Google+ or bust (voor bloggers)

Zat mooi artikel te lezen over Google+, op het erg interessante SEO-blog MOZ. Als je van dat soort dingen houdt, is het een aanrader. Of als bloggen je werk is! Dan helpt het om op de hoogte te blijven van al die zoekmachinedingen.

Het artikel staat hier.

Ik ben een van de vele bloggers die dat hele Google+ niet helemaal begrepen heeft. Althans, ik begrijp dat het belangrijk is, ik onderzoek het voor mijn nieuwe boek, ik adviseer mensen (vooral mensen met lokale bedrijven) om het slim in te richten. Maar privé wil het me maar niet grijpen.

Als blogger is Google+ niet alleen belangrijk omdat het als sociaal netwerk een kans biedt om te connecten met je potentiele lezers.

Het is belangrijk omdat Google ook de eigenaar is van de meest bezochte zoekmachine van Nederland. Met een marktaandeel van meer dan 90% (meer voor smart phones en tablets). En omdat Google de activiteit op Google+ rondom jouw blog posts extra meeweegt bij de beslissing rondom het wel of niet tonen van die blog post (en je blog) in de zoekresultaten.

Belangrijk? Ach. Je moet dingen niet alleen doen vanwege de zoekmachines, ook al zijn ze belangrijk.

Maar op zoek gaan naar lezers en engagement, dat is altijd belangrijk!

Sinds 1 maart deel ik mijn blogartikelen automatisch op Google+.

Maar veel haalt dat niet uit. Zie de afbeelding bovenaan.

Dat is niet gek, natuurlijk. Net als bij ieder ander sociaal netwerk, krijg je meer interactie als je echt aandacht besteedt aan je updates. En automatiseren is meestal niet het geëigende middel (al is het soms beter dan niets!).

Op Twitter valt dat mee – misschien omdat ik daar een veel actiever netwerk heb, zelf veel actiever ben. En omdat Twitter updates sowieso maar 140 tekens zijn, is de titel van je blog post al snel voldoende.

Hoe meer ik bijvoorbeeld plaats op LinkedIn, hoe meer ik merk dat zelfs het delen van andermans update daar heel veel werk is. Je moet het plaatje aanpassen, de omschrijving van het plaatje, de titel, de omschrijving. Anders krijg je hele gekke updates.

Op Facebook is dat niet anders, natuurlijk.

En Google+ idem.

Hiernaast zie je de automatische update die gegenereerd is n.a.v. mijn post van gisteren. Zoals je ziet, nodigt het niet uit tot lezen. De titel staat alleen naast de afbeelding, onder het introtekstje. En de tekst wordt afgebroken en nodigt ook niet uit.

Wat ik wel zie sinds ik automatisch mijn updates deel, is dat ik meer volgers krijg op Google+. Maar het leidt nauwelijks tot meer reacties op Google+ of tot meer verkeer vanaf Google+ naar mijn blog.

De oplossing is simpel.

Serieus aandacht besteden aan Google+. Nog meer lezen, nog meer gaan begrijpen.

En dat automatische knopje ‘post naar Google+’ dan toch maar eens uitzetten…

 

I wanna be the leader/ik wil vakantie

Ik heb vakantie. Omdat mijn jongens vakantie hebben.

We gaan nergens heen, de komende paar dagen (daarna wel, tripje door de buurt).

Maar ja, we wonen in een vakantiebestemming dus genoeg te doen.

Dussss.

Tsja.

Computer uit!

En nu?

Ik voel me een beetje zoals in dit gedicht:

The Leader

I wanna be the leader
I wanna be the leader
Can I be the leader?
Can I? I can?
Promise? Promise?
Yippee I’m the leader
I’m the leader

OK what shall we do?

(bron)

Zo voel ik me, precies.

Of eigenlijk voel ik me zo:

Vrij naar ‘The Leader”

ik wil vakantie

ik wil vakantie

mag ik vakantie?

mag het? mag het?

echt? echt?

Jippie ‘kheb  vakantie!

(…)

OK what shall we do?

Crisis

Ik excuseer me bij deze voor mijn klaagverhaal van gisteren.

En voor dat van vandaag.

Ik ben het steeds vaker oneens met de aanpak van bedrijven als het gaat om klanten. Marketing, zeg maar.

