
Ik wist helemaal niet dat seringen snijbloemen waren. Maar in de historische tuin van Aalsmeer kocht ik gisteren een enorme bos roze seringen*. En daarna leerde ik alles over seringen ‘voor’ trekken, stijlenkassen en de Barnumkas.
Als je dit leest tijdens het Paasweekend, heb je geluk, want dan kun je maandagochtend nog even de laatste dag van het Seringenweekend meepakken bij het museum de Historische Tuin in Aalsmeer. Ik heb een enorme liefde voor openluchtmusea en ambachten en dat betekent dat ik gisteren gelukzalig glimlachend rond heb gelopen. En naar huis ging met een waanzinnige bos seringen.
Omdat ik iemand ken die in Aalsmeer woont, wist ik al van de ‘seringeneilanden’, waar vroeger seringen verbouwd werden. Maar wat ik niet wist, is dat die planten met kluit en al naar binnen werden gehaald in de winter. En in verwarmde kassen werden ‘voor getrokken’, zodat ze vroeg in bloei gingen en je ze als snijbloem kon gebruiken. In de Historische Tuin Aalsmeer kun je het stookhok nog zien, met de verwarmingsketel. En het cokeshok. En de oude ijzeren potkachels, om de kassen te verwarmen.
Ik was al vaker in de historische tuin geweest, omdat *iemand* er enorme fan van is. En omdat een heerlijk restautant direct naast ligt met een serre voor de winter, een terras aan het water in de zomer en de ideale lunchkaart.
De Historische Tuin Aalsmeer

De Historische Tuin in Aalsmeer is een voormalig tuinbouwbedrijf. Het ligt in het centrum, op een van die typische langgerekte percelen met water aan beide kanten. Handig voor de tuinbouw, want dat betekende dat zowel de planten als de cokes die nodig waren voor al die verwarmingsinstallaties met de boot konden worden vervoerd.
Het leuke van gisteren was dat je er 1) bossen seringen kon kopen, als je althans vroeg was, want ze vlogen de winkel uit; en 2) dat er gisteren heel veel vrijwilligers waren, zodat je o.a. iemand seringen kon zien enten.
Omdat ik laatst een appelboomsnoeicursus heb gevolgd – echt! – heb ik al wat meer geleerd over enten. Maar om er met je neus bovenop te staan is toch andere koek. En net als bij het snoeien is het iets waar je ervaring mee moet opdoen. Niet alleen de handeling zelf, die simpel genoeg lijkt. Maar de uitwerking van die handeling. Bij de snoeicursus leerde ik al dat alleen mensen die duizenden bomen hebben gesnoeid precies weten wat er gaat gebeuren als je bepaalde takken weghaalt. Zo is het ook met enten.

