Over busstations, stages en stilte

IMG_0243Vanavond stond ik te wachten op de bus naar huis, op het busstation.

Ik heb een hekel aan busstations.

Of misschien alleen aan die van Den Haag CS. Ik ken eigenlijk geen andere.

Het is een deprimerende plek. Ongezellig. Grauw. Er staat altijd iemand naast je te roken (bah). Het is er altijd donker. En iedereen is stil. Onder een deken van asfaltkleurig zwijgen. Brrr.

Altijd als ik er ben, moet ik denken aan mijn tijd als stagiaire bij een chique Haags advocatenkantoor, vlakbij het station.

Ik logeerde die twee maanden doordeweeks bij mijn vader en stiefmoeder in Wassenaar. En aan het einde van de dag, als ik de bus uitstapte (dezelfde die ik nu naar huis neem) en de 5 minuten naar hun huis liep en de deur open deed, was ik zo, zo blij. Dan stond er iemand die blij was me te zien, was er warmte en eten en iemand om mee te praten.

Dat was op mijn stage wel anders.

De gewoonte was, op het advocatenkantoor, om studentstagiaires aan een tafel in de bibliotheek te zetten. Helemaal achterin. Als advocaten dan iets uit te zoeken hadden, gingen ze daarheen om je een opdracht te geven. Meestal hadden ze meerdere stagiaires, maar ik was het grootste gedeelte van die twee maanden in mijn eentje.

Dat lag aan mijzelf. Je moest op zoek gaan naar werk! Vrienden maken! Het scheen dat je gewoon binnen kon lopen bij de advocaten. Er was, scheen, een ‘open door’policy’. Maar ik durfde dat niet. Advocaten die honderden guldens per uur kostten, zo maar storen met mijn onzinpraatjes.

Toegegeven, op een gegeven moment waren er een paar leuke advocaten die me wisten te vinden voor opdrachtjes in hun computerdatabase (verrassend!). Maar dat was alleen af en toe.

IMG_0239Er was helaas ook niemand die aan me dacht tijdens de lunch. En als ik dan toch naar beneden ging, de kantine in, wist ik niet aan welke tafel ik moest gaan zitten. Vreselijk, vreselijk.

Ik denk dat ze vonden dat Echt Talent zichzelf moet kunnen redden.

(wat een onrealistische verwachting is, als het gaat om zulke inhoudelijke experts, by the way, niet dat ik dat slim genoeg was om daar aangenomen te worden, maar er zaten daar een heleboel hele, hele slimme mensen).

Hoe dan ook. Daar zat ik dan.

De enige reden dat ik daar überhaupt zat, was dat ik van gestresste huisgenoten had begrepen dat ‘het moest’, een stage op je CV, wilde je nog een baan kunnen krijgen. In blinde paniek was ik dus ook op stage gegaan. Dat was niet iets standaards, voor rechtenstudenten.

(voor de CV heeft het inderdaad geholpen, die stages. En voor het inzicht in mijn toekomst ook. Het grootste inzicht kwam in de laatste week toen ik mee mocht naar een rechtszaak, een ontslagzaak waar wij de werkgever vertegenwoordigden. Toen wist ik zeker: ik zal nooit advocaat kunnen worden. Want uiteindelijk gaat het bijna altijd over ruzie en onenigheid. Dat gaat me niet lukken, objectief blijven.)

Nee, het was niet leuk.

Mijn dagen waren gevuld met stilte.

Er waren dagen dat ik eigenlijk niemand sprak behalve de bibliothecaresses. Maar die hadden niets met mij te maken en zaten er, begrijpelijk, niet op te wachten om zo’n student die er maar heel even was, onder hun vleugels te nemen.

Een vriend van mij is er later gaan werken. Ik had mijn twijfels maar moest toegeven dat hij er erg goed paste. En als je er als advocaat binnenkwam, was het natuurlijk heel anders. Hoefde je niet sneu in je eentje in de bibliotheek te zitten, twee maanden lang.

Brrrr. Wat was ik blij als ik de bus uitstapte en naar huis liep in de frisse lucht en de deur openging en ik gezellig aan tafel kon zitten met mijn familie en kon kletsen. Net als vanavond, dus. Alleen had ik vandaag WEL een leuke dag met WEL leuke collega’s.

Maar toch…dat busstation…mwah.

Dankbaarheid

fietsIedere morgen dat ik mijn kinderen weer op tijd de deur uit heb en op tijd op school aflever, denk ik: Pfjoe.

Het is weer gelukt!

Drie kinderen op tijd op school, veilig, gewassen, gevoed, met schone kleren, al hun (zwem-, gym- en andere) spullen, snacks en lunch en happy.

En iedere ochtend op school kijk ik met verbazing om me heen naar al die ouders met al die kleine kinderen en denk ik: we hebben het hem maar weer mooi gelapt, met zijn allen.

