Pasen ver weg


Ik dood de tijd
Met wat er toch toe doet

Ik versla de twijfel
Door gewoon te doen

Ik begraaf de angst
In armenvol liefde

Ja!

Ik vier de lente.

Er is altijd wel een bloem.

Dromen van Troje

Troje heeft bestaan.

Terwijl de wereld dacht dat Homerus het verzonnen had, waren er mensen die dachten dat het meer was dan een legende.

Ze bleven doorgaan. Ze gingen graven. En ze kregen gelijk.

Hun motieven waren niet altijd zuiver en eervol. Er is veel kritiek op de aanpak. En op hun gedrag (dat iets weg had van plundering).

Maar zonder hen was er niets gebeurd.

Interessante parabel, he?

Geloven en er voor blijven gaan? Doorzetten, al maak je ook dingen stuk? Tegen de wind in beginnen en gelijkgestemden zoeken om zo de fundering te leggen voor iets groters?

Dromen en doen?

Of voorzichtig aan, een goed begon is het halve werk, geduld hebben?

Ik heb het antwoord niet.

Misschien zijn er meer wegen die naar Troje leiden.

Hoe ontwikkel je een regio?

Vandaag een beetje in de buurt van Çanakkale rondgereden. Het beroemde Troje (van het paard) ligt niet zo ver van Çanakkale. Het regende, dus we gaan er morgen kijken.

Maar als je even doorrijdt, kom je bij een stadje waar Aristoteles en zijn studenten rondliepen. Waar St Paul heeft rondgelopen. Met de restanten van een oude Griekse tempel en nog veel meer, op een punt waar je uitkijkt over zee aan drie kanten.

In de voetstappen van Aristoteles?! Sjonge.

Kortom, er is ontzettend veel te zien. Waanzinnig veel. Een stuk geschiedenis waar je U tegen zegt. En ook nog eens prachtig, prachtig, prachtige landschappen.

En toch.

Overal armoede.

Net als in Cappadocië lijkt het er toch op dat maar een beperkt aantal mensen weet te profiteren van die honderdduizenden buitenlandse toeristen die hier van mei-september komen. Of hoeveel dat er ook zijn. Plus al die binnenlandse toeristen ook nog!

Ik wil niet zeggen dat het niet romantisch is dat je overal schaap- en geitenherders tegenkomt met hun kuddes. Prachtig dat een manier van leven behouden wordt, zou je kunnen zeggen. Eén met de natuur, en zo. Maar of die mannen er een gezin van kunnen onderhouden? Of überhaupt een gezin kunnen stichten? Wat zouden ze zelf het liefste willen?

We reden vandaag door stadjes waar echt helemaal niets uitnodigt tot stoppen.

Terwijl toeristen natuurlijk op vakantie zijn dus uit ontbijten gaan, uit lunchen, uit koffie drinken, uit eten, uit shoppen.

Waar je in veel landen op dat soort routes (van belangrijke bezienswaardigheid naar belangrijke bezienswaardigheid) overal gelegenheden ziet die inspelen op al dat toeristische verkeer, zie je dat hier nauwelijks.

En dat terwijl het gaat om plekken die over de hele wereld beroemd zijn. En de natuur en de kust hier adembenemend prachtig is.

Waarschijnlijk realiseren maar weinig mensen zich dat die beroemde plekken in Turkije liggen. En hoe mooi die plekken zijn voor een vakantie.

Heel af en toe zie je een slimme ondernemer die een groot restaurant langs de weg heeft neergezet met een groot overdekt terras met pergola’s, grote reclameborden, grote parkeerplaatsen voor bussen en een groot houten paard (Het Paard! Van Troje!).

Maar verder zie je weinig.

We reden door een redelijk grote stad op de route en zagen daar troep, armoede, moedeloosheid, stof, onverharde zijwegen.

Ik weet niet.

Ik word er verdrietig van. Het idee dat op kilometers afstand, soms op meters, de toeristen met busladingen vol langskomen en mensen in zo’n stadje daar niet van weten te profiteren.

Heb ik eerder gezien.

(zie hier)

Het is ook opvallend hoe slecht de bewegwijzering is naar dat soort plekken. Ik weet niet wat er door lokale en regionale overheden wordt georganiseerd op dat gebied.

Zelfs Troje vind je vanuit Çanakkale alleen door in de stad een paar kleine bordjes te volgen en dan uiteindelijk pas bij de afslag een bord.

