
Ik was zwemmen vanochtend en realiseerde me dat het misschien zo lijkt, maar dat ik echt niet altijd alles doe op het programma. Ik volg het zoveel mogelijk, dat wel. Ook dingen die ik niet leuk vind.
Maar ik wel heb mijn grenzen. En mijn beperkingen. Dus ik volg het programma zoveel mogelijk, ook als ik het niet leuk vind of saai. Maar sommige dingen kan ik niet. Of weet ik dat ik mezelf een beetje het gemak moet gunnen. Aangezien ik al streng genoeg ben voor mezelf.
Vlinderslag vind ik te gek, maar kan ik niet doen omdat mijn schouderblessure dan opspeelt. Dus ik doe een variant.
OWF – onderwaterfase – is iets dat ik nog altijd niet goed kan. Dus ik probeer het maar kom niet verder dan een paar meter.
En vandaag moesten we niet alleen een heftig programma zwemmen, maar alle gewone borstcrawl ook nog eens ‘in steigerung’, waarbij je per baan versnelt tot je op je topsnelheid zwemt. Ik realiseerde me al snel dat ik dat niet ging redden. Dus ik heb gewoon gezommen, redelijk snel, maar niet precies volgens het programma.
Ik roep het maar even. Dat jullie niet denken dat ik alles kan en alles doe, stel je voor, dat zou het verkeerde beeld geven!
Tijdens de opdrachten die we moeten doen bij de leiderschapstraining kom ik er achter dat ik opdrachten niet altijd zo letterlijk volg. Ook omdat ik ze niet altijd direct begrijp. Sommige groepsgenoten vinden dat superirritant, soms ook omdat ze zelf een heel precies idee hebben van hoe zo’n opdracht moet. Ik heb een wat meer organische manier van tot de uitkomst komen, blijkt.
Het is grappig om te ontdekken dat je zo verschillend kunt kijken naar dingen als opdrachten. Dat mensen letterlijk totaal verschillend omgaan met dezelfde instructie.
Bij zwemmen volg ik graag de opdacht, zo goed mogelijk en zo snel mogelijk. Het heeft me ook veel opgeleverd. En ik heb jaren de tijd gehad om de instructies te begrijpen, dat helpt ook.
Maar grenzen zijn ook iets waard.
19/1000
Reageren?