Ik ben het helaas steeds vaker oneens met de aanpak van bedrijven als het gaat om marketing.

Misschien is het mijn naderende 40e verjaardag. Misschien ligt het aan mij. Misschien begin ik een oude zeur te worden (“vroegah….was alles beter”).

Misschien ben ík gek en niet de wereld om mij heen.

Terwijl ik hierover nadacht, klikte ik verstrooid op mijn Instagramfeed. Ik volg bedrijven die me inhoudelijk niet veel interesseren, omdat ik benieuwd ben hoe innovatief ze zijn in het inzetten van Instagram om met hun gebruikers in contact te komen. Vooral uitgevers – omdat ik zelf toevallig heel veel weet van online uitgeven! En je veel kunt leren van ‘oude’ media.

En dan posten ze zo’n video.

Meisjes die nog niet volgroeid lijken als modellen voor trouwjurken. Zombie-achtige meisjes. Lijk-achtig. Trouwjurken. Logische combinatie. 18 (jonger?). Bonenstaken. Ik weet niet wat ze kosten, die jurken. Misschien wel betaalbaar voor al die tienerbruiloften die het trouwimperium van Wang voor ogen staan, aan de modellen te zien?

En wat kijken ze blij, he.

Gezellige make-up, ook. Vrolijk.

Het is net ECHT.

Wat een geluk, trouwen.

(…)

Maar het gaat niet alleen om trouwjurkfabrikanten, hoor. Ik erger me ook steeds vaker aan zinloze, geestdodende zakelijke Facebookfeeds met updates in de trant van ‘Like als je je dit kunt herinneren’! En dan 15.000 likes bij zo’n update. Aan blog posts die [...nou ja...laat maar!]… Aan zakelijke twitter accounts met duizenden volgers die alleen zenden en nooit, maar dan ook echt nooit, reageren.

Zo kan ik nog wel even door gaan. Maar dat doe ik niet. Althans, niet hier en nu.

Mijn idee van marketing begint wel heel erg af te wijken van dat van de rest van de wereld, lijkt het. 

Het is een soort existentiële crisis, denk ik.

Maar ik blijf de road less travelled volgen!

Existentieel, of niet.

Over klantervaringen

Ik had het van de week in Nederland met vriendin H. over hoe iedereen in Nederland gelijk is en hoe goed dat is. Uiteraard.

Liever gelijk dan ongelijk!

En dat in veel andere landen rijke mensen een betere behandeling krijgen en gelijkheid niet bestaat.

Natuurlijk is dat belachelijk. We zijn allemaal gelijk en niemand is meer dan de ander. Maar dat wil niet zeggen dat we allemaal hetzelfde zijn. En dat wil ook niet zeggen dat beleefdheidsvormen niet op zijn plaats zijn. Terwijl dat wel lijkt wat we in Nederland verstaan onder ‘gelijkheid’.

Dus als je ergens klant bent, hoef je niet te denken dat je recht hebt op een respectvolle behandeling.

Wat ik over heb gehouden aan het wonen in andere landen is dat het stiekem toch wel fijn is als je met respect behandeld wordt. Dat het een goed gevoel is als bedrijven blij zijn met je klandizie. En dat beleefdheidsvormen zo slecht nog niet zijn.

Ik val in Nederland dan ook van de ene verbazing in de andere. Wat dat betreft ben ik zo’n zeurende expat geworden die vindt dat het beter kan.

Maar die security aan de gate op Schiphol, die staat wel in mijn top tien (samen met de horeca op Schiphol). En ik kan maar niet begrijpen hoe het kan dat al die vliegtuigmaatschappijen het accepteren.

Gisteravond was een van de dieptepunten, in al die jaren vliegen.

Alsof we met zijn allen schoolkinderen waren werden we toegesproken en gecommandeerd. Ik had het moeten opnemen, want ik kan het niet goed uitleggen. Het was heel betuttelend. Ik kreeg het zelfde gevoel als bij mijn zwemjuf vroeger. Dat je behandeld wordt alsof je niets kunt.

De vreselijke toon.

Het wantrouwen.

Waar je bijvoorbeeld normaal gesproken zelf je spullen in bakjes doet, werd dit voor je gedaan. Wat klinkt als iets positiefs maar voelde alsof iemand door je ondergoed zocht.

