
Er zijn dingen die je je nooit afvraagt. Iedere dag leven we in en met aannames die we nooit bevragen. Tot je een boek leest, zoals ‘Werk is geen oplossing.’ Dan denk je opeens: hoe zou het anders kunnen?
De aannames waar we mee leven
Aannames zijn de basis van ons gedrag. Zonder aannames is het lastig functioneren. Wanneer je als volwassene altijd maar ‘waarom?’ blijft vragen, wil niemand meer met je praten.
Aannames zijn bijvoorbeeld:
- Dat iedereen die niet te oud of te ziek is of vermogen heeft, moet werken.
- Dat werk betekent: een eigen handel (ondernemen), je diensten verkopen (zzp) of voor een baas werken (loondienst).
- Dat ieder gezin als familie-eenheid in een eigen woning woont en (alleen) voor zichzelf zorgt.
- Dat een gezin idealiter bestaat uit moeder, vader en kinderen.
- Dat kinderen maken (baren), zorgen en het huishouden doen onbetaald of onderbetaald werk is.
- Dat werkgevers als doel hebben om zoveel mogelijk winst te maken of zo weinig mogelijk verlies en daarvoor maatregelen nemen. Zoals flex- en 0-urencontracten en steeds minder werkplekken op kantoor.
Logisch, toch?
De maatschappij ben jij
Logisch is het zeker, want het is een gevolg van ideologieën, narratieven en de maatschappelijke keuzes die daar decennialang (of eeuwenlang?) op volgden. Vormgegeven door de mensen die wij de macht hebben gegeven, toen we eenmaal met zijn allen mochten stemmen.
[Reminder: mannen 1917, vrouwen 1919]
Of misschien is het allemaal niet zo logisch …?
De maatschappij, dat ben jij. Die maak je in zekere zin zelf. Maar niet in je eentje. Dat is juist het probleem (ik probeer me in te houden en hier niet over het probleem van onze meritocratie te beginnen … ik heb dit boek nog altijd niet uit).
Dus wat als we teruggaan naar waar het om draait en van daaruit kijken hoe je de wereld logisch in kunt richten? Zouden we er dan voor kiezen om werk in te vullen op de manier die we nu doen?
Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik wil gezond blijven en als dat niet lukt goede zorg kunnen krijgen, ook voor de mensen van wie ik houd, mijn vrienden en mijn buren en ook voor mensen die ik niet ken.
Ik wil genoeg, gezond en liefst ook lekker kunnen eten en drinken, veilig zijn en een fijn dak boven mijn hoofd hebben waar ik me fijn voel en mezelf kan zijn.
Ik wil tijd kunnen doorbrengen met mijn man en kinderen, vrienden en familie. Ik wil mijn overige tijd nuttig besteden, liefst ten dienste van de samenleving, en dan nog tijd overhouden om me te ontplooien en andere dingen te doen die misschien niets opleveren of misschien wel maar die ik vooral doe voor het plezier dat het me geeft.
Ik heb geluk, want ik heb wat ik heb alles wat ik wil.
Waar het boek over gaat is de vraag waarom dat niet voor iedereen zo is. Wat dat met werk te maken heeft. Hoe we dit voor iedereen kunnen organiseren. Waarom zelfs de mensen die ‘succesvol’ zijn worden uitgeput en opgemaakt. Hoe dit leidt tot een systeem dat niet alleen ons maar ook de wereld op doet raken (als een vorm van extractie). En hoe het anders kan.
Ongemakkelijke inzichten
Dat klinkt heftig en dat is het ook. Wie heeft nou zin in zo’n verhaal? We moeten overleven, we moeten door. We hebben er geen belang bij en ook geen tijd voor om hierbij stil te staan.
We leven voor onszelf en ons eigen gezin en hebben al moeite om de energie te vinden om een verjaardagsfeestje te organiseren, een pan soep naar de zieke buurvrouw te brengen of tijd te maken voor een oude vriend.
We zijn moe. En als ik het boek zou quoten, zou ik zeggen: omdat werk ons uitput. Maar ik wil je niet afschrikken.
Ik wil je uberhaupt niet vermoeien met de inzichten uit dit boek want de kans is dat je al moe bént, van werken. Ik kan me voorstellen dat je niet zit te wachten op verhalen over kapitalisme, de macht van werkgevers en hoe wij onszelf allemaal voor de gek houden als we denken dat werk een oplossing is voor de wereld. Hoe we onszelf hebben laten definiëren als niets meer dan consumenten en werknemers. En hoe veel onzekerheid de manier waarop ‘werk’ is ingericht met zich meebrengt – voor de ene groep nog veel meer dan de andere.
Dus daar begin ik maar niet over.
Maar ik begin wel even over AI. Verrassing!
AI is de katalysator die dit verergert

