je voordeel mee!
(gratis museum zijn erg druk, viel me op toen ik per ongeluk in het Petit Palais belandde. dus ik zou vroeg gaan, als ik jou was)

Indrukken Otobong Nkanga I dreamt of you in colours
Het werk van Nkanga vond ik zowel begrijpelijk (het is soms vrij letterlijk) als een beetje onbegrijpelijk. Vanochtend – dagen later, dus – ontdekte ik een podcastinterview met Nkanga. Misschien had ik dat eerst moeten luisteren, maar ook achteraf is het leuk om haar te horen praten over haar eigen werk. Daarin is ze veel bezig met de relatie tussen lichaam en land, cultuur en geschiedenis, sociologie, antropologie. Ze studeerde kunst maar ook dans en dat zie je terug in haar werk (van sommige performances waren video’s te zien).
Het mooiste vond ik de 4 enorme tapijten, gemaakt in samenwerking met het Textielmuseum.

Jammer dat je er niet aan mag komen, want je handen willen voelen wat je ogen zien. Ik ben benieuwd hoe ze tot stand zijn gekomen? Hoe gaat dat proces? Hoe maak je zoiets? Hoe weef je al die bollgen, die als gaten in omgekeerd reliéf gevormd zijn? Het is me een raadsel. Nog los van hoe je tot zo’n tekening komt, de kleuren, het idee er van. En hoe langer je er naar kijkt, hoe meer je ziet. Hoe duidelijker de boodschap.
Maar eerlijk is eerlijk, ik kon niet alles goed opnemen en bevatten. Misschien had ik beter een audio guide kunnen nemen.
Indrukken vaste collectie Musée d’Art Moderne
Toen ik uit de tentoonstelling kwam, realiseerde ik me pas dat er een enorme vaste collectie is. Met hypermoderne kunst, waar ik snel voorbij gerend ben omdat ik er niet van begrijp. Maar ook met impressionisten. Of post-impressionisten. En dat is ook na Parijs nog steeds mijn favoriete kunst.
Ik had hier misschien wat langer de tijd voor moeten nemen, want dit museum hangt tjokvol beroemde en bijzondere kunst. Een hele zaal met twee enorme werken van Matisse, onder andere. Inclusief een video van de meester aan het werk aan die kunstwerken. Met zijn hond. Maar ik moet Matisse nog een beetje leren waarderen, denk ik. Mijn hart gaat toch uit naar andere dingen. Dus ik heb daar niet lang doorgebracht.
Ik was te moe om het allemaal op te nemen. Maar toen ik langs de vaste collectie rende, zag ik wel een schilderij dat me meteen aansprak:

Er was iets bijzonder aan dit schilderij. Als je van dichtbij keek, zag je dat de structuur van de verf anders is dan anders, alsof er zand in zit. Als je inzoomt zie je hoe bijzonder de weergave van die witte muur is:

Geen idee waarom juist dit schilderij me zo greep. Maar ik kwam er later achter dat ze in Musée de l’Orangerie een hele zaal vol hebben met Utrillo. En antwoord op mijn vragen. Waarover later meer.
Kortom: ik moet nog een keer terug naar dit museum!
Musée d’Orsay

