5 dingen – voor @puur

Anna MariaBlogtikkertje. @puur tikt je aan en je bent hem.

Hier gaat’ie. 5 dingen die Anna-Maria mogelijk wel, maar jij mogelijk niet, van me weet. Of misschien is het omgekeerd?

Here goes.

1. Ik ben ongeduldig (heel erg ongeduldig! Helaas.)
2. Ik ben meester in de rechten (8 voor mijn scriptie over commerciële activiteiten door de overheid)
3. Ik ben niet zo avontuurlijk als je zou denken (verre reizen? Nee, bedankt. De enige in mijn omgeving die Machu Picchu nog nooit heeft gezien, en nog nooit in Zuid-Afrika is geweest)
4. Ik ben geen fan van enge films (heb Slumdog Millionaire uitgezet van de week, te aangrijpend, zo veel geweld)
5. Ik ben graag alleen (in een gezin van 5 geen makkelijk te bewerkstelligen situatie)

Het format van de #blogestafette vereist dat ik nu anderen aantik. Maar ik weet dat veel mensen daar geen zin in hebben.

Daarom speciaal voor Anna-Maria, 5 blogs waarvan ik denk dat ze ze leuk zal vinden*:

  • Nomad & Villager. De leukste reisblogsters die ik ken. Echte pro’s. Lollige scherpe teksten. Prachtige foto’s. Eigen kijk.
  • David Lebovitz. Amerikaanse pastry chef die van lekker eten houdt en met zijn Franse vriend in Parijs woont. Sympathiek en inspirerend.
  • Dinastie. Jonge Nederlandse blogster (lifestyle?). Anders dan anders en de vormgeving is een lust voor het oog.
  • Istanbul Eats. Deze bloggers bloggen over kleine restaurantjes (en stalletjes, en karretjes) in Istanboel waar je traditionele gerechten kunt eten. Voor als we ooit nog eens samen naar Istanboel gaan. Ze hebben ook een restaurantgids in boekvorm. En ze organiseren (prijzige) eettours door Istanboel.
  • De kokende cowboyvrouw. Ja, ik kan er niets aan doen. Ik vind dit blog al heel lang leuk. En de TV-show ook. Ze heeft een onnavolgbare eigen stijl. Relaxed. Humor. Aardig. En getrouwd met een cowboy.

*Dit is vandaag de variatie op ‘Sharing is caring’, mede om goed te maken dat ik het de afgelopen tig keer weer vergeten ben.

 

 

 

Winkelervaring

fake it till you make itIk was winkelen in ‘een groot warenhuis’, met F.

Je weet het misschien niet, maar ik heb al vaker geblogd over ‘dat grote warenhuis’, hier op dit blog. Omdat ik me al jaren, als ik dan even terug was uit het buitenland en even kleren ging kopen, verbaasde over het verschil tussen mijn beeld van dit bedrijf en de daadwerkelijke ervaring.

Die lopen nogal uiteen.

Maar het beeld, het imago, is zo sterk dat ik terug blijf komen. Het is een instituut. Als meisje ging ik er al heen, met mijn moeder, op ons jaarlijkse dagje uit shoppen in de hoofdstad.

Alleen bestaat die chique winkel met die goede service helemaal niet meer. Die winkel bestaat alleen nog in mijn hoofd.

Eerst waren we bij de Herenmode.

Overal zeiden mensen van het personeel vriendelijk ‘Hallo’ en ‘goedenavond’. Maar niemand vroeg ‘Kan ik u ergens mee helpen?”.

En dat terwijl er echt heel veel personeel rondliep. Het was donderdagavond maar niet erg druk. Misschien omdat het herfstvakantie is.

Dat het rustig was, betekende niet dat de mensen die er werkten zich ook druk maakten om klanten.

Na een de hele verdieping te hebben afgezocht, hadden we gevraagd waar de broeken lagen die we zochten en ze gevonden. We hadden er een paar gepakt en de pashokjes gevonden. Maar F. had een andere maat nodig, bleek tijdens het passen. En ik ging die maat zoeken. Hij gaf me de andere broek mee, die hij niet wilde.

Ik liep naar de kast met de broeken. Er naast stond een grote tafel met truien.

Aan de andere kant van de tafel stonden een man en een vrouw, personeel, te praten.