A. en ik hebben heel lang staan kijken hoe de tuinder (die met pensioen is inmiddels) plant na plant afsneed, insneed, een takje van een andere soort pakte en insneed en er in schoof, vastbond en afsmeerde tegen uitdroging. Met een heel oud snijmesje dat hij sleep op een paar slijpstenen. En een klein gascomfoortje waarop de mix van hars en schapevet bubbelde. Ik bedoel: pure romantiek.
De romantiek van het verleden
Het was totaal niet zo romantisch om seringenkweker te zijn, ontdekte ik. De meneer die aan het enten was had, vertelde hij, vanaf zijn veertigste al last van zijn heupen. Hij stond verhalen uit te wisselen met iemand anders van het museum, ook voormalig seringenkweker. Het gesjouw met die kluitplanten gaat je niet in de koude kleren zitten (in het museum kun je de karren en zelfs de slee zien die seringenkwekers gebruikten). Jaar na jaar stoppen er seringenbedrijven in Aalsmeer, zodat er inmiddels nog maar 8 over zijn.
In de historische tuin hebben ze 170 soorten. Die ze dus in stand houden door ze te enten. Zodat ze, als er in het ‘seringenpark’ in de buurt een sering kapot gaat, altijd weer een nieuwe hebben van de zelfde soort.
Maar het museum heeft veel meer dan seringen, waaronder heel veel bijzondere rozensoorten. De kassen kwamen er, zodat het mogelijk werd om in het najaar en voorjaar snijbloemen te kunnen leveren in nabijgelegen Amsterdam.
Dat is misschien ook waarom eht zo bijzonder is, dit museum.. Omdat het over planten gaat, uiteraard. Omdat je er zo mooi kunt fotograferen, ook (ik heb er in de zomer ook prachtige rozen gefotografeerd). Vanwege het water dat in Aalsmeer overal is. Maar het vooral omdat de geschiedenis zo tastbaar maakt. Een geschiedenis die nog steeds door gaat – niet voor niets is Aalsmeer wereldwijd bekend als bloemenstad.
Hoewel het leven niet bepaald makkelijk was vroeger, zeker niet voor tuinders, heeft het toch iets bijzonders om te zien hoe mensen leefden en werkten. Hoe de wereld er uit zag. Niet de geromantiseerde wereld, of de wereld die we zien in kunst. De echte wereld, waarin echte mensen woonden, leefden en werkten. De mensen, levens en het werk waar we nog iedere dag op voortbouwen.
We lijken soms te denken dat de wereld van nu er opeens is, en dat die onveranderlijk is. Maar dat is natuurlijk niet zo. Dat zie je goed, als je in zo’n soort museum bent.
Mijn favoriete museum toen ik in Hongarije woonde, was het openluchtmuseum. In Zweden was ik vorig jaar naar een klein openluchtmuseum in Umea. Ik ben ook naar een prachtig openluchtmuseum in de buurt van Boden geweest, in de buurt van de poolcirkel. En ik vind het openluchtmuseum in Arnhem fantastisch. Dus de historische tuin in Aalsmeer staat ook hoog op de lijst van favorieten.

Maar seringen, die heb je alleen dit weekend. Dus allemaal naar Aalsmeer morgen! Met of zonder kinderen (en speurtocht en kleurplaat). Vanaf begin april is het museum de hele week en ieder weekend open, dinsdag tot en met zondag. Check vooral de agenda, ik zag bijvoorbeeld een geraniumweekend) – als je geluk hebt, is er zelfs een veiling gaande en vaart de boottour.
Praktische dingen:
- De Historische Tuin Aalsmeer is een officieel museum, dus gratis toegang met je museumkaart.
- Er is ook een rondvaart, maar ik weet niet precies wanneer. Misschien alleen in het weekend? Aalsmeer is prachtig vanaf het water, met al die kleine smalle sloten en de beroemde eilanden.
- De audiotour vind je hier (werkt alleen op de mobiele telefoon). De nummers van de geluidsfragmenten vind je op de buitenkant van de gebouwen.
- Het museum is gedeeltelijk voor rolstoelen toegankelijk. Voor de rondvaart kan iets geregeld worden, als je het vantevoren aangeeft.
- Het is in de zomer een favoriete plek van fotografen, vooral vanwege de rozen
- Er is een kleine bloemenveilingzaal met een prachtige, hele oude veilingklok. In de agenda kun je zien wanneer er een demonstratie is, maar je kunt hem ook huren voor groepsevenementen
- Er is ook een winkel met planten uit de tuin. Niet alleen seringen, maar ook geraniums en heel veel andere planten. Ik ging naar huis met mijn enorme bos roze seringen, maar volgende keer ga ik even neuzen.
- Het museum heeft een cafe met appeltaart en koffie en thee. Maar nog leuk is het om bij het Tuinhuis te gaan ontbijten of lunchen. In de winter in de serre en in de zomer op het geweldige terras. Ook leuk als je niet naar het museum gaat!
* De naam van de seringen die ik kocht is ‘maiden’s blush’, een naam die je romantisch zou kunnen vinden maar waarvan ik vooral denk dat die naam alleen door een man verzonnen kan zijn. Maar het zachtroze is echt heel, heel mooi. Dus ik vergeef het ze maar 😉
leuke tip en mooie blog weer! dank!
👍
Ben geweest! met seringen en plan
tjes terug. te leuk
Wat goed! Die seringen gingen hard eergisteren!