We hadden avondtickets voor d’Orsay, al weken vantevoren geboekt. Desondanks stond er een lange rij om binnen te komen en was het binnen overweldigend druk. We liepen meteen helemaal naar achter, 4 roltrappen op naar de 5e verdieping waar de beroemde impressionisten hangen – waaronder Van Gogh.
Daar was het nog drukker. Dat maakte het moeilijk om me te te concentreren op de kunst en de schilderijen in me op te nemen. Moeilijk ook om er dichtbij te komen! Hoewel de echte drukte zich vooral richt op de beroemde schilderijen: de waterlelies van Monet en de ’the starry night’ van Van Gogh. Bij andere schilderijen is het een iets rustiger.
Tips
Dit museum is een aanrader als je Van Gogh op je lijstje hebt staan, want die hangt hier met veel beroemde werken. Het zelfde geldt voor veel impressionisten. Er is nog veel en veel meer te zien, maar dat heb ik allemaal overgeslagen.
Het is hier extra belangrijk om (een paar weken vantevoren) te reserveren, want dit is ongelofelijk druk. Zelfs met kaartje is er een lange wachtrij buiten. Misschien is het de moeite waard om te kijken of je een prioriteitsticket kunt krijgen.
Kom je net als ik voor de impressionisten, loop dan meteen recht door de hal, helemaal naar achter, tot je de roltrap ziet.
Als je klaar bent, loop dan via de rechtergang terug, om nog een aantal mooie werken te zien, waaronder beroemde werken van Degas, maar ook nog een Van Gogh. In die gang zag ik kunstwerken die ik uit mijn kunstboek kende, gekke gewaarwording.
Indrukken
Toen ik de zaal met Van Goghs in liep, voelde ik me opeens emotioneel. Raar maar waar. Zulke prachtige werken van een man die er helemaa niet zo veel heeft geschilderd. En zulke beroemde werken ook, die ik alleen van de plaatjes ken. Het overviel me.
Het was verreweg de drukste zaal trouwens, naast de blauwe waterlelies (deze!). Dat was ook echt waanzinnig mooi vond ik, ware het niet dat er zoveel mensen voor stonden dat ik het niet van dichtbij kon bekijken.
Maar Van Gogh! The starry night en het beroemde zelfportret met de blauwe achtergrond waren niet echt van dichtij te bekijken. Maar er was genoeg moois. Het was een mooie aanvulling op de schilderijen van Van Gogh in Nederland. Ik denk dat het met de kleuren te maken heeft. Of met de verhaallijn, die zich meer focust op zijn laatste maanden toen hij in Auvers woonde en absurd veel schilderijen schilderde.
Cezanne … ook mooi. Alles was mooi. Zoveel beroemde kunst bij elkaar is ongelofelijk. Het danseresje van Degas zag ik in de verte, toen we zo snel mogelijk weer weg wilden. Het was gewoon heel druk en dat maakte dat we niet zo graag wilden blijven hanrondhangen om alles te bekijken.
Ik zag nog wel dit schilderij dat ik prachtig vond:

Het is van Gustave Caillebotte (niet dat ik weet wie dat is). Je kunt het misschien niet zo goed zien, maar er hangt een soort paars-grijzige waas over de daken. Alsof de rook die uit de schoorstenenen komt voor een waas over de sneeuw zorgt. Zelfs toen ik van heel dichtbij keek, kon ik niet ontdekken hoe hij dat nou gedaan had. Erg gaaf. Volgens het informatiebordje zocht hij altijd naar nieuwe perspectieven door vanaf balkons etc te schilderen.
(En W. had gelijk: ik heb een voorliefde voor sneeuwlandschappen. Geen idee waarom! Rare voorliefde voor wit geschilderde vlakken?)
Van Gogh in Parijs