Misschien is het gewoon ieder-voor-zich? Zo is Çanakkale juist een heel levendige plek. Met een prachtig houten paard (uit de film met Brad Pitt) inclusief een hele mooie uitleg van de geschiedenis van Troje met een mooie macquette. Volgens de Lonely Planet is de uitleg op de boulevard van Çanakkale beter dan die bij de monumentale plek van Troje zelf. Sowieso is het een mooi stadje, een grote boulevard vol eettentjes, bars en ijstenten. En een prachtige moderne afvaartplek van de boot naar Gallipoli.

Het ontwikkelen van een regio gaat alleen met vereende krachten.

 

Ik moet telkens denken aan die bruine borden in Frankrijk langs de kant van de weg, waar precies verteld wordt waar de regio waar je doorheen rijdt trots op is en wat voor chateau er te vinden is en welke kathedraal.

En aan de Amerikanen natuurlijk die plekken waar alleen een houten blokhut van 200 jaar oud staat, verkopen alsof het Troje betreft. Met musea en lichtshows en reconstructies en ‘experiences’.

Dat verdient Turkije ook.

 

Lokale marketing is zo oud als de weg naar Çannakale

Zo dacht ik vandaag, onderweg van Istanbul naar Çannakale. Een stad die beroemd is bij toeristen omdat het 1) dichtbij Troje is (ja! Het Troje van het paard) en 2) een korte oversteek je naar Gallipoli brengt, waar de beroemde veldslag/veldslagen plaatsvonden tussen de Turken enerzijds en de geallieerden anderzijds.

De geallieerden verloren uiteindelijk, mede door de slimme en eigenzinnige tactiek van een Turkse militair die later bekend kwam te staan als Atatürk. Hij deed dan ook echt indrukwekkende dingen.

Maar daarover wellicht een andere keer meer.

Wij waren voor de lunch gestopt in een plaatsje dat Tekirdağ heet. Bekend om zijn speciale Tekirdağ Köfte. Volgens de Lonely Planet is die spicy (in tegenstelling tot de bekende Turkse gehaktbal-achtige köfte die niet spicy zijn).

Enthousiast besteld.

Ze hadden een andere vorm maar smaakten net als iedere andere köfte die we ooit gegeten hadden.

Maar wat nou zo lollig en lokaal is, is dat:

1) Ieder restaurant dat geen visrestaurant was, kondigde op grote borden aan dat je er Tekirdağ Köfte kon eten

2) Al die restaurants heetten ‘Meshur köfteci’ oftewel, meester köftemaker.

Nog kilometers na het stadje kwamen we langs de weg restaurants tegen die groots verkondigden dat ook zij Tekirdağ Köfte verkochten.

Ik realiseerde me dat het net zoiets is als ‘Texels lam’ op Texel.

En weet ik wat je op de Veluwe hebt. Deventer Koek. Champagne in de Champagne.

En zo heb je het eigenlijk altijd en overal: slimme lokale marketing. Alleen waren hier de uithang- en reclameborden wat groter. En sterk gericht op al die busladingen toeristen die hier langskomen in april en in de zomer. We hebben het niet over een paar honderdduizend! We hebben het (volgens de LP) over miljoenen.

Marketing van een etenswaar als ‘lokaal’ loont de moeite, dat moge duidelijk zijn.

Ach. Zo blijf je lekker bezig, 4 uur lang turend uit het autoraam.

Locatie. Locatie. Locatie. Boek.

Ik ben een boek aan het schrijven. Over locatiemarketing. Beter gezegd, over de online marketing van locaties – bedrijven met een fysieke locatie. Winkels, horeca, kantoren. Dierentuinen en zelfs parkeerplaatsen. Musea en advocatenkantoren. Parken. Gemeentehuizen.

Dat komt omdat ik me al jaren erger verbaas al jaren vaststel dat kleine ondernemers de online vindbaarheid van hun fysieke locaties niet goed geregeld hebben.

Zonde, zonde, zonde.

Want als je een fysieke lokatie hebt, heb je een groot voordeel.

Ten opzichte van merken en bedrijven die dat niet hebben. Je bent:

  • zichtbaar
  • tastbaar
  • aanwezig
  • onderdeel van een gemeenschap EN…

Je hebt iedere dag mensen in je zaak.

