- Een Slack heeft geen frunk en andere veranderingen

Photo by Tiago Muraro on Unsplash
Verandering is moeilijk, dacht ik van de week toen ik voor het eerst in mijn leven in een elektrische auto ging rijden en me paniekerig voelde. Zo langzamerhand ben ik zo oud dat ik begrijp waarom mensen blijven hangen in wat ze kennen. Veranderen wordt steeds lastiger, lijkt het wel.
Dat kwam zo: wij zijn op zoek naar een nieuwe auto, voor het eerst in 12 jaar. We rijden nu in twee auto’s waarvan een al bijna een oldtimer is (die van mijn moeder, die ik bewaar tot mijn zoons een rijbewijs hebben, omdat ik dat beloofd heb) en eentje van 14 jaar oud.
Maar het is de auto waarin onze jongens groot werden. Daarom heeft hij ook twee grote schuifdeuren en 7 stoelen. Ik houd van die auto en ik wil hem eigenlijk niet kwijt. Ook aan auto’s zonder park assist en surround sound kun je je hechten.
De frunk is een ding
Het wordt natuurlijk een elektrische, dus gingen we dit weekend proefrijden. En ik merkte dat ik weerstand voelde. Dat was de reden dat we niet al een half jaar geleden de keuze hebben gemaakt, want voor mijn man was het al heel lang duidelijk.
Maar verandering is eng. Iets doen dat je niet kent, is eng. Wat als die auto geen bereik heeft? Wat als er geen oplaadstations zijn op vakantie? Wat als ik moet opladen en het duurt te lang en ik kom te laat? Hoe werkt dat met die stekker? Mag je die auto gewoon laten staan ‘snachts in de straat? Hoe vind je die stations? Hoe plan je? Wat als ik ‘savonds laat bij een eng oplaadstation terecht kom? En trouwens HOE MOET DIT? Arghhhh.
Na jaren en jaren parkeren in een 7-seater zonder park assist, vond ik het feit dat ik alleen op de camera moest parkeren een klein drama.
Dankzij Claude, die ons precies kon uitleggen wat de verschillen in achterbakcapaciteit waren tussen het ene en het andere model, kwamen we er ook achter dat de auto waarin we reden een frunk* had. We wisten zeker dat dat een hallucinatie moest zijn. Maar nee. De frunk is een ding (front + trunk = bagageruimte onder de motorkap).
Hoe meer er verandert en hoe meer je niet weet, hoe ouder je je voelt. En hoe minder zin je hebt om te veranderen. De kunst is om de verwondering te omarmen. Maar makkelijk is anders.
Slack me gek
In mijn vorige baan had ik een tijdelijke collega die het maar twee weken volhield bij ons. Het feit dat het team communiceerde via Whatsapp, SharePoint en Miro om te bepalen wat er moest gebeuren, was voor haar te chaotisch. Ze kon er niet aan wennen. En nu ik zelf in meerdere Slacks zit, begrijp ik haar beter.
Al maanden probeer ik me een weg te banen door de chaos die Slack heet zonder te veel de 50+-er te zijn die er weer niets van begrijpt. Het is raar als iedereen lijkt te begrijpen wat er moet gebeuren en waar het staat, behalve jij. Ik vind het ontzettend onoverzichtelijk. En dan ook nog Google Drive en zoomuitnodigingen via de email … arghhh. Online samenwerken is geweldig maar het is complexer dan je zou willen.
Ook mijn pogingen om Matrix te onderzoeken als mogelijk alternatief, lopen op niets uit. Ik kom er niet uit.
Het is een frustrerend, vervelend gevoel als je niet weet waar je kunt vinden wat je nodig hebt. Als je op de verkeerde momenten op de verkeerde plekken reageert (of denkt dat je dat doet). Als je informatie mist omdat je niet weet waar je moet kijken.
Als je de enige lijkt te zijn die niet mee kan komen. Alsof er ongeschreven regels zijn die je niet hebt meegekregen.
Ik weet dat er heel veel mensen zijn, jong en oud, die dat gevoel continu hebben in onze digitale maatschappij. Maar ik heb dat meestal niet. Ik ben meestal degene die dingen uitlegt aan familieleden.
Het is gewoon even wennen
“Zo voelt dat dus, veranderen”, dacht ik terwijl we ons klaarmaakten voor de proefrit. Ik keek mijn man aan met lichte paniek. Hij stelde me gerust. “Het is gewoon even wennen.”, zei hij. En dat was ook zo. Ik bleek nog gewoon te kunnen autorijden. Alleen die park assist, pffff. De hoofdsteunen zijn zo groot dat je niet eens meer over je schouder kunt kijken bij het inparkeren, al zou je het willen.
Maar ook dat went. Denk ik.
(ik moet veel denken aan het boek dat ik van A kreeg jaren geleden: Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van Douwe Draaisma)
Ik moest mezelf hardop vertellen dat het allemaal goed zou komen. Dat het even wennen is, zoals alles dat nieuw is even wennen is.
Dat ik de verwondering moet zoeken en het avontuur, zodat ik niet vast kom te zitten in oude patronen die niets meer opleveren.
We zullen zien. Ik blijf me door Slack heen worstelen. En binnenkort rijden we een elektrische auto.
Verandering is onvermijdelijk!
* Het was geen Tesla
- Het midden is een machteloze plek

