
Ik was van de week naar de begraafplaats om een nieuw plantje op mijn moeders graf te zetten. Winterheide. Had ze mooi gevonden.
En terwijl ik er heen reed en er naar toe liep en weer terug (plantje vergeten) en weer heen en weer terug en toen weer naar huis reed, dacht ik: het is gek hoe intern rouw is.
Op de begraafplaats begrijpen de mensen die je tegenkomt dat je rouwt. Anders liep je er niet, waarschijnlijk. Er iets dat je verbindt met de mensen die je tegenkomt. Maar op woensdagochtend was het er vrij rustig, dus ook dat kleine stukje verbinding miste.
Verder zit het allemaal van binnen, de rouw.
Je stopt met er over te praten.
En andere mensen stoppen met er naar te vragen.
Terwijl het er nog de hele tijd ís.
Soms grijpt het me zonder dat ik weet waarom. Droomde ik over haar (vaak wel)? Zit er ergens diep van binnen een herinnering verborgen die getriggerd is? Komt het door de naderende Kerstdagen?
Dat zijn de dagen dat ik veel stiller ben dan ik was. Al weet ik zelf soms niet precies waarom, op dat moment.
Misschien ben ik uberhaupt stiller geworden. Of rustiger? Geen idee. Ik kreeg altijd energie van mijn werk, dus dat kan ook schelen. Ik heb veel tijd en ruimte om na te denken.
Maar het verdriet is denk ik wat de echte vertraging geeft. Het stiller worden gaat vanzelf. Niet op een negatieve manier, bedoel ik het, of een sombere manier. Meer als een verstilde manier. Alsof je zelf een beetje bent verstild.
Het geeft niet echt. Het is wat het is, zoals een vriendin van mij zegt om aan te geven dat er dingen zijn die we niet kunnen veranderen en dus moeten accepteren.
Het is wat het is.
En is niets mis met een beetje verstilling.
131/1000




