
Ik ben sinds een tijdje weer begonnen met yoga. Voor het eerst sinds een jaar of 25, denk ik. Het is even wennen.
Het is wennen omdat het heftig is. Al dat ongemak! Al die poses die nauwelijks vol te houden zijn. Of waarbij het me niet lukt mijn voorhoofd op de grond te krijgen, mijn benen in de lucht te zwaaien of mijn vingers aan de grond.
Ik dacht natuurlijk dat ik door al dat zwemmen meteen zou shinen in de sportschool en bij yoga. Maar nee. Ik ben er inmiddels achter dat heel goed en vrij snel kunnen zwemmen toch andere spiergroepen vraagt.
Vandaag was geloof ik mijn 5e keer yoga en opeens moesten we iets doen waarvan ik niet wist hoe het moest. Je benen boven je hoofd, zoiets. Iets dat ik als kind makkelijk kon maar sindsdien nooit meer gedaan had. Ik had geen idee hoe ik het aan moest pakken. Grappige ervaring.
‘Niet om je heen kijken!’, zei de yogalerares tegen de groep. En ze had gelijk. Het is zo’n oefening waarbij mensen misschien geneigd zijn om te kijken hoe de rest het doet. Vooral de mensen die al jaren diezelfde les op datzelfde tijdstip volgen. Voor je het weet voel je je incapabel.
Voor mij maakt het weinig uit. Ik weet heel goed dat ik er niets van kan. En ik ken er niemand. Dus ik hoef me niet af te vragen of ik er wel goed uit zie en hoe ik overkom. Hoewel het misschien handig was geweest om te kijken zodat ik kon zien hoe je je benen boven je hoofd kon krijgen 🙂
Ik vind het wel interessant, yoga. Al vraag ik me tijdens de les telkens weer af waar ik aan begonnen ben. Want het klinkt als iets relaxeds, en makkelijks. Maar het is bepaald niet makkelijk. En het is wel ontspannend, maar ook in-spannend.
Het is, bedacht ik vandaag, een beetje alsof ik mijn leiderschapscursus in de praktijk breng: leiderschap is het ongemak verdragen. Alleen in dit geval dan zonder enig leiderschap.
Het is meer volgerschap, in de yogales.
Ook wel eens lekker.
Reageren?