Toch had het iets geks, Van Gogh in Parijs. Hij werd opvallend vaak niet genoemd op plekken waar je dat wel zou verwachten. Misschien omdat er in Parijs eigenlijk niet zo heel veel werken van hem te vinden zijn?
(dat komt omdat de weduwe van zijn broer Theo zijn werk maar mondjesmaat verkocht; verreweg het meeste werk in de stichting van de familie is gebleven en de een-na-grootste collectie ter wereld in het Kröller-Möller te vinden is. Veel van het werk in Musée d’Orsay komt uit de collectie van Van Gogh’s dokter in Auvers die het meeste daarvan kennelijk van Van Gogh kreeg en vlak na zijn dood nog wat werk kocht van Theo van Gogh. Ik kende dit verhaal niet, moet ik eens opzoeken.)
Laat het maar aan de Fransen over om Van Gogh te claimen als iets typisch Frans en hem als een van de grootste publiekstrekkers van Musée d’Orsay te hebben, maar hem verder met geen woord te noemen bij de overzichten van zijn tijdgenoten. Opvallend vond ik dat, want Cezanne, Van Gogh en Gauguin worden gezien als de mensen die als ‘post-impressionisten’ aan de basis stonden van alles wat in de 20e eeuw aan kunsstromingen volgde. En Cezanne en Van Gogh woonden precies op dezelfde plekken en kenden elkaars werk, al hebben ze elkaar naar het schijnt nauwelijks in het echt ontmoet. In Musée de l’Orangerie wordt ook met geen woord over Van Gogh gerept, terwijl Cezanne daar een grote plek inneemt.
(Gauguin zag ik ook nergens. Geen idee waarom! Volgend raadsel)
In Montmartre liepen we langs een hele serie informatieborden over Van Gogh (zie hierboven). Dus daar mocht hij dan weer wel geclaimd worden.
Strike a pose


Wat het bezoek aan de beroemde musea (zoals d’Orsay en de l’Orangerie) een extra dimensie geeft, zijn de mensen die er foto’s maken.
Hoe beroemder de kunst, hoe meer mensen staan te poseren met en voor die wereldberoemde beelden en schilderijen. Ze staan er met hun rug naar toe en draaien zich niet om om het schilderij te bekijken. Ze staan voor de bordjes die je probeert te lezen. Ze staan voor de schilderijen naast beroemde werken, op zoek naar de juiste hoek en pose om zowel zichzelf als het schilderij op de foto te krijgen. Soms nemen mensen selfies, vaker poseren ze voor foto’s die door anderen worden genomen.
Bij de grote zaal met waterlelies stond een man te poseren met 1 been een beetje omhoog. Later realiseerde ik me pas dat hij deed alsof hij de vijver indook. Hij zag er uit alsof hij die pose al veel vaker had aangenomen. Hij was een geoefend model: hij kwam binnen met zijn vrouw, liep naar het doek, ging in de pose staan, hield die een paar seconden vast, en hup, weer door.
Er waren ook mensen die net als ik foto’s van de kunstwerken maakten, maar dan met speciale camera’s en in sneltreinvaart. Ik ben er nog niet achter of het GoPro’s met ’the handle’ waren of deze Ozmo pockets, maar overal kwam je ze tegen. Ze houden die camera’s heel dichtbij het schilderij, kijken naar het schermpje, drukken op de knop, en weg zijn ze weer naar het volgende schilderij. Fascinerend gegeven, want ze zien het schilderij alleen heel even via dat kleine schempje van een paar centimer.
Het is makkelijk om er over te oordelen. Helemaal als je niet meer op instagram zit, zoals ik, want als ik nog op Instagram zat zou ik zelf ook story na story hebben gemaakt. Alleen denk ik met wat minder selfies.
Misschien is ‘selfie bij kunstwerk x’ op zichzelf een moderne kunstvorm?
Of is het een absurde en ietwat respectloze manier om met kunst om te gaan?
Wie zal het zeggen??
Musée de l’Orangerie