Klanten. Bezoekers. Snuffelaars. Verkenners. Zoekers. Dagjesmensen. Stamgasten.

En het mooie is: je kunt al die voordelen gratis omzetten in kansen, online.

Daar gaat mijn boek over.

Voorbeeldje, uit het leven gegrepen: Ik was vorige week in Amsterdam. Ik zat in de tram. Ik had voor de lol de Google Maps applicatie op mijn iPhone open staan om eens te kijken welke zaken daar zichtbaar waren.

Ik zag mezelf op de kaart en een aantal bezienswaardigheden en horeca-gelegenheden. Maar in het echt zag ik veeeeeeel meer zaken voorbijkomen. Winkels, hotels, restaurants, cafes.

Alleen stonden ze niet op Google Maps.

Dát is dus een gemiste kans.

Moet je eens voorstellen, hoeveel van die honderden toeristen uit binnen- en buitenland (man! wat is Amsterdam belachelijk druk!! je struikelt er echt over de toeristen, waaronder ikzelf) binnen die vierkante kilometers aan het zoeken zijn op hun mobieltjes.

Daarom moet je zaak online net zo vindbaar zijn als offline.

Het mobiele internetverkeer neemt nog steeds toe. En een groot percentage van dat verkeer bestaat uit zoekopdrachten (waarvan tussen de 90 en 95% op Google…). En een steeds groter gedeelte van die zoekopdrachten op Google heeft te maken met een lokatie.

“Restaurant Amsterdam”. “Werkplek Utrecht”. “Boekwinkel Haarlem”.

Maar zelfs als er in je zoekopdracht geen plaats staat, weet Google steeds beter dat die opdracht wel te maken heeft met een plaats.

“Lunch”.

En dus neemt Google zowel jouw lokatie als die van eventuele zoekresultaten in overweging bij het bepalen wat voor resultaten je te zien krijgt.

Al heb jij het als zoeker niet door.

Google weet in ieder geval je IP-adres (tenzij je net als ik een VPN-dienst gebruikt, haha, jammer, Google! Elja komt uit..Nederland? Turkije? De VS? Denemarken?). Maar als je ondertussen ingelogd bent op je Google account weet Google nog veel meer. En als je GPS aanstaat natuurlijk.

Dus als jij ‘Bakker’ intypt, of ‘Albert Heijn’, krijg je waarschijnlijk geen algemene sites te zien, maar de resultaten van lokale bakkers en lokale Albert Heijns. En resultaten op Google Maps.

Google begrijpt dat iemand die ‘bakker’ intikt gewoon een bakker in de buurt zoekt. Slimme algoritmes hoor, dat Google.

Probeer maar eens.

Ook leuk: probeer maar eens op je mobiel. En probeer het morgen eens als je met je mobiel op je werk bent, heel ergens anders.

Maar dit alles is niet zonder consequenties voor iedereen die voor bezoekers en klanten afhankelijk is van zijn/haar lokatie.

Je lokatie moet online ook vindbaar zijn, net als offline.

Dat is gelukkig (meestal) niet zo moeilijk. En gratis.

Behalve als je heel veel concurrentie hebt, kun je heel veel zelf doen door te zorgen dat je goed vermeld staat in een aantal databases.

Zie de afbeelding hiernaast. Ik zat gezellig te lunchen in Amsterdam (de blauwe stip ben ik). Maar toen ik al zittende op mijn iPhone op Google Maps ‘Lunch’ intypte, kwam alleen dat ene restaurant naar voren. Niet de tent waar ik zat, of al die andere tentjes die op een paar vierkante kilometer zaten.

Dat ene restaurant doet iets goed, qua Local Search Optimization.

Het is een hele tak van sport, inmiddels, in de wereld van de online marketing, dat LSO (Local Search Optimization) (vgl: SEO). Het is ook een hele grote tak van sport, want heeeeeel veel apps maken gebruik van dezelfde paar databases om goede informatie te krijgen over locaties. Dus je moet zorgen dat je goed vermeld staat. En dat je website, als je die hebt, ook duidelijk gekoppeld is aan je fysieke locatie.

Maar dat is niet het leukste aan locatiemarketing.

Het leukste is dat je als ondernemer allerlei kansen hebt om actief met klanten en bezoekers in gesprek te gaan rondom je lokatie. Online.

Daar gaat mijn hart sneller van kloppen, ik geef het toe. Instagram en Yelp en Foursquare en Facebook en Google+.