
Het midden, begin ik steeds meer te denken, is een vervelende, gevaarlijke en vooral machteloze plek. Steeds minder is er ruimte voor een afweging van wat er goed is voor de meeste mensen. Steeds meer leggen we uit waarom de andere kant het fout heeft, gevoed door narratieven van die ene kant of juist de andere kant. In ieder geval als het gaat om AI.
Als je 3 jaar lang in de orkaan hebt gestaan die nationaal en internationaal AI-beleid heet, krijg je een aardig beeld van het speelveld. De wind rukte je van kant naar kant, in een steeds groter wordende funnel van hectiek.
Het enige voordeel daarvan is het overzicht. Wanneer je vanuit de lucht naar het speelveld moet kijken (omdat je door de zoveelste windhoos omhoog bent gezogen), zie je duidelijker hoe het zit. Wie wil wat, wat zijn de opties, waar zit de macht. Dat soort dingen.
Het is lekker om er even uit te zijn, want in een orkaan is het hard werken. Het is vooral hard werken om iedereen in het midden te houden, met beide benen op de grond. Neutraal. Redelijk. Rationeel. Denkend vanuit de belangrijkste opdracht: hoe zorgen we voor elkaar? Zonder dat we groepen achterlaten of uitsluiten?
Het is lekker dat ik nu aan de buitenkant sta, buiten bereik van de orkaan. Zonder echte vogelvlucht, maar vanuit de periferie. Maar ja. De uitdaging van een gebrek aan neutraal midden blijft bestaan. Alleen kan ik kan er nu niets meer aan doen.
Frustrerend. Want het midden is steeds verder zoek. Dat zag ik al gebeuren in het laatste jaar van mijn baan. Maar ik zie het iedere dag erger worden.
Mensen die hun geld verdienen met AI, indirect of direct aan de ene kant. En aan de andere kant de mensen die AI zien als kwaad van alles en voor wie het gebruik van grote taalmodellen een doodzonde is.
En ik begrijp ze allebei.
Toen ik aan mijn baan in AI-beleid begon, deed ik dat omdat ik vond dat er een midden moest zijn. Een midden waarin je excessen en negatieve gevolgen kunt voorkomen (met de toeslagaffaire vers in gedachten) en de goede kanten van technologie kunt gebruiken voor de maatschappelijke opgaven die ons in het gezicht staren. Omdat ik nu eenmaal altijd van technologie heb gehouden als iets dat je positief kunt inzetten. Een midden waarin je samen kunt zorgen dat er goede AI wordt gemaakt op een goede manier, mits dat bijdraagt aan de dingen die we op dat moment als samenleving het belangrijkst vinden.
Idealistisch, inderdaad.
Dat is extra ironisch, omdat ik me nu af en toe in communities bevind waar mijn idealisme niet idealistisch genoeg is. Maar voor de communities waar ik ooit bij hoorde, ben ik juist weer te idealistisch.
Beide kanten wijzen naar de overkant. Niemand probeert de bezwaren van de een te integreren in de kansen die de ander wil pakken.
En ik sta, lijkt het, er tussenin. Zo ben ik onbedoeld toch nog in het midden terecht gekomen.
Gekmakend is het.
Af en toe overweeg ik om gewoon iets anders te gaan doen. Kunstrondleidingen. Moestuinhulp. Thuiszorgmedewerker.
Maar ik vrees dat je de AI-kampen zelfs zult vinden in de moestuin, het museum en de zorginstellingen. Dus ik denk er nog maar even over na.
Het midden?
Het midden is een machteloze plek geworden.
Volgens mij is dit het probleem van de compromis, iets dat overal in het leven voorkomt. Soms gaat een compromis goed, maar je maakt er nooit iedereen gelukkig mee. Vooral niet als je moet kiezen tussen 2 traptredes. 😉
Het leuke i dat AI ook een soort gemiddelde is van heel veel info. Ga je dus ook niet iedereen gelukkig mee maken. Zelf heb ik het niet nodig. De dingen die AI goed kan, vind ik juist leuk om zelf te doen.
Zo is het: het is een gemiddelde. Soms is dat prima en is het meer dan er was. Maar soms is het te middelmatig.
Houd dat idealisme alsjeblieft nog vast. En niet even, maar definitief. Het is verfrissend. Maar wat is machteloos? Zien dat de “kampen” tegenover elkaar staan en beide kampen deels begrijpen? Want hoe reageer je dan? Volgens mij is een gezonde discussie met feiten nooit weg. Geen argumenten, dat is subjectief. Gewoon feiten. Onder ogen zien dat er dingen fout gaan, maar zeker ook goed gaan. Kun je geen boek gaan schrijven?
Heb wel boek concept klaar… nog aan het twijfelen