Omdat ik maar geen genoeg kan krijgen van de impressionisten en vastbesloten was om er zoveel mogelijk van mee te pakken, had ik een ticket geboekt voor Musée de l’Orangerie. Het stond eigenlijk voor dinsdag op mijn lijstje, maar maandag kon ik pas voor donderdagochtend boeken.
Tips Musée de l’Orangerie
Het is er DRUK. Ook hier reserveer je een tijd. Boek van tevoren en boek lang vantevoren als je in of rond een schoolvakantie gaat – dat wil zeggen, voordat je in Parijs bent. Ik zou een ticket boeken voor de vroegste tijd, zodra het open gaat.
Dit museum heeft twee grote onderdelen (los van tentoonstellingen, die er niet waren toen ik er was): de grote zalen met Monet’s waterlelies en de Walter-Guillaume-collectie vol Picassos, Renoirs, Cezannes en Modiglianis (en meer). Vooral de waterlelies zijn erg populair.
Indrukken Musée de l’Orangerie
Ik had geen idee dat er speciale zalen waren ontworpen in overleg met Monet voor zijn enorme waterlelieschilderijen. Maar daar kom je al snel achter, als je in dit museum bent. Ik denk niet dat Monet had kunnen vermoeden dat die twee zalen het toneel zouden worden van een eindeloze stroom selfies-nemende toeristen.
In de audioguide vertellen ze dat er in 1927, toen de zalen openden, een jaar na Monet’s dood, helemaal geen belangstelling was voor die werken. En dat ze er zelfs wel eens tentoonstellingen hebben gehouden waarbij ze Monet’s werk verborgen.
Misschien kun je dus als kunstenaar alleen maar blij zijn met zoveel aandacht?
Of zou je als kunstenaar willen dat mensen zich wat meer verdiepten in je werk en er wat meer over nadachten?
Ik weet het niet. Ik vond de waterleliezalen sowieso lang niet zo interessant als de verzameling beneden. En ook niet zo mooi als het prachtige waterlelieschilderij uit Musée d’Orsay, ook al was het te druk om het goed te kunnen bekijken.
Ik was vooral blij dat de mensen die voor de waterlelies kwamen weinig interesse leken te hebben in de verzameling op de andere verdieping.
Want het was een absoluut genot om beroemde Cezannes van dichtbij te kunnen zien, net als de dag daarvoor. Het was ongelofelijk mooi. Als je er met je neus bovenop staat, zie je pas goed hoe Cezanne rare perspectieven en niet-kloppende lijnen gebruikt. En hoe al die appels rood of geel lijken, tot je er bovenop staat met je neus en er ook blauw in blijkt te zitten..
Hetzelfde geldt voor Picasso’s: heel gaaf om ze in het echt te zien. Ik weet nooit helemaal of ik Picasso’s werk nou mooi vind. Maar omdat je hier heel duidelijk een ontwikkeling ziet is het toch indrukwekkend. En omdat ze in het museum allemaal leuke extra informatie hebben over hem. Althans als je de audioguide erbij hebt!
Toch voelt het ook hiereen beetje gek dat nergens over Van Gogh wordt gesproken. Van Gogh was voor het vroege werk van Picasso een van de grootste inspiratiebronnen. En als je zoals in dit museum zoveel aandacht besteedt aan de ontwikkeling van Picasso, zou je verwachten dat je die inspiratiebron noemt. Maar ook hier gebeurt dat niet. Misschien omdat ze geen Van Goghs hebben?
Een nieuw hoogtepunt voor mij was de zaal vol Utrillos. Al was het maar omdat er precies zo’n schilderij hing als in het museum voor moderne kunst. En het bordje het antwoord gaf op de vraag waarom die verf zo dik is:
His career peaked in the years 1910-19/2 to 19/4, with his “white period” characterised by white impasto applied with a palette knife and sometimes mixed with the plaster produced on the Butte Montmartre at the time, which he combined with subtle shades of grey paint. (bordje bij Utrillozaal, Musée de l’Orangerie)
Weer wat geleerd (je kunt verf mixen met andere materialen) en bevestigd (ik vind grote witte vlakken en witte gebouwen een mooi onderwerp).
Ongegeneerd ongenuanceerd

