
Ik stapte de bus in vanochtend en hoorde direct iemand die druk aan het bellen was met zijn werk.
Het was een beetje gek, want de bus was verder stil en hij praatte heel hard. Het voelde een beetje alsof ik zijn kantoor binnen was gestapt. En alsof de rest van de bus bestond uit collega’s die probeerden stil te zijn zodat die de baas rustig kon bellen.
De bellende meneer had een korte broek aan en slippers. Hij was aan het videobellen. Hij hield zijn telefoon recht voor zich en keek telkens de mensen op het scherm aan terwijl hij uitgebreid aan het praten was. Hij hield een lange monoloog.
Hij gaf geen enkele blijk van besef dat hij eigenlijk niet in zijn eigen kantoor was, maar in de bus, met overal vreemden om zich heen. Hij was duidelijk diep in gesprek met zijn telefoon.
Ik heb niet geluisterd waar hij het over had, maar het was geanimeerd.
Net als de rest van de bus deed ik mijn best om niet te luisteren. Weet je wel? Alsof je in een kantoortuin zit waar iemand een belangrijk gesprek zit te voeren en je uit beleefdheid probeert vooral niets mee te krijgen (of stiekem mee te luisteren! dat kan ook. maar dat deed ik niet).
Alles is een mobiel kantoor geworden eigenlijk: de bus, de trein, je auto en iedere plek waar je wandelt onder werktijd. In de opleiding digitale weerbaarheid van de Rijksoverheid zit ook een module over dit soort situaties. De conclusie (als ik het goed onthouden heb en dat zou wel moeten want ik heb het certificaat gehaald) is dat dit toch echt niet de bedoeling is. Als je je in een publieke ruimte bevindt, of thuis zit met het raam open, terwijl je deelneemt aan een meeting waar je alleen hoeft te luisteren, én je hebt een koptelefoon op, is het iets anders. Maar ik geloof niet dat deze situatie binnen de gestelde kaders valt.
Misschien werkt die meneer voor een bedrijf. En stellen bedrijven dit soort eisen niet?
Ach, het houdt de busreis wel spannend.
Benieuwd wanneer ik weer onverwacht in andermans kantoor terecht kom door gewoon de bus in te stappen.
PS Ik maakte snel bovenstaande foto vlak voor ik de bus uit stapte want ik dacht meteen: hier ga ik over bloggen vanavond! Als je goed kijkt, zie je per ongeluk nog net een vervaagde teen van de beller in kwestie. Maar ik ga er van uit dat die niet als identificerend persoonskenmerk kan worden gezien.
134/1000
Bellen in de bus, overleggen op het terras (ook dat van je achtertuin), stoïcijns met een telefoon plat tegen je gezicht lopen op straat (zodat je er dus overheen praat – wie heeft dat verzonnen? Ik hoor de ander net zo duidelijk als de beller). Allemaal situaties die volgens mij raakvlakken hebben met de individualisering. Toen ik vanaf mijn balkon tegen de buurvrouw zei dat ik het gesprek letterlijk kon verstaan, zei ze dat ik dan maar naar binnen moest gaan… de omgekeerde wereld.
Ja, ik zat van de week ook te denken dat het openbare leven zo veranderd is sinds we koptelefoons en telefoons hebben. Gek is dat. Het is een manier om je af te sluiten van je omgeving die misschien hele grote gevolgen heeft. En omgekeerd zijn er mensen die inderdaad iedereen laten meeluisteren maar tegelijkertijd ook totaal niet bezig zijn met de omgeving of wat dat met die omgeving doet, net zo individualistisch. Het is een interessante ontwikkeling.
Nog zo’n bizarre situatie: de oortjes waar men – liefst op straat – in praat. Dan loopt er zo’n gozer te kletsen en ik maar kijken waar de gesprekspartner is…