Af en toe kreeg iemand er van langs.

“Dit lijkt me geen 100 ml”, op sarcastische toon tegen een mevrouw die een grote tube creme in haar tas had zitten.

‘Don’t throw with your shoes!’, tegen een jongen die zijn schoenen op de band legde. Die jongen was sowieso niet in de gratie. Hij werd flink toegesproken. Het was gewoon offensive. Ik zag de buitenlanders om me heen verstijven terwijl ze stonden te wachten.

Het hield niet op.

Af en toe zochten mensen oogcontact met elkaar, om te checken of anderen het wél normaal vonden.

De dame die de spullen op de band legde, vroeg af en toe ook of ze in een tas mocht kijken. Ze had wel gevraagd of mensen fluids in hun tas hadden, maar ze dacht dat we logen. Of dat we te dom waren om te weten wat fluids zijn. Terwijl ik dat eigenlijk nooit heb gezien, dat de security mensen in je tas kijken vóórdat die tas door de scanner ging.

Ze pakte je jas aan, je schoenen, je riem, je horloge, je laptop en deed ze in bakjes. Mocht je zelf niet doen. Bij het opvouwen van je jas voelde ze nog even in de zakken, leek het. Zelfs bij de piloten en stewardessen.

Ze vertrouwde ons niet.

We waren allemaal crimineel tot het tegendeel bewezen was.

Volwassen mensen stonden als bange kinderen in de rij te wachten en het hele gebeuren gade te slaan, tot ze aan de beurt waren.

Volwassen mensen die veel geld hebben betaald om met KLM vanaf Schiphol te vliegen.

Toen we in het vliegtuig zaten, kondigde de gezagvoerder aan dat we minimaal 5 minuten vertraagd waren, omdat er nog 40 mensen stonden te wachten om door de security te gaan. Hij verwachtte dat het nog wat meer dan 5 minuten zouden worden.

Hij vond het nodig om dat te melden. Hij klonk alsof hij er zo zijn eigen ideeën over had.

Natuurlijk wil ik graag veilig in het vliegtuig zitten zonder rare sujetten met snode plannen. Net als iedereen die vliegt, weet ik dat het er bij hoort en in mijn eigen belang gebeurt, die veiligheidscheck. En dat security mensen nu eenmaal een strenge houding moeten hebben. Professioneel.

Maar dat neemt niet weg dat ik graag vriendelijk behandeld wil worden. En met respect. Ik HOEF daar niet te zijn, tenslotte. En ik heb BETAALD om daar te zijn.

“Zei niemand er dan iets van?”, vroeg F.

Nee. Niemand zei er iets van. Je bent overgeleverd aan de macht van die ene dame bij de security en Joost mag weten wat er gebeurt als je niet meewerkt of iets zegt.

Ik heb het wel eens gedaan. Toen de securitymedewerker op Schiphol een paar jaar geleden de pakjes kant-en-klare babymelk voor mijn babietje weggooide omdat dat niet mee mocht het vliegtuig volgens hem. En ik hem vertelde dat we jaarlijks meerdere malen vlogen en dat we ALTIJD de babymelk mogen meenemen. Dat het ook op de website van Schiphol en de vliegtuigmaatschappij staat.

Het mocht niet baten.

Het was vlak na dat fiasco rond Oud & Nieuw met dat vliegtuig vanaf Schiphol naar de VS en die Nederlander die een aanslag wist te voorkomen. Dus bij iedere vlucht naar de VS stond iedereen in alert mode. Zelfs bij moeders met babietjes.

De securityman werd boos, ik werd boos, hij gooide de melk voor mijn baby in de vuilnisbak.

Toen ik na dat fiasco in het vliegtuig de luiertas open deed, zat onderin nog een pakje appelsap.

 

NL

Een hug van collega’s, je hand door de haren van de kinderen van je vrienden, aan tafel met je vriendin, laaglanden vol bloesem en lammetjes.

Volle stations waar niemand iets zegt.

Je kofferwielen ratelend over de keitjes van een oud Delfts grachtje en de geur van de blauwe regen en de brem van het huis om de hoek.

Gesprekken met wildvreemden in de trein en mensen die niet opstaan voor ouderen.

Broodjes kroket.

Nederland.