Wat een beetje schuurt in dit museum is dat er weinig context wordt gegeven bij de liefde voor ‘primitieve’ kunst die o.a. Picasso zo beïnvloedde.
In l’Orangerie wordt de verzamerlaar en kunsthandelaar wiens collectie er getoond wordt opgehemeld als een van de eersten die ging handelen in ‘Afrikaanse’ ‘primitieve’ kunst. Maar nergens staat hoe hij er aan kwam, van wie hij het kocht, en waarom we niet weten wie de makers waren.
Het woord ‘primitivisme’ (zie het bordje op bovenstaande foto) is op zichzelf al een beetje problematisch. Je kunt zeggen dat het in de context van die tijd gezien moet worden. Of dat mensen als Picasso juist bewonderaar waren. Allemaal waar.
Maar waarom staat dan bij de houten beelden wel het land vermeld en het doel waarvoor de beelden of maskers diende, maar staat nergens een opmerking over het feit dat we niet meer weten wie het gemaakt heeft?
Het is toch gek dat miljoenen mensen naar die plek komen om Picasso’s werk te zien, geïnspireerd op Afrikaanse kunst, maar niemand weet wie de makers zijn die hem en anderen zo inspireerden.
Bij sommige Afrikaanse voorwerpen staat trots dat ze bevestigd werden aan de manden met overblijfselen van voorouders. Maar waarom ze dan nu in dat museum hangen – en dat dat een beetje gek is, als ze zo belangrijk waren voor nabestaanden – staat nergens uitgelegd.
Wat ik goed vind in het Rijksmuseum en het Mauritshuis is die continue verwijzing naar een koloniaal verleden waarmee deze musea proberen om te gaan met dat verleden. Ze laten zien dat ze zich bewust zijn van de complexiteit van al die kunst. Van het feit dat we nu anders kijken naar sommige aspecten. Van het feit dat herkomst er toe doet.
Ik geloof dat ik van de week in een van die Parijse musea een keer een uitleg zag over ‘primitieve’ kunst, waar het museum probeerde aan te geven dat de kunstvoorwerpen uit Afrika en Oceanie’ zo bestempeld werden en dat dat natuurlijk onterecht was. Maar in de l’Orangerie vond ik dat nergens. Misschien heb ik het gemist. Maar het voelde meer als ongegeneerde trots.
Sowieso kwam, terwijil ik onderdeel werd van de massa’s aan toeristen in deze musea, af en toe de vraag in me op waarom we met zijn allen zo gefocust zijn op Europese kunst. En waarom we in de VS en Europa zo weinig weten over de ontwikkelingen op andere contintenten. Ik zie ons als Europeanen niet met honderdduizenden – miljoenen? – afreizen naar andere contintenten om selfies te maken in musea. Ik zou niet eens weten waar ik naar toe moest. Gek dat we dat zo normaal vinden. Iets om eens over na te denken.
(in mijn boek las ik later, op de terugweg naar huis, meer over dit ‘primitivisme’. blijft ongemakkelijk, net als het argument dat je het moet zien als iets dat onderdeel is van een tijdsbeeld)
Musée Carnavalet

Dit museum over de geschiedenis van Parijs stond op onze itenerary voor vrijdag, maar toen was ik te moe om nog te gaan. Daarom hebben we dit museum in 45 minuten op de zaterdagochtend, vlak voor we terug naar huis gingen, nog bezocht. En dat zul je altijd zien: hadden we maar langer de tijd gehad!
Tips Musée Carnavalet
Dit museum is gratis en je hoeft geen tijd te boeken. Dat betekent ook dat het snel druk wordt. Toen we direct bij de opening om 10:00 aankwamen op zaterdagochtend, viel het mee, maar toen we 45 minuten later naar buiten liepen moesten we al grote groepen mensen ontwijken.
Dit museum heeft voor ieder wat wils: van gebruiksvoorwerpen tot meubels en ‘period rooms’, van interactieve kaarten tot zalen over de prehistorie en de ‘eerste Parijzenaren’. Ook leuk voor kinderen en verveelde tieners. Niet dat wij die bij ons hadden!
Indrukken Musée Carnavalet
Het begon meteen goed, met een paar zalen met oude uithangborden. Van enorme scharen tot een kreeg en een vork: erg grappig om dit soort voorwerpen bij elkaar te zien in een prachtige zaal.
Net als veel andere musea is dit museum gevestigd in een enorm 18e-eeuws pand. Dat maakt het extra leuk om er doorheen te lopen.
F. vond de zalen over de eerste bewoners (10.000 jaar geleden?) leuk, ik vond de interactieve kaart leuk waar je kon zien in welke eeuw beroemde gebouwen waren gebouwd die nog overeind staan. En terwijl F. zich verdiepte in wat er 2000 jaar geleden in Parijs gebeurde, las ik over de Zonnekoning die niet zo zonnig was voor de 40.000 daklozen die hij liet opsluiten omdat ze het gezicht van Parijs verpesten.
Dat het niet zo goed afliep met het Konigshuis, was ook goed zichtbaar, zoals bij de overblijfselen van een groot standbeeld:

