Waarom voornemens onzin zijn (en hoe het je wel lukt om iets te veranderen)

Terwijl ik mijn laatste nieuwsbrief van dit jaar aan het schrijven was, struikelde ik over het woord ‘voornemens’. Wat een onzin, dacht ik bij mezelf. Voornemens. ‘Ik ben voornemens om het te gaan doen.’ ‘Mijn goede voornemen is om dit jaar 10 kilo af te vallen.’ Terwijl je het zegt, weet je al dat de kans groot is dat het niet gaat lukken. Terwijl je natuurlijk niet iets tijdelijks, maar iets permanents wilt veranderen.

Het begin van het nieuwe jaar lijkt daarvoor het aangewezen moment. Bij de oliebollen van volgend jaar is het je gelukt. Toch?

Volgende week is het twee jaar geleden dat ik besloot om te gaan zwemmen.

Ik had al jaren niet gesport. Ik vond eigenlijk niets leuk en ik vond het allemaal ook gewoon te veel moeite. Tijd die ik liever in andere dingen wilde steken, zoals dit blog.

Ik weet niet meer precies waarom ik toen opeens besloot dat het nu maar eens moest gaan gebeuren, met de enige sport die ik echt al leuk vind sinds ik kind was. Het zal wel met het nieuwe jaar te maken hebben. Ook die 1 januari is onzin, maar ja, het heeft ook iets magisch. En als het werkt, werkt het. Bij mij ging in ieder geval ineens de knop om.

Zo toog ik in de eerste week van januari naar het zwembad voor de eerste van mijn wekelijkse zwemsessies. Destijds trok ik gewoon baantjes met een schoolslag en borscrawl waar ik me nu niets meer bij voor kan stellen. Maar ik bleef het doen, iedere week. Vooral nadat ik had ontdekt wat de rustigste tijdstippen waren voor baantjes trekken.

Goede voornemens zijn onzin, maar een plan maken om te gaan veranderen is dat natuurlijk niet. Dingen proberen is geen onzin. Het is een kwestie van balans tussen jezelf niet te streng toespreken en de lat niet te hoog leggen, en jezelf dwingen om toch die kleine stapjes te blijven nemen om te komen waar je wilt zijn.

De balans tussen flexibiliteit en doorzetten, daar gaat het volgens mij om. Dat, en de volgende 5 dingen die er voor zorgden dat ik niet alleen begon maar het ook onderdeel maakte van mijn leven.

1. Zoek iets dat je leuk vindt

Als ik had besloten dat ik ging hardlopen, twee jaar geleden, denk ik niet dat ik het vandaag nog deed. Ik vind hardlopen stom. En de sportschool ook.

De sleutel tot vooruitgang was dat ik de sport ging doen waarvan ik wist dat ik hem leuk vind: zwemmen.

Maar hetzelfde geldt voor afvallen. Als je heel veel niet meer mag, moet je alternatieven vinden die je wel mag én lekker vindt. Toen ik samen met F. een paar jaar geleden besloot om af te vallen, leefde ik op gemengde rauwe noten en grote koppen thee met melk. Die noten waren duur, maar we kochten ze toch in grote zakken. Inclusief lekkere pecannoten. Gewoon omdat we wisten: als we niet een goede snack hebben om de dag mee door te komen, gaat het mis.

Nu we een semi-vegan dieet aanhouden, is het humus van de Albert Heijn. Met bleekselderij. We hebben het altijd in huis. Zo hebben we altijd iets te eten dat we lekker vinden. Anders houden we het niet vol. Een dieet is prima, maar dan wel met een lekker alternatief.

Ik denk dat het voor alle veranderingen geldt die je voor ogen hebt. Wat voor plan hebt, probeer een vorm te vinden die je aanstaat. Waarom zou je tegen je zin vieze shakes gaan drinken? Of tegen je zin gewichten gaan heffen in de sportschool? Omdat iedereen dat doet?

Doe wat past bij jou. Dan wordt je plan veel uitvoerbaarder.

2. Alle begin is moeilijk

Ik moest wel even iets overwinnen hoor, om dat zwembad in te gaan. Je weet niet wat je kunt verwachten, he? Je weet niet hoe druk het is, hoe goed of slecht je zelf zwemt ten opzichte van de anderen in dat bad, je weet niet in welke baan je moet of mag zwemmen. Of mensen je uitgebreid gaan bekijken en beoordelen. Je weet niet of het een vaste club mensen is en of je geacht wordt sociaal te zijn, of dat je gewoon kunt zwemmen.