Ik probeerde de ene broek die ik terug moest brengen op te vouwen, liet hem vallen, zag dat ik hem niet goed had opgevouwen, legde hem even neer bovenop de truien, pakte de stapel met broeken uit de kast, liep te stuntelen om de juiste maat te zoeken, legde de stapel met broeken bovenop de stapels truien, zocht naar de juiste maat, haalde die er uit, legde de stapel terug, vouwde de andere broek op en propte hem er tussen (ik ben geen nette vouwer).

De man en de vrouw deden niets, zeiden niets, keken niet. 50 cm van mij verwijderd.

Nee, het lukt wel hoor! Laat mij maar!, dacht ik bij mezelf. Jullie kunnen ook niet weten dat ik ‘swerelds slechtste broekenopvouwer ben en jullie zometeen alles weer over moeten doen! Sorry!

Enfin. F. vond een leuke broek. Het was even zoeken en afwegen of de maat nou goed was, maar enfin.

fake it till you make itOp de damesafdeling, onze volgende bestemming, was het niet veel anders.

Iedereen zei vriendelijk gedag (ik meen dat ik wel eens de hele damesafdeling over ben geweest zonder 1 keer aangesproken te zijn, ik zou het even terug moeten zoeken elders op dit blog).

Maar het is een hele, hele grote verdieping waar alles op merk hangt. Voor sommige mensen het paradijs.

Het probleem is dat ik geen wijs word uit al die merken. En ik beleef geen lol aan het langsgaan van al die kledingrekken. Ik ben niet zo gek op shoppen, om eerlijk te zijn. En een tikje onzeker na 8 jaar in mijn spijkerbroek, gympen en hoodie te hebben gewerkt vanachter de computer.

Ik ben dus blij als er iemand in de winkel is die me helpt om te vinden wat bij me past. Het is hun vak tenslotte. Zij hebben de passie voor mode. Ik niet. Ik ben jaren, echt járen, iedere 6 maanden teruggegaan naar dezelfde winkel in Haarlem, omdat ze daar altijd goed advies gaven.

Ik kon niet vinden wat ik (niet) zocht en liep de winkel uit met een onvoldaan gevoel.

Is er geen winkel waar je altijd slaagt? vroeg F.

Yes. Die is er. De Mexx verderop.

In de Mexx zelf viel het mee qua hulp. Maar het fijne van de Mexx is dat er altijd vriendelijke mensen bij de pashokken staan. Die denken mee, adviseren, halen andere maten. Ze zijn niet opdringerig maar wel behulpzaam. Zeggen eerlijk of een maat groter of kleiner handig is. Lopen naar achteren om te zoeken of die jurk er nog is in je maat. Verdwijnen even en komen terug met iets dat wél past.

Er waren meerdere mensen bezig met andere klanten. Dingen aan het afspelden om te vermaken, andere maten aan het halen, van alles.

Yay, Mexx!

Daar word ik blij van.

Ik ging naar huis met nieuwe kleren en een goed gevoel.

En nog een vette korting ook. Bij de kassa. En een hippe nieuwe barcode op mijn iPhone in plaats van een plastic kaartje. Met uitleg. En een kletspraatje. Met de man achter de kassa.

Ik vertelde hem over onze andere shopervaring en hij zei: je kunt mensen nog zoveel trainen, maar als het heel rustig is gaan mensen in hun rustige modus. Dan gaan ze kletsen, of klusjes doen waar ze anders niet aan toekomen. Dan vergeten ze soms met hun klanten bezig te zijn. Daar kun je niet tegenop trainen, zei hij.

Vond ik wel aardig van hem. Maar bij hen was het ook niet superdruk. En toch waren ze bezig met klanten.

Nou ja, service, dat is hoe we het verschil moeten maken, he? zei hij.

Zo is het.

En dat deden ze.

Haags Gemeentemuseum

museumHet leek ons goed om de kids een keer op te splitsen. Lekker alleen met mama of papa mee.

En omdat de middelste, T (6) zo van tekenen houdt, dacht ik: we gaan naar een echt museum. Een schilderijenmuseum.

Het Gemeentemuseum in Den Haag. En wat een geweldige ervaring!

De mevrouw in de hal bij de informatiebalie wist precies wat hij leuk zou vinden:

  • De Rothko speurtocht
  • De gifjurken
  • Het poppenhuis.

En zo geschiedde.

Na een speciaal boek te hebben gelezen in een aparte ruimte met mooie schilderijen over schilderijen, gingen we aan de slag.