Ik vond het ook erg gaaf om de ‘period rooms’ te zien, kamer na kamer ingericht met spullen uit een bepaalde tijd of van een bepaalde familie, inclusief de houten lambrizeringen, opnieuw geschilderd in de kleuren van die tijd.
En ik bedoel, wat, de stoel van Voltaire?? Met er aan vastgemaakt een leesplank en een schrijfplank? Hoe verzin je het!

We hebben de tweede verdieping met iets modernere spullen niet meer bereikt vanwege tijdgebrek, maar ik had wel wat langer de tijd willen hebben in dit museum. Grappig die mix van gebruiksvoorwerpen, meubels, achtergrond, geschiedenis en verhalen. Hier kun je je kinderen en je niet-kunst-liefhebbende partner wel blij mee maken.
(plus ik zag dat er in de prachtige klassieke tuin een bar was met een espressoapparaat … daar had ik wel even gebruik van willen maken!)
Indrukken van Parijs



Ahhhh Parijs. Ik weet niet of ik er zou kunnen wonen (als dat al een optie was). De druk om er bij te horen zou me te veel zijn. Alle mannen van onder de 25 in het Parijse uniform van wijde zwarte broeken met grote zwarte schoenen; alle werkende vrouwen van boven de 30 mega-slank met prachtige lange wollen jassen, elegante tassen en semi-nonchalante haren … het verplichte roken buiten op terrassen en voor kantoorgebouwen … ik zou er niet tussen passen.
Maar wanneer je je ongeneerd als toerist mag gedragen, je best doet om een woordje Frans te spreken en je gewoon je hoodie en je sneakers aan mag, is het er heerlijk. Vooral als je van jezelf niet naar het Louvre en de Eiffeltoren hoeft, maar dagen-en urenlang kunt rondwandelen, koffie drinken, lunchen, borrelen, dineren en mensen kijken. Het helpt ook als je net als wij een week lang in een airbnb zit in een hippe wijk, zodat je het dagelijkse reilen en zeilen van de Fransen een beetje kunt gadeslaan.
(ik heb niet geshopt in Parijs, toch wel de favoriete toeristische bezigheid, leek het. Ik heb wel ooit een hele tour langs woonwinkels gemaakt in het kielzog van een vriendin, waarvan ik er eentje dit keer weer heb bezocht: Merci).
Ik zou rustig nog 6 dagen kunnen gaan en mijn dagen vullen met nog meer tentoonstellingen en musea, denk ik. Maar ik heb alweer een musealijstje klaar liggen voor Nederland. De wereld zit vol met moois … daarvoor hoef je gelukkig niet naar Parijs!
- Hoopvol blijven en doen wat je kunt is de manier vooruit - 4 maart 2026
- Waarom ik grote AI-bedrijven niet vertrouw - 3 maart 2026
- Brutalen hebben de halve wereld op LinkedIn – en wat zij kunnen, kun jij ook - 2 maart 2026
Reageren?