
Tijdens het congres waar ik was van de week, kwam ik veel oud-collega’s tegen. Heel gezellig natuurlijk, al waren een paar collega’s wel héél erg verbaasd om te ontdekken dat ik aan een panel deelnam. Ik besloot me niet beledigd te voelen 😉 Maar wat me die dag vooral opviel was hoe druk ze waren.
Tijdens de koffiebreak, voorafgaand aan het panel waar ik aan deelnam, zat een collega in de hoek van de zaal op haar laptop te werken. Toen ik hallo ging zeggen, vertelde ze lachend dat ze net met mijn oude manager aan het mailen was.
Tijdens de lunch kwam ik een collega tegen die me voorstelde aan een nieuwe collega. Maar meteen er achter aan zei hij dat ze weg moesten om met spoed een nota te schrijven. Met twee bordjes in de hand gingen ze een plekje zoeken. Ik kwam hem later weer tegen, toen hij een beetje frazzled naar de zaal zocht voor het volgende programa-onderdeel.
Een andere leuke collega met wie ik tijdens de lunch stond te praten, kreeg ook een spoedtelefoontje. Toen hij terugkwam, zei ik tegen hem dat hij de vierde collega was die aan het werk was tijdens het congres.
‘Dat deed jij ook altijd!’, zei hij. En dat was ook zo.
Hetctiek is verslavend
Ik ging niet zo veel naar congressen die ik zelf niet organiseerde. Geen tijd. En als ik dan ging, was ik altijd bereikbaar en altijd de mail en mijn berichten aan het checken. Ik had ook altijd mijn laptop of iPad mee, voor als er nog iets geschreven of met spoed goedgekeurd moest worden. Want dat laatste kon alleen op de laptop.
Ik kan me sommige momenten goed herinneren. Zoals een AI-congres waar ik geen plek kon vinden om rustig te bellen met het concurrerende afdelingshoofd dat me die dag een paar dossiers maar niet de bijbehorende mensen door de strot duwde. Jaren lang last van gehad. Ook al waren het leuke dossiers, tijdens dat spoedtelefoontje beloofde ze me dat een van haar collega’s mee zou komen naar mijn team. En daar kwam ze op terug, later.
Of het congres waar een collega en ik allebei moesten spreken – ik twee keer – en waar ik letterlijk heen en weer liep tussen het podium en een tafel achterin de zaal. Daar zaten collega’s klaar met een laptop. Zodat zij voor mij de antwoorden op kamervragen konden uittypen om ze snel naar collega’s te sturen die er op zaten te wachten. Er was een debat waar niemand ons over had geinformeerd.
Toen we na die bijeenkomst terugliepen naar kantoor, werd ik gebeld over de volgende Kamervraag. Die moest per direct beantwoord worden. Er was letterlijk niemand anders die het antwoord wist.
Ik vond dat niet raar, of erg. Integendeel! Ik hield van die hectiek. Ik hield van het gevoel dat ik belangrijke dingen deed. Dat ik nodig was. Het is verslavend.
Maar toen ik het van de week bij die collega’s zag, dacht ik: wat een rare bedrijfscultuur.
Hectiek is leuk maar uitputtend. Altijd-aan zijn omdat wat je doet zo belangrijk is, is uitputtend. Het is natuurlijk ook een totale illusie, dat je zo misbaar bent. Die je langzaam uitholt.
Wie heeft er nog tijd om op te laden? Of na te denken?
De afgelopen maanden zijn goed voor mij geweest, vertelde ik gisteren aan mensen van het bedrijf waar ik een presentatie gaf. Ik heb me door die rust en ruimte enorm kunnen ontwikkelen. Na kunnen denken. Dingen kunnen uitproberen.
De presentatie ging dan ook niet over AI-beleid, maar over AI zelf: wat het met ons doet, hoe je het moet duiden als creatieve sector, wat er in de wereld gebeurt.
Het was niet een presentatie die ik een jaar geleden had kunnen geven. Ook niet een presentatie die ik had mogen geven, overigens, ha! Te kritisch. Te autonoom. Te veel mening.
(ja mensen, het was inderdaad genieten!)
Maar mijn punt is vooral dat ik deze presentatie nooit had kunnen geven, omdat ik nooit de tijd had om te na te denken. Écht na te denken.