Hij zat heel tevreden Rothko’s werk na te kleuren. Tussen al die serieuze volwassenen (drukke tentoonstelling, die Rothkotentoonstelling!). Schijnt een bijna religieuze ervaring te zijn, sommige Rothkoschilderijen.

Dat had hij niet.

En hij liep de Picasso’s, Kandinsky’s en Appels zo voorbij.

Die hingen in een paar zalen over ‘kinderlijke kunst’, oid.

Haha!

PS Kinderen mogen gratis naar binnen. En de speurtocht was ook gratis. En voor kinderen vanaf 10 jaar is er een speciale benedenverdieping met spannende kamers. Ben ik niet geweest maar ga ik nog wel een keer doen. En in de buurt kun je ook nog gratis parkeren. Als je vroeg genoeg bent. En in de grote koffiezaal hebben ze banken op wielen. What’s not to like?!

Repatblues, revisited

wolkenLaat ik beginnen te stellen dat ik kamp met een luxeprobleem.

Erge dingen zijn Erge dingen.

Oorlog. Dakloos zijn. Fysieke ontberingen. Ziekte. Verlies. Armoede. Geweld. En nog erger als er kinderen bij betrokken zijn (ik was dit weekend in Istanboel waar je op alle drukke punten zoveel Syrische kindertjes ziet lopen en bedelen. Dan word je goed met je neus op de feiten gedrukt…).

Mijn blues zijn geen Erg Ding.

Maar je leeft in je eigen wereld. Je ervaart uiteindelijk alleen je eigen leven. Je zit in je eigen hoofd, in je eigen hart en in je eigen lichaam.

Alles is relatief, maar je moet soms wel echt je best doen om jezelf dat in te prenten, in het midden van je eigen leventje.

En na een kleine twee maanden terug in het dagelijkse Nederlandse leven is me wel duidelijk dat ze bestaan, die repatblues. Ik weet niet of het een bestaand woord is. Maar zo voelt het.

Ik kan het niet echt terugvoeren op iets.

Gedoe op school.

Druk bezig om vast te stellen waar de achterstanden zitten. Dankbaar voor alle hulp en de inzet van de school om iedereen ‘op de rails’ te krijgen. De Nederlandse rails. Maar ook verdrietig om de onrust bij de jongens.

Waarom ze geen math mogen doen, klassikaal, op de mat? Zoals in Turkije? Waarom ze de hele dag stil moeten zijn in plaats van in groepjes te overleggen over opdrachten? Waarom je niet mag spelen in de klas? Wat schoolschrift is en waarom je schuine letters moet schrijven en lezen?

Zo graag nieuwe vriendjes willen maken dat iedere strobreed die in de weg wordt gelegd (zoals, ehm, etenstijd, bedtijd) tot woede leidt.

Cultuurschokjes.

Over reclame, interactie, de supermarkt. Vandaag zat ik in de bus, trein, tram. En weer terug. En ik was vergeten hoe druk het is, in de trein vanaf Schiphol. Hoe mensen doen tegen elkaar. Wat de onuitgesproken regels zijn, in het openbaar vervoer.

Ik moest aan de conductrice vragen of ik nou het poortje door mocht als ik er uit wilde om koffie te halen buiten het station. Als een buitenlander, ja. Ik wist het gewoon niet zeker.

Verhuisgedoe

Vandaag ontdekte ik dat onze ziektekostenpolis niet klopte. Maar ja, ik kon de polis niet vinden. Want die heb ik afgesloten voordat al onze spullen aankwamen. En toen die er eenmaal waren, gooide ik alle papieren van die eerste maand ergens op een stapel in de studeerkamer.

Chaos, kortom. Chaos is niet erg maar geeft wel onrust. Voor iemand die alles in principe netjes in mapjes bewaart! (jurist, he, kan het niet helpen)

De foto’s van de vriendjes van de jongens moeten nog in lijstjes en aan de muur.

De gordijnen uit ons oude huis zijn veel te lang voor ons nieuwe huis. Het boeit natuurlijk niets maar toch boeit het stiekem een beetje. :)

Ik verwachtte dat ik direct aan de slag zou gaan in onze tuin (voor het eerst dat we een echte, heuse, eigen tuin hebben die van ons is en niet van een huisbaas) maar in de praktijk is dat natuurlijk niet zo.

Het is cultuurschok zonder de honeymoonfase.

De zogenaamde honeymoonfase, dat is die eerste fase als je naar het buitenland verhuist waarin alles spannend en leuk is. Een ontdekkingstocht. Een avontuur.