Photo by Ben Koorengevel on Unsplash
Het midden, begin ik steeds meer te denken, is een vervelende, gevaarlijke en vooral machteloze plek. Steeds minder is er ruimte voor een afweging van wat er goed is voor de meeste mensen. Steeds meer leggen we uit waarom de andere kant het fout heeft, gevoed door narratieven van die ene kant of juist de andere kant. In ieder geval als het gaat om AI.
Als je 3 jaar lang in de orkaan hebt gestaan die nationaal en internationaal AI-beleid heet, krijg je een aardig beeld van het speelveld. De wind rukte je van kant naar kant, in een steeds groter wordende funnel van hectiek.
Het enige voordeel daarvan is het overzicht. Wanneer je vanuit de lucht naar het speelveld moet kijken (omdat je door de zoveelste windhoos omhoog bent gezogen), zie je duidelijker hoe het zit. Wie wil wat, wat zijn de opties, waar zit de macht. Dat soort dingen.
Het is lekker om er even uit te zijn, want in een orkaan is het hard werken. Het is vooral hard werken om iedereen in het midden te houden, met beide benen op de grond. Neutraal. Redelijk. Rationeel. Denkend vanuit de belangrijkste opdracht: hoe zorgen we voor elkaar? Zonder dat we groepen achterlaten of uitsluiten?
Het is lekker dat ik nu aan de buitenkant sta, buiten bereik van de orkaan. Zonder echte vogelvlucht, maar vanuit de periferie. Maar ja. De uitdaging van een gebrek aan neutraal midden blijft bestaan. Alleen kan ik kan er nu niets meer aan doen.
Frustrerend. Want het midden is steeds verder zoek. Dat zag ik al gebeuren in het laatste jaar van mijn baan. Maar ik zie het iedere dag erger worden.
Mensen die hun geld verdienen met AI, indirect of direct aan de ene kant. En aan de andere kant de mensen die AI zien als kwaad van alles en voor wie het gebruik van grote taalmodellen een doodzonde is.
En ik begrijp ze allebei.
Toen ik aan mijn baan in AI-beleid begon, deed ik dat omdat ik vond dat er een midden moest zijn. Een midden waarin je excessen en negatieve gevolgen kunt voorkomen (met de toeslagaffaire vers in gedachten) en de goede kanten van technologie kunt gebruiken voor de maatschappelijke opgaven die ons in het gezicht staren. Omdat ik nu eenmaal altijd van technologie heb gehouden als iets dat je positief kunt inzetten. Een midden waarin je samen kunt zorgen dat er goede AI wordt gemaakt op een goede manier, mits dat bijdraagt aan de dingen die we op dat moment als samenleving het belangrijkst vinden.
Idealistisch, inderdaad.
Dat is extra ironisch, omdat ik me nu af en toe in communities bevind waar mijn idealisme niet idealistisch genoeg is. Maar voor de communities waar ik ooit bij hoorde, ben ik juist weer te idealistisch.
Beide kanten wijzen naar de overkant. Niemand probeert de bezwaren van de een te integreren in de kansen die de ander wil pakken.
En ik sta, lijkt het, er tussenin. Zo ben ik onbedoeld toch nog in het midden terecht gekomen.
Gekmakend is het.
Af en toe overweeg ik om gewoon iets anders te gaan doen. Kunstrondleidingen. Moestuinhulp. Thuiszorgmedewerker.
Maar ik vrees dat je de AI-kampen zelfs zult vinden in de moestuin, het museum en de zorginstellingen. Dus ik denk er nog maar even over na.
Het midden?
Het midden is een machteloze plek geworden.
- Bepaal je positie en bereik verandering

Als je je doel weet, kun je je positie bepalen. Wie iets gedaan wil krijgen, moet bepalen hoe ze dat voor elkaar kan krijgen.
Het is soms makkelijk om terug te kijken en te zien hoe slim een succesvol iemand de dingen heeft aangepakt. Maar als je teurgkijkt, kwam het toch neer op een keuze. Op het bepalen van positie.
De kroon op je werk is het begin van meer
De nieuwe bijzonder hoogleraar wiens oratie ik gisteren mocht bijwonen, was een beetje verbouwereerd toen ik zei hoe knap ik de route vond die ze heeft afgelegd om haar onderwerp op de kaart te krijgen. Het was geen voorbedachte rade geweest, het was haar een beetje overkomen, vond ze. Met steun van heel veel mensen.
Maar ik denk dat dat niet helemaal klopt. Ik denk dat het wel degelijk met vasthoudendheid en drive te maken had. Vasthoudendheid op de inhoud. Op het uitdragen van een boodschap.
Focusen op een onderwerp en er voor kiezen om het na te jagen, is ook een vorm van positie bepalen.
Het leidt er toe dat je de juiste mensen tegenkomt, de mensen die meer willen weten en zich aan willen sluiten. Die zich als het ware achter je willen scharen.
Het was volgens mij geen makkelijke weg. Maar dat het is gelukt, blijkt uit het feit dat haar leerstoel door 10 maatschappelijke partners werd gesteund. Nogal een mijlpaal. Het is koren op de molen, want er moet nog heel veel gebeuren. De wereld is nog niet uitveranderd.
Maar knap is het wel.
Positie kiezen
Er zijn ook mensen die veel bewuster positie kiezen en een pad uitstippelen.
Ik kwam op het idee van positie kiezen omdat ik gisteren ook iemand sprak die ik al heel lang ken. Hij zei (in andere woorden): ik heb 10 jaar een baan gehad die vreselijk was, zodat ik daarna in staat was om te bepalen welke positie ik moest kiezen. Waar en hoe ik kon doen wat ik voor ogen had.
Ook hem is het gelukt. Ook hij werkt al jaren aan iets dat in eerste instantie niet door iedereen begrepen werd, laat staan belangrijk werd gevonden. Ik begreep het zelf maar half, destijds. Maar ik geloofde in hem en ik geloofde mijn voorganger die ook in hem geloofde. Zo simpel was het.
Hij koos niet het pad van anderen overtuigen (althans, niet meer dan nodig was om door te kunnen blijven gaan. hij heeft een bloedhekel aan bijeenkomsten en mensen die er niets van begrijpen moeten uitleggen hoe het zit 🙂 ). Hij bleef zelf bouwen aan de oplossing en vond een handvol mensen die mee wilden bouwen. Samen wisten ze telkens de juiste mensen te vinden om stappen te kunnen blijven maken.
Ook hij had sponsoren die hem steunden.
Allebei brachten ze een beweging op gang waarvan ze zelf het kloppende hart zijn en blijven tegen wil en dank.
Allebei zorgen ze voor broodnodige oplossingen voor maatschappelijke problemen.
Positie kiezen kan op meerdere manieren
Twee routes, even goede uitkomsten.
Bewust positie kiezen, bewust een plek zoeken waar je de steun krijgt die je nodig hebt om het voor te gaan doen en zelf te gaan bouwen. Met een beperkt aantal gelovigen blijven bouwen aan een doel dat steeds dichterbij komt.
Of, de andere route, het aanpakken vanuit het onderwerp. Bewust het onderwerp op de kaart blijven zetten. Investeren in het geven van presentaties en werken aan publicaties, een opleiding organiseren, net zo lang tot een hele groep mensen is opgeleid in een nieuwe methodiek en met een nieuw bewustzijn opereert.
Twee manieren, twee verschillende onderwerpen, twee verschillende aanpakken.
Allebei mensen die gedreven worden door wat hun idee kan opleveren voor de maatschappij.
Allebei mensen die in en door een lastig systeem weten te bewegen.
Het geeft een mens toch hoop!
- De female gaze (fotomuseum aan het Vrijthof)

