
Jaren geleden, toen we net naar de VS waren verhuisd, kreeg ik een coach aangeboden via F’s werk. Ik had mijn vorige bedrijf, dat ik in Hongarije had opgericht, opgedoekt en wilde weer aan het werk. Maar ik wist niet hoe of wat.
Ik kon gewoon mijn draai niet vinden, met twee kleine kinderen van 1 en 3, F. de hele dag aan het werk en een plek waar ik letterlijk niemand kende: niet 1 iemand. In heel de VS niet, zelfs. Ik zat in een raar niemandsland tussen ergens vandaan en ergens naartoe. Tussen ergens thuis gehoord hebben en ergens thuis gaan horen.
Als expartpartner ben je bezig met het regelen van een huis, een school en opvang voor je kinderen als je die hebt, verzekeringen, papieren, dokters vinden, uitvogelen hoe en waar je boodschappen moet doen en het zorgen voor sociale contacten.
Al die dingen vragen veel. En vooral dat laatste is niet makkelijk. Niet voor niets zijnde best scorende artikelen op mijn website die over nieuwe vrienden maken. Voor je het weet slaat de eenzaamheid toe, ook al omdat je een enorm tijdsverschil hebt met Nederland.
De coach die ik kreeg toegewezen, Tom, was om meerdere redenen insprirend. Hij was een erg succesvolle ondernemer die een formule had waarmee hij zoveel mogelijk klanten kon bedienen. Maar belangrijker: hij was een erg goede coach.
Wat zou je kunnen doen?
“Wat,” zei hij tegen mij, “zou je kunnen doen?”
Hij bedoelde: wat zijn nou dingen die je leuk zou vinden om te doen, om als eerste stappen te zetten in een nieuwe omgeving? Wat kun je ondernemen om werk te vinden of om sociale contacten op te doen? Wat zijn dingen die je bent tegengekomen?
“Nou …”, begon ik. Het punt was dat er al best wel wat ideetjes door mijn hoofd waren gegaan.
Zo had ik gezien dat de eigenaresse van de koffietent waar ik iedere dag kwam met de kinderen, een e-maillijst was begonnen. Ik had de indruk dat ze best hulp kon gebruiken bij haar emailmarketing. Bovendien had ze geen Facebook, terwijl iedere kleine ondernemer in de VS in die tijd op Facebook ging. Dus misschien wilde ze daar ook hulp bij.
Met een beetje aanmoediging van Tom stelde ik haar voor om haar te helpen, tegen betaling in koffie, soep en broodjes (en chocomelk). Het leidde er uiteindelijk toe dat ik een van de eersten in Nederland (nou ja, niet IN Nederland, maar UIT Nederland) was die ervaring had met Facebookpagina’s voor bedrijven. En dat leidde weer tot een van de best bezochte artikelen van het blog waar ik daarna voor ging schrijven en werken, met jarenlang een toppositie.
Het kan ook zijn dat hij mij het zetje gaf om twitterchat #blogpraat te starten, maar dat weet ik niet meer zeker. Het was ook iets waar ik al een tijdje over nadacht en rond die tijd mee begon. The rest, as they say, is history (en de website van #blogpraat is inmiddels onderdeel van het digitale archief van de KB!).
Een ander idee dat ik had was om me aan te sluiten bij de vrijwilligers die een ‘red de bibliotheek’-groep waren begonnen. Daar had ik iets over gezien op het prikbord in de lokale bibliotheek (een van mijn andere hangouts). Een echte grassroots-organisatie. Ze konden vast iemand met mijn online-, blog en marketingskills gebruiken, dacht ik.
Ook daarvan spoorde Tom me aan om het gewoon te doen. En ook dat deed ik. Het leidde tot een vriendschap die ik tot op de dag van vandaag heb, heel veel sociale contacten in de buurt en een gevoel van betrokkenheid bij onze nieuwe buurt. Het veranderde ons leven.
Allemaal dingen die ik had kunnen doen en misschien ook wel ooit was gaan doen. Maar ik had Tom’s zetje nodig om ze voor mezelf te formuleren en actie te kunnen ondernemen.
Tussentijd
Ik bevind me zoals veel van jullie weten inmiddels weer in zo’n liminale fase: de tussentoestand tussen twee fases, waarin je noch in de ene noch in de andere fase bent (dank Claude). Ik zit tussen het een en het ander. Op alle niveaus, eigenlijk. Werk, leeftijd, lichaam, ouderschap, kindschap.
Het woord midlife neemt een hele nieuwe betekenis aan als je er midden in zit.
Het is overweldigend en onrustig en verdrietig en verwarrend. Maar, bedacht ik vandaag, het zou ook positief kunnen zijn. Een liminale fase biedt ook ruimte.
Dus dacht ik vandaag: wat als ik mijn eigen coach speel? Wat als ik mezelf de vraag stel die Tom me destijds stelde: wat zou je kunnen doen?
Ik wist meteen een paar dingen.
Want er zijn kennelijk best veel dingen waar ik wel eens over nadenk maar die ik niet doe. Vooral omdat ik nooit tijd had en mijn werk me totaal opslokte. Dingen die me leuk, leerzaam of interessant lijken. Dingen waar ik van ik denk: ‘ooit ga ik …’. Dingen waarvan ik denk ‘Het moet toch gaaf zijn om …’.
Ik ben daarom vandaag, op weg naar de bakker, begonnen om een lijstje te maken. En dat lijstje wordt alsmaar groter.
