De wereld veranderen, daar gaat het om he? Of meer: zorgen dat de toekomst er uit ziet zoals we willen.
Mijn visie op de macht van AI-bedrijven is gebaseerd op kennis en ervaring en onderzoek, maar er zit een ideologisch component in. Dat kan ik lastig ontkennen. Net als veel mensen heb ik mijn eigen beeld van wat ik zou willen in de toekomst en van technologie.
Ik moet ook toegeven dat het makkelijk is om dingen te zeggen als ‘productiviteit is geen goed argument’ als je zelf genoeg geld hebt om lekker op vakantie te gaan en tijd om niet te werken en in plaats daarvan na te denken en te bloggen.
Ik realiseer me heel goed dat lang niet iedereen een keuze heeft, bijvoorbeeld of je wel of geen generatieve AI gebruikt van grote Amerikaanse bedrijven. Microsoft’s CoPilot gebruikt gewoon OpenAI’s modellen. Dus als je weg wilt lopen van OpenAI maar toch CoPilot gebruikt op je werk, wordt het al lastig.
Wat ik wil zeggen is: het is niet makkelijk. Niet iedereen heeft een keuze. En onze economische positie is belangrijk, want die is de toegang tot zorgen voor onszelf en onze naasten. Laat ik dat voorop stellen voor ik verder ga met wat me vandaag bezig houdt: hoe we de wereld kunnen veranderen. En of ‘resistance futile’ is, zoals iemand vandaag nog in een reactie tegen me zei in andere woorden.
Money makes the world go round
Bij het opschrijven van mijn gedachten over de marketinggedreven run op generatieve AI gisteren, moest ik veel denken aan de podcast die ik van de week luisterde. Het voelt een beetje alsof je tegen windmolens staat te vechten als je zegt dat ‘productiviteit’ geen goed argument is om een niet-bewezen technologie tot in het diepst van ons leven te accepteren.
Het is – als je je er niet al te druk over maakt – tegelijkertijd fascinerend om te zien hoe diep sommige principes door ons als mensen en samenleving worden geaccepteerd. Zoals de belofte dat iedereen meer welvaart en levensgeluk zal krijgen door technologie. Wat overduidelijk niet zo is. Wat dan weer heel veel frustratie oplevert bij grote groepen mensen. Logischerwijs.
Waarom dat ‘welvaart’-argument toch doorlopend de kop opsteekt? Ik weet het niet. Omdat we leven in een marktgedreven wereld?
Wie betaalt, bepaalt, zeg ik altijd. Gisteren nog, in een gesprek over hoe een bepaald fonds vol EU-geld moet worden verdeeld en hoe lastig dat is. ‘Wie betaalt, bepaalt’, zei ik tegen mijn gesprekspartner. ‘Als jij aan de touwtjes trekt, stel dan ook voorwaarden die zorgen dat de wereld een beetje de goede kant op gaat.’ In dit geval ging het over de vraag hoe je kunt zorgen dat voor- en tegenstanders van generatieve AI samen kunnen werken. Tsja.
Maar we besturen niet allemaal mijoenenfondsen. We hebben niet allemaal het geld om direct impact te hebben.
Je zou er heel verdrietig en hopeloos van kunnen worden, maar zo zit ik er niet in. Misschien onterecht optimistisch, wie zal het zeggen? Het is in ieder geval een fijnere manier van omgaan met de wereld waarin we leven.
Want waar dat artikel van gisteren eigenlijk over ging, is verandering en de vraag hoe we willen dat de toekomst er uit ziet. Ik hoef niet zo nodig te leven in een toekomst waar robots zo menselijk lijken dat ze rechten krijgen (ja, daar is een organisatie alvast mee bezig, ik kon het interview niet afluisteren omdat het me zo … verwarde).
Drie ingrediënten voor verandering
In die de podcast die ik van de week luisterde ging het over ‘degrowth’ en post-kapitalisme. Die termen zijn niet zo belangrijk. Wat belangrijker is, is het interview met een associate professor van de UvA die uitlegt hoe je sociale verandering teweegbrengt. Of hoe het ontstaat.
Vrij vertaald en helemaal in mijn eigen interpretatie:
- Het goede voorbeeld geven.