Omdat ik in Heerlen moet zijn, ben ik ik Maastricht. Bij het Fotomuseum aan het Vrijthof. En al na de eerste paar foto’s in de tentoonstelling van Ellen van Unwerth ging het kriebelen. Foto’s waardoor je wilt gaan fotograferen.
Wat je pakt
Ik was laatst naar de tentoonstelling van Inez & Vinoodh in het Kunstmuseum. Ik kende hen, volgde ze jaren op Instagram, vond hun verhaal als geliefden die samen werken altijd interessant. Maar de tentoonstelling greep me niet.
Het was een beetje te gemaakt, denk ik, voor mij. Te gekunsteld. Te glad? Ik weet het niet precies.
Maar bij Von Unwerth heb ik dat niet.
Jeugdsentiment
Misschien komt het doordat haar stijl en de modellen waar ze mee werkte, in de jaren 80 en 90, de beeldtaal zijn van mijn jeugd. Niet dat ik de Vogue las. Maar haar reclamecampagne voor Guess met Claudia Schiffer was overal. Haar stijl.
Met sommige kunstenaars is dat zo: je weet niet dat zij het waren die je beeld van de wereld en je voorkeuren beïnvloedden, tot iemand het voor je uittekent. Alsof er een luikje opengaat in je hoofd: ik ken dit!
Als je de tentoonstelling ziet (en 40+ bent), weet je wat ik bedoel.
In scène gezet maar toch echt
Sommige foto’s zijn kleur, kitsch, mode. Maar de andere, die zonder kleur, die vind ik zo mooi.
Het is mijn favoriete stijl. Misschien dus omdat het de beeldtaal is van mijn jeugd.
Ze zijn rauwer. Echter. Ze zijn net zo geënsceneerd, omdat het professionele modellen zijn op goed gekozen locaties met kleding vol textuur. Maar doordat ze zwart-wit zijn, zijn ze desondanks rauw en echt.
(Waarom fotografeer ik zelf niet meer in zwart-wit???)
De vrouwelijke blik
In het museum is ook een ruimte gereserveerd voor jonge kunstenaars. Toen ik er was, was er een tentoonstelling van Stefanie Neuhaus.
Vanaf de webpagina kijkt ze je guitig aan. Ik moest even goed kijken wie de vrouw is die die foto’s maakte. Want de tentoonstelling gaat over mannelijk naakt. Portretten van mannen van allerlei achtergronden, lichamen, leeftijden, die nog nooit voor de camera hebben gestaan. En bloot gaan.
Toen de vriendelijke meneer bij de ingang me dat vertelde, zei hij erbij dat het heel smaakvol was. Ik dacht: ok. Niet zo interessant.
Maar met ‘naakt’ bedoelde hij echt naakt. En met smaakvol bedoelde hij denk ik dat als je piemels uitvergroot en op een tafel legt, ze niet meer zo … naakt zijn?
Voordat ik de toelichting las, keek ik door het boek dat er lag. Ik was een beetje geshockeerd. En voelde me een beetje betrapt. Alsof je een sekshop status geeft door er het label kunst op te plakken, zodat je stiekem bloot kunt kijken in een chique omgeving.
Blote mannen?! Ik voelde me een voyeur.
De female gaze verdient de aandacht
Maar hoe langer ik er over nadacht, hoe gaver ik het vond. Niet zo zeer smaakvol (hoewel er prachtige foto’s tussen zaten, vooral die zonder piemels kunnen bij mij thuis zo aan de muur. Zoals die op de voorkant van het boek)(nou ja, niet echt. Ik denk niet dat mijn mannen het zouden waarderen). Maar alsof de wereld op zijn kop staat.
Ieder museum in de wereld hangt vol met naakte vrouwen, terwijl mannen altijd maar gedeeltelijk naakt zijn. Het is de ultieme ‘male gaze’ die weergeeft waar veel mannen graag naar kijken en negeert wat vrouwen graag zien.
Dat is wat sommige werken in de tentoonstelling ‘London calling’ in het Kunstmuseum opzienbarend maken.
Dat is was maakt dat Von Inwerth haar vrouwelijke modellen zo anders portretteert dan haar mannelijke collega’s. Ze zitten vol met seks, maar dan een vrouwelijke vorm.
En dat maakt de in-your-face-foto’s van Neuhaus zo opmerkelijk.
Ga kijken, zou ik zeggen. Goed excuus voor een dagje in het prachtige Maastricht!
PS Museumkaarthouders moet 1 euro betalen. Er is een lift, dus het is volgens mij toegankelijk.
- Preekstoel / praatstoel