In het boek ‘Werk is geen oplossing‘ (dank Karine voor de tip!) laat de auteur zien dat juist dat zo funest is. Dat we werken ‘vanuit passie’. Het maakt ons nog kwetsbaarder voor uitputting. Want we zien niet meer wat er eigenlijk gebeurt: dat we uitgeput worden door een organisatie, een baas, een opdracht, zonder dat het ons echt iets oplevert. De auteur ziet dat idee van ‘doe wat je leuk vindt’ als een slimme marketingtactiek van het kapitalistische systeem.
Kijkend naar mezelf herken ik het. Als je werkt vanuit passie en overtuiging ben je eigenlijk het grootste slachtoffer van de huidige wereld van werk. Dan vind je het niet langer gek dat je tijdens een congres doorlopend gebeld wordt.Dat jij, terwijl iedereen lekker staat te netwerken, in een hoekje van de zaal tussendoor je mail doet. En dat je manager je vraagt om tijdens de lunch een nota aan te passen.
Het is een systeem waarin de ene tredmolen de andere aandrijft.
Het is een tremdolen zonder einde, waarin je kunt blijven rennen, zonder dat je ooit de credits zult krijgen die je verdient. Je zult nooit beloond worden voor het feit dat je in de koffiebreak je email doet of tijdens de lunch een nota schrijf. Al dat harde werk kan niet voorkomen dat je werksituatie ieder moment buiten je toedoen kan veranderen.
Het is uitputtend. Maar omdat je er een passie voor hebt, stel je er geen vragen over.
Wat gaat er verloren?
Het is makkelijk praten voor mij. Niemand anders stopt zo maar met een baan (behalve Karine! Ze schreef er zelfs een boek over). En mijn man, een paar jaar geleden.
OK, OK, er zijn toch wel degelijk mensen die het doen. Maar niet iedereen kan het zich veroorloven. Of heeft het er voor over. Of durft het.
Economische onzekerheid is een begrijpelijke reden. Maar soms is het vooral onze bevlogenheid en ons ego die er voor zorgen dat we blijven zitten in situaties die niet goed voor ons zijn.
Het is moeilijk om de tredmolen duidelijk te zien als je er midden in zit. Het is vooral ook heel moeilijk om alternatieve opties te verkennen, terwijl je aan het rennen bent. Of al rennende de kracht te vinden om je te verzetten tegen de manier waarop je werk is ingericht en je leven heeft overgenomen.
Als ik niet had meegemaakt wat ik heb meegemaakt, zat ik er nog. Dan had ik wéér net een Kerstvakantie achter de rug waarbij ik op het randje van omvallen stond.
Dat maakte het extra gek om mijn oud-collega’s zo te zien, van de week.
Ze weten niet wat ik nu wel weet: wat er verloren gaat in al die hectiek. De verdieping; de creativiteit; de verbinding. Kortom, alles wat ons zo waardevol maakt in de wereld van werk.
Maar wat we natuurlijk vooral verliezen, is onszelf.
(een verslag van mijn verhaal tijdens dat conges vind je hier op LinkedIn. De presentatie van gisteren moet ik nog even ergens zien te uploaden)
hoi Elja,
zomaar een reactie om te laten weten dat ik denk dat je mooie en waardevolle en rake dingen schrijft.
Bedankt!
Wat leuk! Dankjewel ❤️
Pas als je eruit gestapt bent, en dan nog niet eens de volgende dag maar maanden later, realiseer je je dat je eigenlijk bezig was jezelf te verliezen in werk. Hoe leuk ik mijn werk destijds ook vond, en hoeveel moeite ik ook moest doen om – zeker in het begin – de eindjes aan elkaar te knopen zonder maandelijkse storting van dat vaste bedrag, ik zou de vrijheid die ik nu heb nooit meer willen opgeven.
ja, het heeft echt even tijd nodig. Ik zat me net af te vragen of je die afstand ook echt kunt krijgen als je bijvoorbeeld een hele lang vakantie of een sabbatical neemt. Ik betwijfel het een beetje.
Maar ik mis het wel hoor. Niet het gebrek aan vrijheid maar het teamgevoel en het werken aan het gezamenlijke doel.