Het is ons weer gelukt, collega’s!

Goed gedaan, wij! Goed gedaan jij! Goed gedaan, jullie!

Goed gedaan, ik!

Want hoe stom het ook klinkt, het kan een overweldigende taak zijn.

Ik vind mijn kinderen op tijd de deur uit krijgen een van de stressvolste momenten van de dag, als ik niet uitkijk.

Vooral als je er alleen voor staat! Pfff. Dubbele buiging voor alle alleenstaande ouders…!

Ik geef toe dat er maanden, misschien zelfs al jaren, zijn geweest dat ik er met tegenzin mee bezig was. Gestresst stond ik tegen de kinderen te roepen dat ze op moesten schieten, maakte ik hun lunches, liep of reed ik ze gehaast naar school en créche, de baby in de kinderwagen, handschoenen weer kwijt, knuffel weer verloren, huiswerk weer vergeten, rugzakjes niet om, pffff.

Ik was boos, opgejaagd, gestresst, geïrriteerd.

Ik wist niet wat ik had.

Ik was niet dankbaar.

Maar langzamerhand ging ik me realiseren dat het maar zo kort duurt.

Dat je ze maar zo kort naar school mag brengen.

En dat je niet eens altijd de kans krijgt om ze naar school te brengen (in Istanboel gingen ze met de schoolbus vanaf ons huis. Lekker makkelijk voor mij maar ook niets aan. Het hele schoolgebeuren ging compleet langs me heen).

Dat het een voorrecht is om ouder te zijn. En een voorrecht om je kinderen naar school te mogen brengen.

Dat je er van moet genieten!

Het is een voorrecht.

Al voelde het niet altijd zo, het is het wel.

Het moeilijkste beroep dat ik ken, ouder zijn. Ook het leukste. Maar ook het moeilijkste. En het belangrijkste.

En nu, in Nederland, vind ik het een voorrecht dat we samen naar school fietsen. Kleintje achterop, kleintje naast me kletsend op zijn fiets, iets-minder-kleintje druk fietsend voor me uit, semi-zelfstandig.

Nog even en ze doen het alleen.

Nog even en ze hebben me niet meer nodig.

Nee…

Ik geniet er van zolang het kan!

Update: sharing is caring

Ik moet smakelijk lachen om ‘de leukste oudertweets’ van Hunffington Post. Zo zie je maar. Ik ben niet de enige! Jij ook niet!

Lokaal winkelen

dog washIk was op bol.com alle Sinterklaascadeautjes aan het bestellen. En op V&D.nl de nieuwe broeken voor T. En de nieuwe jas voor J. En de pyama’s voor J.

En toen dacht ik: wacht eens even.

Misschien hebben ze hier om de hoek ook Minecraft Lego?

Ik kan hier in het dorp ook alles vinden! En niet noodzakelijkerwijs voor extreem veel hogere prijzen.

Nu zijn er hier en daar een paar verlaten winkelmandjes, online. ;)

Lokaal winkelen, ik vind dat het belangrijk is. Het geld gaat terug de lokale economie in maar belangrijker, ik geloof dat kleine ondernemers het verdienen, die klandizie.

‘Shop local’ was een belangrijke campagne in de VS toen ik daar woonde, maar het geldt natuurlijk net zo goed in Nederland.

Morgen ga ik maar eens een rondje doen op zoek naar Minecraft Lego.

Buitenstaandermomentje

Vanavond was ik met mijn jongste zoontje bij de afhaalbalie van het Chinese restaurant bij mij om de hoek aan het wachten.

Ik zat de krant te lezen en hij was over de kinderwagen aan het klimmen en aan het spelen.

Er was een mevrouw, een andere klant, een bestelling aan het doorgeven bij de balie. En ze zei ‘Hallo!’ tegen mijn zoontje.

Dacht ik.

Het bleek dat ze meer ‘haLLOO!’ zei en het tegen mij had.

Dat kwam, ik had de dame van het restaurant niet gehoord, die me vertelde dat mijn bestelling klaar was. En de mevrouw, de andere klant, wilde me daar even op wijzen.

Ik was helemaal verbouwereerd. Ik bedankte haar voor de bestelling, pakte de tas en liep beduusd het restaurant uit.

Het was zo, ik weet niet, het was vast aardig bedoeld, maar het was zo bot. Op het onaardige af.

Het was toch een beetje van “Halloo!!! Opletten!!! Ze heeft je al 1 keer toegesproken!!! We hebben allemaal haast in dit land! Hallloooo!”.

Ik ben het niet gewend, dat mensen zo praten. Ik ben gewend dat mensen zeggen ‘Mam? Excuse me?’. Of zoiets. Ik weet niet. Iets beleefds en vriendelijks.

Weer zo’n ik-ben-een-buitenlander-buitenstaander-geworden-momentje. :(

Echt Nieuws

foot printPolitiek, ik begrijp er niets van.