Ik zit een beetje op mijn preekstoel, de laatste tijd, op dit blog. Soms is het moeilijk om van je high horse af te komen, he?
Maar dat gepreek is niet zo’n goed teken, bij mij. Als ik alsmaar de neiging heb om andere mensen uit te leggen wat er niet goed is en wat er anders kan, ben ik uiteindelijk niet meer zo effectief. Zelfs al zou ik helemaal gelijk hebben (waarmee ik niet zeg dat ik dat heb).
Preken is per definitie iets dat je doet zonder dat je van gedachten wisselt. Eenrichtingsverkeer. Dat maakt het een beetje onaantrekkelijk, vind ik.
Maar het is bij mij meestal ook een teken dat ik geen creatievere manier meer heb om iets over te brengen.
In een interview waar ik naar luisterde vandaag (niet het linken waard, zo leuk was het niet) beschuldigde de interviewer een politicus ervan dat hij altijd maar hetzelfde doet, met dezelfde boodschap. Of hij het niet een keer moest aanpassen, zijn manier van brengen? Van praten? Van beargumenteren? Want zijn boodschap kwam niet aan bij de andere kant van het politieke spectrum, waar de interviewer toe behoorde en actief onderdeel van is.
Hij wilde zich best aanpassen, zei de politicus, maar niet als marketingtruc. Niet voor de bühne. Resultaat is belangrijk, ja. Maar trouw blijven aan jezelf is belangrijker, vond hij.
Het is ook lastig als politicus, denk ik. Politici moeten altijd op hun high horse klimmen. Iedere dag je vinger heffen, of je vuist. Altijd maar vechten. Altijd maar preken. Het is misschien wel nodig, maar je moet het maar kunnen. Je moet er maar de energie voor hebben.
Ik, ik heb meestal bakken met energie. Maar toen ik net voor de zoveelste keer een blog wilde beginnen over een onderwerp waar ik het laatst ook al over had gehad en het een soort grote preek/klaagzang werd, dacht ik: klaar! Nope. Nee. Niets ervan.
Niet omdat het niet nodig is, of niet interessant, of omdat ik er niets meer over te zeggen heb. Maar omdat het betekent dat ik de juiste toon niet kan vinden. Of de juiste energie.
Het moet een niet-preek worden. Een overdenking. Een uitnodiging om van gedachten te wisselen. Food for thought, dat idee.
Nou ja.
Niet gelukt.
Nieuwe ronde, nieuwe kansen … er is altijd een volgende dag om te bloggen!
- De reis naar binnen

Ik heb al dagen niet geblogd en ik weet niet goed waarom niet. Bijna al die dagen schok ik opeens mentaal wakker, toen ik het me realiseerde. Het zal wel iets betekenen, dacht ik meteen, maar wat?
Ik moet soms lachen om mezelf en mijn navelstaarderij. Dat krijg je als je niet (echt) werkt: je bent de hele dag alleen met je eigen gedachten. Voor je het weet zit je jezelf kapot te reflecteren.
Navelstaren kun je leren
De reden dat ik op zo’n moment om mezelf moet lachen, is omdat dat de kritiek was die ik kreeg, in mijn vorige werk: dat ik onvoldoende op mezelf reflecteerde. Ik denk dat het maar gedeeltelijk waar was. En dat het het misschien ook vooral iets zei over degene die het uitte. Ik heb mezelf en die ander ook al lang vergeven voor het feit dat het ons beiden niet lukte, omdat het gewoon te druk was om de rust te vinden voor echte reflectie.
Maar of het waar is of niet, maakt niet eens echt uit.
Zoals dat vaak gaat als je afhankelijk bent van een ander en diens feedback, kan een opmerking eindeloos blijven nagalmen.
Het heeft er in ieder geval toe geleid – zoals je hebt kunnen volgen de afgelopen 12 maanden – dat ik veel aan het reflecteren ben geslagen.
Niet alleen maar met mezelf, gelukkig. Ook met anderen. Het is helend geweest om met mensen die buiten mijn werk stonden te praten over werk, mijn werkomgeving en de wereld van werk. Mensen die ik ken van oude functies, die me aanmoedigen en vertrouwen in me hebben. En met mensen die ik nog niet kende, maar die mijn werkomgeving kennen.
De reis naar binnen
Reflectie zo’n gewoonte geworden, dat ik nu, als ik vaststel dat ik dagenlang niet heb geblogd, als het ware de reis naar binnen maak om te onderzoeken waarom dan niet.
Het antwoord heb ik niet helemaal, maar ik weet wel dat er iets aan het veranderen is. Dat het kriebelt. Het is tijd om weer aan het werk te gaan. Ik ben – denk ik – langzaam een beetje aan het starten met starten.
Ik constateerde ook dat ik, hoewel ik tegen familie en vrienden roep dat ik me nu echt begin te vervelen, een kleine hartverzakking had toen ik van de week een email in mijn inbox had die over een mogelijke baan leek te gaan. Het bleek niet zo te zijn, maar ik stelde vast dat ik een schrikreactie had. Oh nee! Wat als dit een aanbod is voor een baan?! Arghhh!
Het duurde maar seconden, maar toch moest ik lachen om mezelf. Zo klaar was ik toch ook weer niet, kennelijk. Of misschien ook wel, alleen was het toch even even spannend.
Ik moest er in ieder geval even over nadenken. Mijn eigen reactie analyseren. Beetje navelstaren. OMDAT IK DAAR TE VEEL TIJD VOOR HEB!
Onwards and upwards
Het is een ongelofelijke luxe om tijd te hebben voor alles dat ik altijd al wilde doen. Naar familie in het buitenland, naar musea (gisteren even Van Gogh Village Nuenen geweest omdat ik in de buurt was. Kreeg een beetje deze vibes Schattig dorpje maar (conclusie) je hoeft er niet voor om te rijden). Bloggen, schrijven, nadenken, lezen. Vrijwilligerswerk. Commissies waarvoor ik rustig 2 uur heen en 2 uur terug rijd, want why not – ik heb de tijd. Tuinieren.
Aan de andere kant heb ik sinds vandaag de eerste key note voor volgend jaar in de agenda staan. En dat voelt wel heel lekker. Eindelijk weer het podium op (dat mocht ik het laatste half jaar in mijn vorige baan niet meer, een van de redenen om ontslag te nemen).
De reis naar binnen is prachtig. Maar nergens leer je zo veel als in het echte leven, met echte mensen.
Zelfs de reis naar binnen is leuker om samen te maken.
- Met je neus op een Van Gogh, waar kan dat nog?