Je kunt wel veel uitzoeken voordat je begint. Je kunt vragen om een introductieles. Je kunt met de mevrouw van de receptie of de infobalie praten en vragen welke tijden het rustigst zijn. Je kunt aan de badmeester vragen of je nog ergens rekening mee moet houden. Je kunt een tijdje kijken wat anderen doen.

Maar uiteindelijk moet je gewoon dat water in.

En je moet jezelf voorhouden: hoe vaker je het doet, hoe meer je er komt, hoe beter je gaat begrijpen hoe alles werkt. Hoe meer je mensen gaat leren kennen (of herkennen). Hoe meer je kunt ontdekken.

De eerste keer is het lastigst. Daarna wordt het makkelijker.

3. Stel realistische doelen – voor jou

Ik heb als doelstelling altijd een half uur zwemmen, als ik baantjes ga trekken. Dat is niet veel, nee. Maar aangezien ik heel hard zwem vind ik het wel mooi. Het is voor mij precies een goede afstand en duur. Ik kan af en toe op de klok kijken om te zien hoe lang ik nog ‘moet’ zwemmen, en dat motiveert me om door te gaan.

In het begin zwom ik altijd een zelfde aantal baantjes. Ik was trots als ik er weer twee meer zwom dan daarvoor. Maar ik ben slecht in het bijhouden van het aantal. Op een gegeven moment weet ik het niet meer. Ik wil ook eigenlijk nergens aan denken, als ik zwem, behalve dan het zwemmen zelf. Als ik ondertussen moet tellen, kan ik dat minder goed.

Daar komt bij dat ik gaandeweg, toen ik eenmaal met lessen begon, nieuwe doelstellingen kreeg: beter zwemmen. En oefenen, dat kan ik ook in een half uur.

Ik weet wel dat het maar kort is en dat de meeste mensen veel langer zwemmen, als ze gaan zwemmen. Maar ik heb niets te maken met andere mensen. Ik zwem voor mezelf, volgens mijn eigen doelstelling.

Het klinkt raar, maar dat is denk ik wel de reden dat ik nog steeds zwem. Het is net als met afvallen: als je jezelf alles verbiedt, faal je sneller. Als je jezelf alleen bepaalde dingen ontzegt, kun je eens kijken hoe dat gaat en hoe lastig het wel of niet is. Het maakt niet uit dat andere mensen alle mayo, chocolade, chips en koek uit hun leven weten te bannen. Als het jou lukt om van de chocolade af te blijven of doordeweeks niet te snoepen, ben je alvast een stap aan het maken.

4. Zoek ondersteuning

Na ruim een half jaar trok ik de stoute schoenen aan en deed ik mee aan het wekelijkse trimzwemmen voor dames. Ik weet niet meer of ik er over gehoord had, of er naar gevraagd had, of het had zien staan op het zwembadschema. Ik denk dat iemand er over vertelde.

Ik vond het best spannend die eerste keer. Vooral toen ik me realiseerde dat iedereen slanker en sterker was dan ik (ook al was ik een van de jongste vrouwen). En sneller. Maar al vanaf de eerste keer meedoen kreeg ik tips van de docente. En al vanaf de eerste keer ging ik beter zwemmen.

Ik heb sinds ik ooit begonnen ben nog maar een paar van die trimzwemlessen gemist. Het moet heel gek lopen, wil ik er niet heen gaan. Op de een of andere manier is het gewoon lekker om te horen wat je moet doen: 200 meter inzwemmen, 2 baantjes vlinderslag (argghhh), zoveel meter alleen armen…. etc. etc.

En hoewel ik weiger me te laten opjagen door hoeveel sneller andere mensen zijn, is het feit dat er andere mensen zijn wel heel motiverend. Net als het hebben van een instructrice.

Als je mensen kunt vinden om samen iets mee te doen, helpt dat gewoon. Misschien vind je ze online. Misschien is er een of ander online forum waar je elkaar kunt steunen. Misschien kun je je vrienden op Facebook om steun vragen. Of misschien kun je gewoon, in plaats van maar wat te doen in die sportschool, meedoen aan een georganiseerde les.

Die stok achter de deur die de steun van andere mensen je geeft, die helpt.

5. Ontdek de lol van de uitdaging

Al die dingen hierboven hebben me geholpen:

  1. Iets doen dat ik echt leuk vind en makkelijk kan doen (het zwembad is vlakbij);
  2. Me realiseren dat alle begin moeilijk is en dat ik daar even door heen moet;
  3. Mijn eigen, voor mij realistische, doelen stellen; en
  4. Een vorm zoeken waarbij ik instructie krijg en met een hele groep zwem.