Toen dit boek uitkwam, in 2021, was ChatGPT nog niet gelanceerd. Maar door de impact van deze vorm van AI is het boek eigenlijk nog belangrijker. En nog meer waar.
Enerzijds omdat de groep mensen die onzekerheid ervaart in hun inkomen door hun werksituatie – de groep mensen die uitgebuit wordt – wereldwijd gigantisch is toegenomen. En anderzijds omdat heel veel beroepsgroepen in onzekerheid verkeren door die AI-ontwikkelingen.
Administratieve en financiële medewerkers, mensen in juridische functies, starters, adviseurs, klantenservicemedewerkers – ze weten nog niet hoe maar wel dat hun toekomst op het spel staat.
Omdat we dat laten gebeuren.
Toen ik het boek uit had, dacht ik: ik zou het niet erg vinden om wat tijd te besteden aan soep koken voor mijn buren en op andermans kinderen passen. Om mijn auto te delen en de printer ook. Waarom niet? Mijn leven zou er eerder leuker dan minder leuk van worden, als ik meer kon delen met anderen. Als ik de verantwoordelijkheid zou nemen voor meer dan mijn eigen gezin. Vooral als iedereen dat deed. Als we het samen deden. En als we niet meer hoeven te werken volgens het uitputtende stramien dat werk voor ons is geworden.
De oplossing zijn wij zelf

Ik las het boek ‘Werk is geen oplossing’ na een tip van Karine. Niet geheel toevallig nam zij net als ik een jaar vrij – ze schreef er zelfs een boek over. Om verschillende redenen konden we ons dat permitteren. Zij omdat ze spaarde, ik omdat ik een geprivilegieerd leven leid.
“Als iedereen te moe en te onzeker is, is het belangrijk dat zij die relatief bevoorrecht zijn, zoals ik, zorg dragen en tijd vrijmaken.”
Dat geldt voor mij ook. Pas als je er los van bent, ga je het zien. Pas dan heb je tijd om zo’n boek te lezen en er echt over na te denken. Het is eigenlijk mijn plicht om er dan ook over te schrijven. Bloggen is momenteel mijn ‘werk’ (ironisch als je dit oude blog leest: is bloggen werk?).
Ik kan in ieder geval beginnen met er over te schrijven.

Boek: ‘Werk is geen oplossing’, van Marguerite van den Berg.
PS: Ik had eerst een ander verhaal geschreven. Bozer. Radicaler. Maar toen ik in de bus zat net en er over nadacht, dacht ik: wat als potentiele opdracht- of werkgevers het lezen? En toen heb ik het aangepast. Ik sta er nog steeds achter, maar het is wel een beetje een ‘maak het niet te ongemakkelijk’-sausje. Zo zie je maar. Marguerite heeft een punt.
Blijf jezelf! Hoezo inhouden voor toekomstige werkgevers? Ga je dat dan ook op het werk doen? Dat houdt niemand vol. Overigens vond ik het ook wel grappig om de ALT-tekst onder de laatste foto te lezen.
En delen… wat zou het mooi zijn als we weer gingen delen. Niet beperkt tot het carpoolen, maar echte aandacht delen. Vragen hoe het met iemand is, geen genoegen nemen met een ‘sociaal verantwoord’ antwoord.
En nu is mei al bijna voorbij… nieuwe koffiekans in juni!
Die koffie komt wel!
En ja, meer delen en gedeeld worden klinkt heerlijk
Interessant blog over werk en wat dat oproept. Ik vind het leuk als je juist een beetje bozig of geïrriteerd bent, gewaagder. Het komt dan anders binnen, meer als iets urgents. Wat mij betreft houd je je niet teveel in voor potentiële opdrachtgevers/bazen.
Delen is altijd mooi, ik denk wel dat hoe je ook in het leven staat je altijd iets te delen hebt, niet alleen als je niet hoeft te werken voor geld. Aandacht, een knipoog, een compliment, even iets doen voor een ander, een grapje. Het zijn juist die dingen die tellen aan het eind van een dag.
Zo is het ook, we hebben allemaal iets te delen. Maar de premisse van het boek is dat de manier waarop we werk inrichten en accepteren weinig ruimte over laat voor delen.
Dank voor de aanmoediging… voelt eng!