Van Gogh, Kunstmuseum Den Haag Ik heb van de week 10 minuten lang met mijn neus op een paar Van Goghs gestaan. Letterlijk. Misschien was het langer, want er waren er 3. Ik ben een paar keer heen en weer gegaan tussen al dat moois.
Met mijn leesbril op, op 10 cm van het doek naar wereldberoemde kunstwerken kijken. Gewoon 5 minuten voor een schilderij staan, zonder dat anderen staan te dringen om een selfie te nemen. Waar kan dat nog?
Niet in het Van Gogh museum, kan ik je vertellen, want daar is het megadruk. Niet in het Kröller-Müller, ook vrij druk, zelfs als het geen drukke dag is. Hoewel je daar meer kans hebt dan in Parijs. Want geloof me, in Musée d’Orsay kun je het vergeten! Aiii. Zo druk. Terecht natuurlijk. Alleen betekent het dat rustig zo’n Van Gogh bekijken onmogelijk is, in Parijs.
Maar in het Kunstmuseum in Den Haag kan het wel.
Dat komt omdat de Van Goghs wat minder beroemd zijn. En omdat de vaste collectie van het museum een beetje verstopt zit. Ik vermoed ook dat het komt omdat het museum een beetje onoverzichtelijk is, ook al dacht Berlage daar schijnbaar anders over*.
Het is ook veel groter dan je denkt.
Dat betekent dat je, als je goed zoekt of even aan de suppoost vraagt waar je moet zijn, zo veel verrassingen kunt vinden. Zoals 3 Van Goghs.
Als het een werkdag is, en je even voorbij de vele klassen peutertjes en kleutertjes navigeert, kun je je in je eentje wanen. Sterker nog, soms ben je dat ook. Soms ben je er de enige in de zaal. Dan is het jij en Kandisky, Van Gestel, Toorop, Picasso… En jij en Van Gogh.
Misschien komt het ook omdat de grote tentoonstellingen in het Kunstmuseum echte publiekstrekkers zijn. Daar is het vaak juist heel druk. Ik begrijp heel goed dat mensen na zoiets indrukwekkends als ‘London Calling’ geen energie meer hebben voor de rest.
Maar jammer is het wel, want ze missen prachtige Van Goghs.
En Mondriaan natuurlijk, waar het museum een grote collectie van heeft (daarvoor moet je naar beneden, volg de bordjes ‘De Stijl’). Mijn favorieten zijn de landschappen uit 1907/1908. Zo mooi. En in alle keren dat ik er het afgelopen half jaar geweest ben, ben ik nog nooit andere mensen tegengekomen terwijl ik voor mijn favoriete werken stond. Die staan vooral bij de Victorie Boogie Woogie. Ook mooi, maar anders.

Ik zou zeggen, neem een ochtendje vrij en ga doordeweeks. Of, als je in Den Haag werkt, pak een keer een lange lunchpauze in de zomer – in een uurtje kun je heel veel zien. Of ga aan het einde van de middag … waarom niet?
Pak gewoon eens je kans om een keer met je neus op Van Gogh te gaan staan.
Ik kan het je aanraden.
PS Tips voor als je naar het Kunstmuseum gaat:
- De trappenhuizen aan de zijkanten van het museum zijn ook kunstwerken, die af en toe wijzigen. Heb ik geleerd in de leuke NPO-serie ‘Het geheim van het museum‘. Momenteel is dat o.a. deze, zie ook de video onderaan de pagina.
- Boven vind je een verborgen kamer achter gordijnen, helemaal gemaakt in Art Nouveau stijl. Het heet de Dijsselhofkamer. Er is nooit iemand, het ruikt er oud en de vloer kraakt. Alsof je even ergens anders bent.
- Zoek het poppenhuis! Moet altijd aan mijn moeder denken want die was dol op het poppenhuis, o.a. die in het Frans Hals. Maar deze is ook prachtig.
- Met kinderen zijn de wonderkamers een hit, in de kelder. Interactief en bijzonder kennis maken met kunst, met Berlage, met Mondriaan, met mode. Zonder kinderen trouwens ook leuk, als je van interactief houdt. Maar wel een beetje een dagdeelprogramma, dus ik sla ze over.
- Ik zag dit keer ook de mooie tentoonstelling ‘Mix & Match’, samengesteld door een Haagse juf en kinderboekenschrijfster. Ook een beetje verstopt, maar erg leuk.
- London Calling was natuurlijk ook prachtig. Wel heel druk: de moeite waard om hier vrij voor te nemen. Ik ben dit keer alleen even naar David Hockney gaan kijken. Ik moest vorige keer wel even wennen, geef ik toe. Maar nu ik er weer doorheen loop kon ik het meer waarderen.
- In mijn ervaring zijn dinsdagochtenden vaak rustig in musea, direct bij opening. Dat is natuurlijk prime kantoorvergaderdag. Zeg maar dat je naar de tandarts moet! Het is een unieke mogelijkheid om bijvoorbeeld al die Britse schilderijen om Nederland te zien.
- Kom je niet uit Den Haag? Het is vanaf het museum 5 min lopen naar de in Den Haag beroemde ‘Fred’, de Frederik Hendrikstraat. Boordevol plekken voor lunch en koffie. En lekker Haags! Voor de Haagse totaalervaring
- Naast het Kunstmuseum vind je het fotomuseum. Als je een Museumkaart hebt, kun je daar net zo goed ook even in en uit lopen, want ze hebben altijd verschillende tentoonstellingen dus voor ieder wat wils. Ik zag weer prachtige dingen.
- Ik zag gisteren ook de Inez & Vinoodh-tentoonstelling (fotografie) in het Kunstmuseum. Ik volgde ze vroeger op Instagram, dus was bekend met hun werk. Voer voor modeliefhebbers, maar ik werd niet zo geraakt. Weet niet waarom. Zo gaat dat soms, met kunst. Wat me wel raakte was de (lange!) film, speciaal gemaakt voor de tentoonstelling, die ik prachtig vond.
* Hoorde ik in de audioguide. Die kun je gewoon luisteren, want die zit in de Bloomberg Connects app (die kwam ik laatst ook tegen, in Londen) met een aparte rondleiding alleen over Berlage’s ontwerp.
- Wat als je jezelf vanaf *nu* als kunstenaar beschouwt?