Als je wilt dat de toekomst anders is dan het heden, moet je als het ware proberen voor te leven hoe je wil dat die toekomst er uit ziet en wat je wil dat anderen doen. Minder vlees eten. Auto wegdoen. Switchen van AI-model (zo maar een dwarsstraat!). Prefiguratie heet dat, heb ik in die podcast geleerd. Hij waarschuwt dat het geen ‘eerste stap’ is en dat het vaak gebeurt terwijl we nog niet alles kunnen overzien. Maar het is, zegt hij, ‘waar de cultuur van de toekomst wordt ontwikkeld’ zodat mensen er aan kunnen wennen. - Populariseren.
De plekken en gewoontes waarin/waarbij mensen nieuwe dingen proberen en uitdragen en verandering voorleven, zijn vaak niet populair.
(ik moet best vaak terugdenken aan mijn nicht die 25 jaar geleden weigerde haar baby suiker en processed foods te geven en hoe we daar allemaal een beetje om moesten lachen toen de peuter geen ijs mocht. ik ook, tot mijn schaamte).
Om nieuwe ideeën voor de toekomst te populariseren heb je intellectuelen nodig, zegt hij, en politici en activisten die zich laten zien in de media en door middel van communicatie. De ‘prefigurative practices’ moeten door grote groepen mensen worden geaccepteerd. Ook door mensen die niet zo bezig zijn met het gedachtegoed. Ik moest meteen denken aan vegetarisch eten en vleesvervangers. Die zijn best gebruikelijk onder grote groepen mensen, ook als ze niet zo met klimaat of dierenwelzijn bezig zijn. - Politieke druk.
Uiteindelijk moeten politieke bewegingen de macht krijgen, zodat ze regels kunnen maken en instituten kunnen oprichten die die toekomstgerichte manieren van leven kunnen onderdeel maken van ons leven.
Verandering is niet lineair
Wat de sprekers in de podcast ook bespreken, is dat verandering niet lineair is. Ik had er nog nooit zo over nagedacht. Maar in de podcast zeggen ze dat bewegingen vaak keer op keer terugkomen voordat ze doorbreken.
Wetenschappers die dit fenomeen bestuderen, denken dat dingen eerst incrementeel veranderen, in kleine stapjes, met parallele bewegingen uit die 3 groepen die bezig zijn. En dat het vaak zo is dat de enge groep van groep verandert, als het ware: aspecten van de andere 3 overneemt. Dus mensen die het initiatief nemen om iets te veranderen, gaan meer politieke invloed uitoefenen, bijvoorbeeld.
Het doet me een beetje denken aan de roep om digitale autonomie of soevereiniteit – even los van de vraag of dat de juiste termen zijn voor wat iedereen wil of bedoelt.
Er zijn al tientallen jaren die hier mee bezig zijn en die zeggen dat we bijvoorbeeld een eigen, Nederlandse, publieke ’tech stack’ zouden moeten hebben. Een technische infrastructuur van de kabels naar de servers naar de operating systems naar de applicaties (in dit boek wordt dit goed uitgelegd, vanuit een Europese en internationale blik). Waarbij we niet overgeleverd zijn aan grote bedrijven en zeker niet aan niet-Europese. Waar we liever zelfs nog als publiek samen eigenaar zijn (daar gaat als ik het goed heb de hele podcast waar ik naar verwees over).
Als je naar die 3 groepen kijkt, zie je dat dit in de politiek nu steeds sterker benadrukt en aangekaart en zelfs in het regeringsprogramma opgenomen.
Actie in de taxi
Er zijn dus toch altijd wel dingen die je kunt doen. Zelfs als ze soms een investering vragen in tijd en geld.
Ik denk dat het uitproberen van een ‘vrije cloud’, zoals stichting Post-X society faciliteert, een voorbeeld is van dat eerste. Als je je inschrijft voor 19 maart krijg je zo’n ‘soevereine’ cloud (ik weet niet dat het goede woord is) met open source software alternatieven voor dropbox, zoom, slack en nieuwsbrieven. En meer.
(in ander nieuws: ik moet 19 maart misschien stemmen tellen op het stembureau van de gemeente, dus ik ben er denk ik niet bij. maar ik heb n.a.v. de vorige sessie gisteren mijn nieuwsbriefabonnees weten over te zetten naar mijn eigen ‘vrije cloud’ met nieuwsbriefsoftware. dus zondag ga ik hem via de vrije cloud versturen! je kunt het feest hier meebeleven)
Reageren?