Maar de 5e reden dat ik na twee jaar nog steeds wekelijks zwem is de belangrijkste: ik heb er lol in gekregen om beter te worden.

Ik wist helemaal niet dat zwemmen zo’n technische sport is. En ook niet dat ik het type ben dat het een uitdaging vind om iedere keer dat ik in het water lig, nog beter te worden. Maar toch bleek dat zo te zijn. Na een tijd heb ik zelfs van die flippers gekocht, om nog meer te trainen. Net echt. 🙂

Het element van ‘leren’ is wat het zo leuk maakt voor mij. Iedere keer word ik beter. Vooral vanaf het moment dat ik mee ging doen aan trimzwemlessen met instructrices, ging ik hard vooruit. En nu krijg ik complimenten van mijn docentes. Dat ik zo mooi gecontroleerd zwem.

Daar doe ik hard mijn best voor hoor. En het is makkelijk om te vervallen in een soort gemak. Een plateau. Soms moet je je best doen om te gaan zien wat je nu weer verder kunt verbeteren, waar je aan kunt werken. Wat je verder wilt leren. Maar er is altijd iets.

Dit jaar ga ik me de draai eigen maken, bijvoorbeeld. Ik kan wel borstcrawlen maar mijn draai onder water aan het einde is een zootje. Wil ik wel kunnen. Ik wil ook de vlinderslag verbeteren. En ik wil weer meer gaan zwemmen. Sterker worden. De afgelopen maand kwam het er niet van om twee keer per week te zwemmen en dat merk ik meteen als ik weer zwem.

Wat je ook gaat doen, welk plan je ook hebt, ga op zoek naar de uitdaging. Naar het spel. Wat kun je verbeteren? Waar kun je over leren? Wie kun je er iets over vragen? Als je de uitdaging zoekt, blijft het gegarandeerd leuker dan als je maar wat doet en maar een beetje een programma afwerkt.

Voornemens zijn onzin maar veranderingen niet

Het hele punt van goede voornemens is dat je iets wilt veranderen in je leven. Iets blijvends. Niet zo zeer die 10 kilo afvallen, maar gezonder leven zodat je afvalt én je gezonder voelt. Je gaat sporten om af en toe je hoofd te kunnen leegmaken én fitter te worden. Je gaat meer tijd met je gezin doorbrengen omdat het belangrijk en leuk is. Je stopt met roken omdat het ongezond is, geld kost en een slecht voorbeeld is.

Voornemens zijn dingen die je verwacht maar een tijdje vol te houden. Veranderingen zijn er voor altijd.

Als je meer wilt lezen over de vraag hoe je gewoontes kunt doorbreken of juist aanleren, is het blog zenhabits heel interessant. Blogger Leo heeft ook allerlei online cursussen die je kunnen ondersteunen bij veranderingen, maar die heb ik nog nooit geprobeerd dus ik kan je er niet veel over vertellen. Kan me voorstellen dat die soms fijn kunnen zijn, als je al heel lang probeert om een gewoonte te veranderen maar het niet lukt.

Enne: 1 januari is maar een datum. Het is nooit te vroeg of te laat om iets te veranderen of aan te pakken. 🙂

 

Elja elders:

Elja Daae

Elja is spreker, trainer en adviseur op het gebied van social media. Ze is daarnaast een van de bekendste blogexperts van Nederland. Elja is de auteur van twee boeken over social media. Haar 3e boek heet 'Super social'. Het gaat over social media en komt in het voorjaar van 2019 uit. Meer lezen? Abonneer je op haar nieuwsbrief over marketing, social media en ondernemersschap. Iedere 2e vrijdag in je inbox!
Elja elders:

Latest posts by Elja Daae (see all)

2 Opmerkingen

Discussieer mee en vertel ons uw mening.

Nicoleantwoord
30 december 2017 om 18:01

Goed verhaal, Elja. En ook heel herkenbaar. Ik heb een gruwelijke hekel aan hardlopen. Zoek iets wat je wel leuk vindt. Bij mij was en is dat ook zwemmen! Ook een half uur. En dat is goed genoeg. Heerlijk en op een gegeven moment wil je niet meer zonder. Dank je wel voor je fijne blog (en al die andere blogs 🙂 Ik wens je alvast een fijn en gezond nieuw jaar!

Elja Daaeantwoord
3 januari 2018 om 21:03
– Antwoord aan: Nicole

Wat lief – graag gedaan. Wat grappig dat jij ook zwemt! En ook een half uur! GOGOGO. Het is verslavend he??

Reactie achterlaten

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.