Fotomuseum, Den Haag Ik was naar een prachtige fototentoonstelling, vandaag. Er waren ook twee video’s, met interviews met de fotografe. Een terugblik.
Er was nog een tentoonstelling, van een jonge fotograaf die haar familie portretteerde.
Ik keek ook de Netflixserie waarin Kylie terugkijkt op haar carrière. Ook prachtig. Mede doordat ze kennelijk altijd zelf video’s heeft gemaakt van haar leven, lang voordat dat met je telefoon kon. Daarom zie je haar van heel dichtbij ouder worden.
En opeens dacht ik: wat houdt ons tegen, jou en mij?
Wat als je vandaag besluit om kunstenaar te zijn? Fotograaf? Schrijver? Choreograaf? Filosoof? Dat wat jij doet belangrijk is? Dat het waarde heeft?
Dat je het niet wordt maar bent?
Wat als je gelooft, vanaf nu, dat wat jij maakt, denkt, schrijft of bedenkt ooit als ‘je vroege werk’ beschouwd zal worden?
Wat als je er van uit gaat dat duizenden mensen – nee miljoenen – je werk ooit zullen zien, lezen of voelen? Zich er mee zullen verbinden?
Dat mensen later zullen smeken om je aantekeningen en je foto’s? Je oude buurmeisje de ansichtkaart die je haar stuurde toen je 10 was voor veel geld zal verpatsen aan verzamelaars?
Dat interviewers je op je 80e nog zullen vragen wat je dacht?
Wat zou je anders doen, als je al wist dat je succes zult hebben?
Wat zou je doen, dat je nu laat zitten?
…
Precies. ❤️
- Stop alsjeblieft met al die storytelling

Provincial Archives of Alberta, No restrictions, via Wikimedia Commons Ah, storytelling. Zo’n mooi begrip. Tot het gekaapt werd door marketeers en communicatieprofessionals, althans. Toen werd het, nou ja: leeg. En nu we overspoeld worden met AI-gegenereerde content, lijkt het einde van storytelling nabij. Prima ontwikkeling, wat mij betreft. Ik zou wel wat minder ‘storytelling’ willen zien.
Als ik mijn LinkedIn app open, word ik ermee overspoeld: storytelling. Berichten met ‘persoonlijke’ verhalen. Berichten waarin mensen terugblikken op hun viral bericht met een persoonlijk verhaal. Berichten met ‘Maar eerlijk? …’. Lange berichten met eindeloze witregels vol plausible klinkende maar lege zinnen (vandaag las ik: “En misschien is dat iets waar ik me wel eens over verbaas.”. Huh?).
Als ik niet oppas, heb ik een feed vol met verhalen over zogenaamde gemaakte fouten en daaropvolgende inzichten en levenslessen
Echt.
Hou. Op.
Storytelling formules

Photo by Greg Bulla on Unsplash
Heel veel van die berichten zijn met AI gemaakt. En de AI-chatbots die het grootste gedeelte van LinkedIn inmiddels bepalen (in oktober 2024 was het al 54%), hebben ook geleerd dat berichten die langer in je scherm blijven beter scoren. Dat is de reden dat al die ‘verhalende’ berichten zoveel witregels, bullets en enkele zinnen bevatten. Het maakt ze langer, daarom moet je langer scrollen, wordt het bericht langer door jou bekeken en wordt dat door LinkedIn’s algoritme gezien als een positief signaal.
Social media ‘storytelling’ heeft een formule die we inmiddels allemaal herkennen. Een formule die door AI-chatbots is overgenomen. Met als gevolg dat een platform als LinkedIn 1 grote brei van nonsens wordt (waarop dan ook weer met AI gereageerd wordt). Zodat al die berichten niet meer bij ons binnen komen. En dat we gezamenlijk een einde breien aan social media in haar huidige vorm, is mijn voorspelling.
Storytelling zoals dat door marketing en communicatieprofessionals lang werd ingezet, was al een uitgekauwd concept aan het worden. Het gebruik van AI voor het maken van content heeft het einde van storytelling-als-marketingconcept alleen versneld.
Je hoeft geen verhaal te vertellen om een connectie te maken

