
We worden allemaal de hele dag gefilmd – overal. Maar je hebt het niet altijd door. De afgelopen week was dat anders. Daarom voelde ik me een soort filmster.
Het begon ermee dat ik achter een caravan reed met een camera achter het raam, op mij gericht. Het was een 30 km zone, dus ik zat er een flinke tijd achter. Al die tijd keek ik naar de camera. En de camera keek naar mij.
Ik zou willen dat ik een gordijntje had gehad, net als de caravan. Maar dat had het rijden wat lastig gemaakt. Het waren sowieso een spannende 5 minuten, want stond die camera eigenlijk aan? En, dacht ik, waarom zou je een camera achter het raam van je caravan willen hebben? Plus: wat zouden die mensen dan doen met die beelden?
Ik besloot maar niet in mijn neus te pulken achter het stuur. Je weet maar nooit.
Later die week was ik op school voor een ouderbijeenkomst. Terwijl ik druk aantekeningen maakte bij de uitleg van de klassenmentor (ELO? CKV? PTA? het was opschrijfwaardig), liet de vader van een vriendje van mijn zoon zien dat ik helemaal niets meer op hoefde te schrijven: dat deed AI wel voor ons. Hij had een apparaatje zo groot als een bankpas achterop op zijn telefoon dat alles opnam. Daarna gingen de opnames en de transcripts nog even in Claude, vertelde hij, en klaar. Met een paar voice commando’s kon vervolgens handsfree emails dicteren en laten versturen.
Ik merkte dat ik stopte met praten over onze kinderen, want het leek me toch een beetje gek als onze onzingesprekjes ook in zijn systeem gingen.
Toen ik vroeg of hij het mensen laat weten, dat hij alles opneemt, zei hij ‘soms’. De klassenmentor wist het in ieder geval niet. Had hij het geweten, had hij die wat ongemakkelijke grapjes (over Duits en Duitsers) vast niet gemaakt. Maar misschien heeft het AI-apparaatje dat gewoon weggelaten uit het transcript. Het is tenslotte een slimme app die belangrijk van onbelangrijk kan onderscheiden.
Ik ben die digitalisering van mezelf wel gewend, hoor. Mijn buren hebben namelijk ook een camera die alles opneemt. Althans, dat denk ik. Ik zag het een keer toen het donker was en ik omhoog keek terwijl ik langs liep, afgeleid door een rood lampje. De camera is voor het raam op de eerste verdieping gemonteerd en geeft – denk ik – een mooi overzicht van ons hele plein.
Dat mag eigenlijk niet, iets anders filmen dan je eigen tuin. Maar toen ik daar de politie een keer over sprak omdat bleek dat andere buren mijn jongens van 5 en 7 jaar met camerabeelden hadden betrapt op ongein, vertelden ze dat ze er wel blij mee waren. Burgers met camera’s zijn een fijn extraatje voor de politie, als er iets gebeurt. Je kunt het de politie zelfs laten weten, dat je er een hebt die alles filmt.
Lekker veilig.
(dat er camerabeelden waren ontdekten we toen met de crimineeltjes in kwestie, die tot onze afschuw een paar auto’s hadden bekrast, op het politiebureau stonden zodat ze zelf aan de agenten konden uitleggen wat ze hadden gedaan. we hadden geen camerabeelden nodig om te weten dat ze schuldig waren)
Maar toch heb ik wat bedenkingen bij het leven van een fotomodel. Het heeft zijn mindere kanten. En het is nog onbetaald ook.
Toen ik dit weekend uit lunchen was met F., zag ik de man tegenover ons een foto nemen van ons met zijn mobiele telefoon. Het was een nogal sukkelige poging van een man van 70+ om mij er goed op te krijgen: moeilijk achterover leunen, telefoon hoog boven zich en toch proberen te kijken of de camera goed gericht was, omslachtig op de knop proberen drukken. F. zag het niet, want die zat er met zijn rug naar toe.
Toen ik de stiekeme papparazzi aankeek, deed hij zijn telefoon snel naar beneden en deed nadrukkelijk alsof hij niets van plan was. Maar ik heb cursussen documentairefotografie gedaan, waar je precies leert hoe je onopvallend foto’s kunt maken van mensen op straat. Niet dat hij onopvallend was, maar je kunt een bulshitter niet bulshitten, he.
Zodra hij dacht dat ik niet meer keek, nam hij de foto alsnog.
Ik was de enige in het zicht van zijn camera, dus het ging echt om mij. Ik heb geen idee waarom. Ik zat gewoon met mijn hoodie aan (net terug van openwaterzwemmen) met mijn echtgenoot koffie te drinken. Het had niet echt het potentieel van een creepshot, lijkt me. Het zullen mijn mooie grijze lokken wel geweest zijn! Zeker het fotograferen waard. Ik zie het maar als de tol van het fotomodellenbestaan.
Lang geleden, toen wij in Boedapest woonden vlak bij een van Hongarije’s meest populaire bezienswaardigheden, gebeurde het regelmatig dat toeristen mijn oudste zoontje probeerden te fotograferen. Zonder gene en zonder toestemming wilden ze het blonde ventje altijd in het vizier krijgen. Zelfs als hij wegrende en zich voor hen verschuilde achter mijn benen, bleven ze het proberen. Het was agressief en onaangenaam.
Gelukkig hoeft dat niet meer, tegenwoordig. De oude meneer was duidelijk niet zo thuis in stiekem foto’s maken. Want tegenwoordig kun je gewoon een camerazonnebril kopen en gebruiken. Zo kan iedereen een stiekeme filmer zijn zonder dat iemand door heeft dat ze worden opgenomen.
(officieel ‘gaat er een lampje branden als je opneemt’. dus geen zorgen)
Mijn conclusie is dat iedereen een filmster is of een fotomodel, tegenwoordig.
Zelfs als je dat niet wilt.
Ontdek meer van Elja Daae
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
zo fijn dat jij wederom schrijft wat ik denk! Je brengt het zo goed onder woorden en helpt mij m’n gedachten vormen.
Dankjewel! Ik had eerst een veel zuurder stuk geschreven maar het leek me goed om het wat anders in te steken 🙂