Dat wil zeggen: als ik luister naar verslaggeving over politiek of lees over politiek, dan heb ik altijd het idee dat ik het niet begrijp. Dat gevoel van ‘het zal wel aan mij liggen…?’.

Zo zat ik vandaag twee keer een uur, onderweg naar Hilversum en weer terug, te luisteren naar de radio. De Serieuze Radio, he.

Opnieuw bekroop mij het gevoel dat ik wel gek zal zijn.

Er was een ‘incident’ dat breed werd uitgemeten door de journalisten op de radio. Een man uit Den Bosch, verkiesbaar voor een partij, was geïnterviewd door een van hen.

Omdat hij een Turkse achtergrond heeft, moesten zijn ‘normen en waarden’ natuurlijk even getoetst worden. Want hij mag dan hetzelfde accent hebben als iedere andere persoon uit Den Bosch (en een Nederlands paspoort, naar ik aanneem), voor de journalisten is hij een Turk. En een moslim. Een allochtoon.

Dus tsja.

Zo’n man ga je natuurlijk naar zijn normen en waarden vragen! Dat zou je ook bij iedere blond-Hollandse man en vrouw doen, niet?

(niet!)

De man wilde geen antwoord geven op de vraag of mannen en vrouwen volgens hem gelijk zijn. Conclusie: hij doet niet mee met ‘onze’ normen en waarden. Hij vindt vrouwen minder dan mannen.

Dat concludeerden de dame en heren, althans.

En dat het aan zijn geloof lag, wisten ze zeker. Dat durfden ze zelfs hardop te concluderen.

Hop.

Hink, stap, sprong. Klaar. Duidelijk!

10 minuten lang werd het incident uitgeplozen. Het werd gebracht alsof het ‘nieuws’ was. Of misschien was het meer de hoop dat het nieuws zou worden.

Maar als je het interview met de man hoorde, klonk het meer alsof de man, verkiesbaar voor de gemeenteraad en bezig met lokale verkiezingen, gewoon niet wist wat hij aan moest met de Serieuze Verslaggever die hem in een hoekje probeerde te duwen.

Het enige dat hij zei was dat hij het nu te druk had met de lokale verkiezingen en hij zich over dit soort vragen, mocht hij in de Raad komen, wel over uit zou spreken.

Mijn indruk was dat hij dat op iedere vraag zou hebben geantwoord: “daar laat ik me nu niet over uit”. Alsof hij dat geleerd had als truc voor als je je overvallen voelt.

Maar ik dacht, als je hem gevraagd had: houd je van je kinderen? had hij mogelijk hetzelfde gezegd. “Daar laat ik me nu niet over uit.”

Of misschien vergis ik me en is hij stiekem een onaangepaste, eh, Nederlander.

De journalisten bléven er maar over doorgaan. Als aasgieren op het bot af. Hyena’s op de resten.

En op geen enkel moment trokken ze zichzelf in twijfel. Of hun eigen gedrag (en wat het over je zegt als je iemand met een multi-culturele achtergrond automatisch gaat vragen hoe hij denkt over de gelijkheid van mannen en vrouwen).

De serieuze journalisten op de radio wisten het zeker: dat hij niets durfde zeggen kwam natuurlijk door zijn islamitische Turkse achterban! Die wilde hij natuurlijk niet voor het hoofd stoten! (want: die achterban, die bestaat, dat spreekt vanzelf, 1) alleen maar uit Turske Nederlanders en 2) dus alleen maar uit moslims en 3) uiteraard dus alleen uit mensen die natuurlijk niet geloven dat mannen en vrouwen gelijk zijn… 4) die dus boos worden als je zoiets belachelijks gaat beweren als politicus…. dat weet iedereen toch! Hoef je niet eens uit te leggen).

@#$O#U)$#I#I##&&^@(!, dacht ik bij mezelf.

Ze zijn niet goed bij hun hoofd.

Wat is er gebeurd met Nederland?

Sinds wanneer is dit het niveau van ‘serieuze’ verslaggeving?

Ben ik nou gek, of…?

Er kwam ook een onderzoek aan bod over tolerantie aan de hand van de vraag of het panel (?) ‘allochtone Nederlanders’ hetzelfde gunt als ‘Nederlanders’. (?)

Waarin de onderzoeker benadrukte dat we mensen ‘met andere achtergronden’ minder uitkeringen gunnen dan ‘Nederlanders’ (??). Maar dat het niet onze bedoeling is om te discrimineren, hoor. Want als je het ze op de man af zou vragen, zou niemand Marokkanen 15% minder uitkering gunnen, ook al zijn ze hardwerkend en buiten hun eigen schuld om ontslagen.

Nou, da’s OK dan.

Als het niet je bedoeling is, dan is het niet zo!

Klaar als een klontje.

Voor mij wel, in ieder geval.