https://www.nationalgallery.org.uk/paintings/NG4135 Toen ik laatst in de National Gallery was in Londen (zie verslag), hing daar een zelfportret van schilder Paul Cézanne. Het is een portret dat je bij blijft, al weet je niet waarom. Waarom schildert iemand die vooral van landschappen houdt een zelfportret? Ik begreep het niet helemaal.
Het is wel mooi, maar het is ook een beetje … on-bijzonder. Ik wist niet precies wat ik er van moest vinden. Het schuurde een beetje, vond ik.
De kunstschilder die de bijbehorende audioguide bij het schilderij insprak, Kaye Donachie, zei dit er over:
“I don’t think he is interested in having any kind of narrative and that’s really interesting for me because as someone who paints figures, I myself am not really interested in, you know, telling a story. I’m more interested in an emotional connection with the viewer through the application of paint.”
Aha, dacht ik: dat is het precies. Dat is het interessante aan dat schilderij: het vertelt inderdaad niets. Alleen de blosjes op zijn wangen vallen op. Verder was hij, net als anders, kennelijk vooral bezig met vorm en perspectief.
Ik denk dat de wereld van online content, van social media en van aandachtgedreven algoritmes/AI ervoor heeft gezorgd dat we die emotionele connectie met een ander via beeld en tekst hebben uitgehold. Dat we het bewerkstelligen van een emotie en dus verbinding bij een ander, hebben geprobeerd te vangen in een truc (‘storytelling’) en zo compleet hebben uitgekleed. We hebben het idee te ver doorgevoerd door het in de beperking van 1 klein oppervlakje op je telefoon (1 bericht) te willen vangen.
Dat is de reden dat de truc is uitgewerkt. Dat al die zogenaamde storytelling ons steeds minder raakt, steeds minder onze aandacht weet vast te houden en steeds minder interessant is.
AI-modellen zijn getraind op storytelling als digitale marketingtruc uit de jaren 0

Google zoekopdracht ‘storytelling’, juni 2026 Het is wel grappig om na te denken over het verschil tussen zo’n social media bericht en het werk van zo’n kunstschilder. De schilder heeft de luxe positie dat het onmogelijk is om te meten hoe mensen reageren op haar schilderij in het museum. Ze wordt niet afgerekend op engagement, reach, saves en clickthrough. Ze hoeft niet met data hard te maken dat die connectie die ze beoogt, ook echt gelukt is.
Zelfs als ze er naast zou gaan staan en bezoekers zou observeren, zou ze weinig weten over hoe die mensen zich voelen bij het schilderij. Want gevoel kun je gelukkig, in tegenstelling tot online gedrag, nog niet (echt goed) aflezen aan mensen.
Steeds meer denk ik dat we in die neiging om alles te meten en online interactie te optimaliseren voor succes, de kunst van storytelling kapot hebben gemaakt. Of in ieder geval hebben doen devalueren.
Heb ik zelf aan bijgedragen, uiteraard. Dit hele blog is waarschijnlijk in trainingsdata beland. Ik heb hier eindeloze artikelen geschreven over wat ooit werkte op LinkedIn.
Toen ik op dit blog naar ‘storytelling’ zocht, kwam ik 2 artikelen tegen over kunst. En een aantal artikelen waarin ik de term een beetje lacherig gebruik. Maar al mijn presentaties en trainingen over online content en social media hadden de term ‘storytelling’ er in. Ook al bedoelde ik het niet als truc: zo zou je het wel degelijk kunnen zien.
De overoptimalisatie van storytelling
In zekere zin hebben we het allemaal over onszelf afgeroepen. Want toen we die AI-modellen gingen trainen, kwam alle marketingtrucs die we de online wereld in hebben geslingerd de afgelopen jaren daar in terecht. Dat is hoe AI-modellen leerden om LinkedInberichten te schrijven.
We schreven eerst artikelen over hoe je je social media content kon optimaliseren. Al die online content was zelf natuurlijk ook weer ergens voor geoptimaliseerd: voor bereik en zoekmachines. Toen gingen al die ideeën en tips in de trainingsdata van AI-modellen, die worden geoptimaliseerd om je meer te geven van wat al eerder is bedacht. En vervolgens vragen we die modellen om voor ons LinkedIn-berichten te schrijven die geoptimaliseerd zijn voor bereik.
Zo is de uitkomst van je prompt als het ware vier keer geoptimaliseerd! Met alle gevolgen van dien: een social media app vol blehhhhhh-content.
Bij deze mijn verontschuldigingen.
Stop met (neppe) storytelling, ga weer waarde delen

Photo by George Pagan III on Unsplash
De reden dat ik het hier over wilde hebben is dat ik me mentaal voorbereid op een leven zonder social media. LinkedIn is de laatste social media app waar ik nog actief ben (en verslaafd aan ben), maar ik bereid me mentaal voor op een al dan niet gedwongen vertrek. Want de AI-interpretatie van ‘storytelling’ heeft het einde van dat platform ingeluid, vermoed ik, samen met AI-gegenereerde reacties, comments en DM’s.
De enige oplossing die ik nog kan bedenken is het plaatsen van berichten waar daadwerkelijk nuttige informatie in staat. Die hebben nog waarde.
Ik word zelf in ieder geval steeds blijer van mensen die gewoon, hop, een bericht van 200 woorden zonder alinea’s in LinkedIn gooien omdat ze iets inhoudelijks te zeggen hebben. Zoals een professor die ik ken altijd doet. Een soort stream of consciousness, is het bij haar. Het leest niet lekker, maar het is altijd waardevol. Zij heeft geen witregels nodig. En al helemaal geen AI.
Misschien kan het allemaal nog goed komen. Als we stoppen met klikken op en lezen van die stomme ‘storytelling’-berichten. En gaan reageren op echte berichten, met inhoud en waarde.
Zolang ik maar geen ‘storytelling’ meer hoef te zien, vind ik het goed.
PS Het is natuurlijk wel ironisch dat mensen die de grootste promotors van AI zijn op LinkedIn, nu klagen dat er te veel AI op LinkedIn is. Valt er toch nog iets te lachen! - Uitgesproken op je tenen lopen