Op mijn lijst staan dingen als:
- Koffie drinken met alle zakelijke relaties die me daarvoor benaderden de afgelopen jaren maar waar ik niet aan toe kwam;
- En met een paar niet-zakelijke contacten (ha!);
- Een nieuw boek (twee onderwerpen in mijn hoofd); en
- Een writer’s retreat om ermee te starten;
- Een fellowship om onderzoek te doen naar een aantal onderwerpen die me bezig houden;
- Het lezen van de enorme hoeveelheid papers over mijn vakgebied die ik alsmaar opsla maar waar ik nooit tijd voor had (deze staat op de eerste plek momenteel, ben al begonnen);
- Een inhoudelijke opleiding;
- Me verdiepen in de theorie over systemen en organisaties (wat is het? hoe werkt het? deze ex-zzp’er snapt het allemaal nog niet helemaal);
- Dat congres waar ik zo graag naar toe wil;
- Etc. etc.
Lijstjes zijn fijn, want voor ieder item op de lijst kan ik bedenken hoe ik het moet doen. Of ik vraag het mijn nieuwe vriend Claude. Die heeft zo een stappenplannetje voor me.
Dat is vandaag dan ook mijn vraag aan jou: ‘Wat zou je kunnen gaan doen?‘
Wat zou je gaaf lijken om te doen? Wat zou je willen doen maar heb je nooit serieus overwogen? Wat zie je anderen doen waarvan je soms diep van binnen denkt: dat zou ik ook wel willen doen?
Wie weet kunnen we elkaar een beetje inspireren…
* Terwijl ik deze titel typte realiseerde ik me opeens dat ik, vlak voordat mijn huidige baan op mijn pad kwam en niet geheel toevallig precies op mijn 47e verjaardag een boek heb gekocht dat hier over gaat. De Tweede Berg, heet het, ondertitel: de zoektocht naar een zinvol leven. Nooit verder gekomen dan de eerste pagina’s (die vooral over de auteur zelf en zijn succes gingen). Misschien tijd om het open te slaan.
115/1000
Mijn zoontje heeft een nieuw paspoort nodig.
Iemand vroeg me een tijdje geleden of ik mensen nou nog aan zou raden om naar Istanboel te gaan, op vakantie. Het was een gesprek met een aantal mensen, tijdens de lunch.
Er zat iemand bij het belachelijk vond. Ze werd een beetje boos. “Wat een onzin”, zei ze. “We laten ons door angst regeren!”
Ik zei: “Er zijn vrijwel wekelijks incidenten in de Istanboel. Er zijn de afgelopen 12 maanden meerdere bomaanslagen geweest. De Amerikaanse ambassade waarschuwde onlangs Amerikaanse burgers dat ze indicaties hebben dat buitenlanders mogelijk een target kunnen zijn. Restaurants, ook die waar vooral Turken kwamen, blijven leeg. Straten ook. Mensen zijn gewoon voorzichtiger geworden.”
Het is een stuk moeilijker om dapper te zijn als je op Twitter plaatjes ziet van opgeblazen stukken straat, stukken straat waar je wekelijks kwam. Waar je echtgenoot iedere dag twee keer langs reed. Waarvan je weet hoe druk ze zijn. Hoeveel families er in het weekend langswandelen en hoe het drukke verkeer zich er dag en nacht langsperst.
Of je vroegere buren. Of de oud-collega’s van je man. Of iemand van de school van je kinderen. Of de mensen van de winkel op de hoek.
Istanboel is als plek voorgoed verankerd in mijn hart. Ik was er niet zo gelukkig, maar dat had weinig met Istanboel te maken en alles met mezelf. En ik vind het superlaf van mezelf, dat ik blij ben dat ik er niet meer woon.
Het was ongeveer 20-25 minuten lopen vanaf mijn huis, tot je aan de Bosporus stond. Letterlijk aan het water, in het haventje van Ortaköy. Naast de beroemde, gerenoveerde moskee (volgens sommige mensen de mooiste van Istanboel), met links van je de beroemde brug, met aan je voeten het geklots van die beroemde doorgang tussen Oost en West.
Onder de brug door. De brug die nu hernoemd is. Waar dag en nacht, 24/7, het verkeer overheen ging in slakkengang want het was er altijd file. ALTIJD.
Langs het köfte-restaurant dat tevens een dealership van dure auto’s was en waar ik nooit binnen ben geweest. Langs – op rechts – het vage koffiebarretje annex tweedehands tuinmaterialenwinkeltje waar je op de binnenplaats oude badkuipen en beelden en andere gave dingen kon vinden. Ik heb er nooit iets gekocht maar het was een soort van avontuur om er rond te lopen.
Langs het pleintje met de moskee en de oude mannetjes en het theehuis en het lunchrestaurantje en de vele zwerfkatten en zwerfhonden die er rondhingen. Met de seizoenen veranderde de samenstelling katten, kwamen er weer kleintjes. Er werd goed voor ze gezorgd, voor die katten en honden, al waren ze van niemand.
Links opeens een eeuwenoude kerk (of was het een synagoge?), verscholen achter hoge muren, met alleen wat oude letters in de poort die er op duiden dat het vroeger een mix van religies was in deze buurt.
En dan stond je in het oude centrumpje van Ortaköy, waar je in het weekend met name de locals tegenkwam, rondlopend, shoppend, ijsjesetend. En heel veel toeristen die de moeite hadden genomen om wat verder te kijken dan de Oude Stad.
Of de bankjes aan het water, waar de jongens en ik wel eens zaten te kijken. Waar J ooit zag dat hij een dolfijn zag en ik zei dat hij zich vergiste maar hij gelijk bleek te hebben! Heb ze later nog wel eens gezien, 