Maar het is geen ontdekkingstocht, dit keer. Het is meer een herontdekkingstocht die leidt tot een gevoel van vervreemding.

Alleen als de nummerborden. Bij iedere auto die ik zie met een ‘nieuw’ nummerbord denk ik: hee! Een nieuw nummerbord. Duh.

Hoewel dat voor mijn zoontjes weer anders is. Want voor hen is het geen terugkeer, maar een verdergaan naar een nieuw land.

Ik kan het niet goed uitleggen.

Alles lijkt normaal. Alles lijkt OK. Alles lijkt goed. Er zijn heel veel dingen om van te genieten.

Ik weet waar ik moet zijn. Ik weet wat ik moet doen. Ik weet ongeveer hoe het werkt.

Maar het is niet normaal, voor ons, het dagelijkse leven.

Heel gek.

Ik verwacht dat ze nog wel even gaat duren, die repatblues.

En dat ze vanzelf over gaan!

 

 

Het leukste aan Lego World NL is …

Ik was vandaag naar Lego World. In de Jaarbeurs in Utrecht.

Ik dacht van tevoren: dat wordt 18,50 (per persoon! Ook voor de kids!) betalen voor een grote legoreclamestunt. En dat was gedeeltelijk ook zo. Getuige de enorme Intertoyswinkel met de grootste, uitgebreidste collectie Lego die ik ooit gezien heb. Met 4 rijen dik voor de kassa’s!

En, zoals verwacht, eerst in de file naar de parkeerplaats, om met duizenden kinderen vergezeld door duizenden ouders samen miljoenen legoblokjes te bekijken en te voelen.

Een paradijs voor velen.

Een cynicus zou zeggen: je zet wat legobouwwerken neer. Je maakt een ‘Star Wars’ lichtshow in een verder vrijwel lege ruimte. Je zet wat mensen in Star Wars pakken neer. Je zet om de zoveel meter een lage tafel met honderden legosteentjes, een thema en een opdracht. Plus wat springkussens en je bent klaar.

Een grote Legoreclamestunt.

Maar lego is meer dan dat. Lego is positief speelgoed. Lego is creativiteit en fantasie.

Lego is exciting.

(En niet alleen voor jongens! Er waren ook heel, heel veel meisjes. Phew. En die waren heus net alleen bij Lego Friends te vinden)

En dat blijkt vooral uit een ding. Het leukste aan dat hele Lego World.

De hal met ‘Lego Fans’.

Dat zijn de mensen die voor de lol dingen maken van Lego. Waanzinnige dingen.

(een aantal van de ‘fans’ kwamen van deze club, mocht je dat soort dingen interessant vinden)

Een gigantische track bestaande uit honderd (den) Legobouwwerkjes die balletjes op allerlei manieren voortbewegen, van de ene machine naar de andere, zonder stoppen, in een gigantische kring.

Hobbittown. Grote kastelen. Hele steden. Landschappen. Heel, heel veel treinen. En alles met beweging, met motoren, met automatische spoorlijnen. Met eigen computerprogramma’s waar duizenden uren aan geprogrammeerd is. Of gebouwd. Met miljoenen steentjes.

Dat was wat mij echt greep.

De fans die daar dag in, dag uit staan om te laten zien wat ze zelf ontworpen hebben, wat ze zelf gebouwd hebben. Met zo’n bordje er bij wie het heeft gebouwd. En dat ze er 6.750 uur aan besteed hebben met daarachter: “drie avonden, twee jaar lang”. En dan hoeveel steentjes ze gebruikt hebben.

Moet je je voorstellen. Wat een hobby!

Ontwerpen, verzamelen, bouwen, showen, bespreken.

Met zoveel oog voor detail! Je kunt er uren naar kijken want je blijft dingen ontdekken.

Zij bouwen zonder oog voor business cases en de kosten om iets te maken of hoe goed iets zou verkopen. Hoeven zij ook niet, natuurlijk. Ze bouwen voor de lol van het bouwen. Voor het mooie. Voor het leuke.

Dat is nou de echte ‘Lego World’.

En ook meteen de kracht van Lego. Als je een groep jongens van een jaar of 18 rond ziet hangen, helemaal in hun sas omdat ze op Lego world zijn.

Echte lego fans.

 Sharing is caring

Ik vond dit Legoblog. Geen idee wie er achter zit, maar vond het wel leuk. En deze, in het Engels.

 

Noot van de redactie: te moe voor plaatjes. Volgen later. :)