Photo by Rapha Wilde on Unsplash
Ik ben bezig met een project, waarbij ik op mijn tenen moet lopen. Niet omdat ik het niet kan, maar omdat ik zo graag wil. Maar als je zo uitgesproken bent als ik, en zo enthousiast om bij te dragen, kan dat soms voor anderen voelen als bedreiging. En dan gaat het mis. Zoals ik natuurlijk al eerder heb geleerd.
Terwijl ik aan J. een voorvalletje beschreef dat zich laatst afspeelde in een Zoom-call, werd me pas duidelijk hoe ik mijn best aan het doen ben. En hoe weinig ik mezelf kan zijn.
Op je tenen
Ik ben gewoon heel uitgesproken, zoals vaste lezers van mijn blog waarschijnlijk wel weten. Al ben ik hier meestal iets genuanceerder, omdat ik meer tijd heb om na te denken over hoe de boodschap overkomt. In het echte leven heb ik de neiging om te snel te reageren. Vandaar mijn leiderschapsuitdaging: ‘vertragen en verdragen’. Arghhh.
Ik doe mijn best, maar ik ben er niet zo goed in, vertragen. En al probeer ik het, je kunt mij lezen als een boek, als je me althans kunt zien.
Ik heb enorm veel respect voor de mensen met wie ik werk. En ik ben telkens bang dat ik anderen de ruimte ontneem die ze nodig hebben en verdienen.
Ik weet gewoon niet goed wat mijn rol is en hoe ik kan bijdragen.
Dat is wel de reden dat ik in een project al een tijdje op mijn tenen loop. Probeer om niet te veel mezelf te zijn. Te vertragen. Geduld te hebben. Geen bedreiging te vormen.
Ik denk dat er toch een stukje verleden meespeelt en dat het eigenlijk niets met anderen te maken heeft. Alleen met mijzelf.
Zoom-etiquette
Zo komt het dat ik vorige week twee keer in bijeenkomsten een opmerking maakte of iets in een chat zette waarvan ik het gevoel kreeg dat het niet helemaal de bedoeling was. Het waren pogingen om te helpen, om kennis te delen. Het was totaal niets ergs of belangrijks. Maar ik kreeg het idee dat het toch een beetje not-done was. Alsof er een bepaalde afspraak gold dat bepaalde mensen bepaalde dingen mochten zeggen en anderen op de achtergrond moesten blijven.
Maar zoals J. zei: zolang je niet checkt of anderen het echt zo voelden, weet je niet eens zeker of wat je denkt ook klopt.
Sowieso lastig, Zoom- en teamsregels. Mag je, als je naar aanleiding van iets dat op dat moment besproken wordt een idee of suggestie hebt, die in de chat zetten? Mag je je hand opsteken als je iets wilt zeggen dat niet direct bijdraagt aan de discussie van dat moment maar waarvan je denkt dat het waarde kan hebben voor aanwezigen? Voor veel mensen leidt dat te veel af, terwijl andere mensen het fijn vinden om zo te werken, met aanvullingen en afgeleide onderwerpen in de chat.
Nieuwkomers moeten zich aanpassen
Als mensen al langere tijd samen iets organiseren, zijn nieuwkomers lastig. Je weet niet of ze te vertrouwen zijn, of ze er dezelfde normen en waarden op na houden, of ze gaan doen wat ze zeggen, wat hun commitment is. Vertrouwen moet groeien.
Soms zijn er ongeschreven regels binnen een cultuur of een organisatie of een groep, die je als nieuwkomer niet goed kunt duiden, als je al doorhebt dat ze bestaan.
Niet voor niets zijn er de ‘first hundred days of the presidency‘, naar analogie van dit gebruik in de VS. Het idee is dat je als nieuwkomer – vooral als manager – de tijd neemt om een mening te vormen, in plaats van dat je direct gaat vertellen wat je vindt en de boel gaat reorganiseren.
Wachten is niet mijn sterkte punt. In mijn vorige baan nam ik het me voor, maar binnen weken had ik het tegenovergestelde gedaan. Al kun je zeggen dat dat het ook nodig was, gezien de deadlines waar me mee te maken hadden.
Ik doe in ieder geval wel mijn best om alles rustig even aan te kijken. En om te kijken hoe ik een aanvulling kan zijn.
Misschien ben ik ook gewoon te uitgesproken voor sommige omgevingen?
Ik weet het niet. Is uitgesproken zijn iets slechts? Of is dat niet het goede woord?
Als kriebels gaan kriebelen is actie nodig
Misschien komt het omdat het ontzettend begint te kriebelen. Het is vooral mijn eigen rusteloosheid. Ik moet gewoon weer aan de slag!
Ik denk dat ik mijn rol in het project maar een beetje moet gaan reframen. Geduld hebben en aanwezig zijn als eerste prioriteit. Alleen luisteren en aanwezig zijn, dat zet geen zoden aan de dijk en voelt als het verspillen van tijd in een urgente omgeving. Maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard! Vertragen blijft het motto.
En verder moet ik met spoed op zoek naar een baan. Waarin ik niet op mijn tenen hoef te lopen. Jezelf kunnen zijn, dat is toch wel de kern he?
Update 2/6/2026: ik was niet blij met sommige alinea’s in dit stuk, heb ze aangepast. Ik worstel een beetje om de juiste woorden te vinden voor wat ik bedoel … misschien komt het nog!