
Het is een belangrijke dag, vandaag. Misschien niet voor jou, maar wel voor mij en voor tienduizenden andere mensen. En dat we niet weten voor hoeveel precies, is een van de redenen dat vandaag belangrijk is.
Vandaag maakt de overheid haar excuses aan afstandmoeders en hun afgestane kinderen. Ik mocht er bij zijn, maar ik wilde niet. Ik had geen zin om als een slachtoffer op het Ministerie in een zaal te zitten. Dat voelde raar.
Ik ben het wel, een slachtoffer. Want van de jaren 50 tot en met eind jaren 70 werden tienduizenden vrouwen en meisjes gedwongen hun baby af te staan. Baby’s zoals ik.
‘Binnenlandse adoptie’, heet dat, in tegenstelling tot de buitenlandse adoptie waar mensen vaak aan denken bij het begrip adoptie.
Dwang is relatief
De excuses vandaag komen van de Staat. Maar de Staat was natuurlijk niet alleen in wat er gebeurde. De kerk speelde een enorme rol. Maar ook gewoon de samenleving als geheel. Al die mensen die meewerkten en meebetaalden aan deze praktijken en deze vrouwen dwong om afstand te doen.
Soms was het harde dwang voor die moeders en hadden ze geen keuze. Soms was het zachte dwang en werd vooral gedaan alsof ze geen keuze hadden onder het mom van ‘het beste voor hun baby’. Inmiddels weten we dat niets zo traumatisch is voor een mens als gescheiden worden van de moeder.
Vaak ging het om jongvolwassenen voor wie de volwassenen in hun leven beslisten – volwassenen die geen zin hadden in het gedoe en zich druk maakten om hun sociale status – maar niet altijd. Soms ging het zelfs ongehuwde, werkende vrouwen die door hun omgeving of de Staat gedwongen werden hun kind op te geven.
Wat we nog steeds niet weten, is om hoeveel mensen het gaat. Ik heb wel eens het cijfer van 25.000 binnenlands geadopteerden gehoord (en dus evenveel of iets minder afstandsmoeders). Maar er zijn geen officiële cijfers, voor zover ik weet. Je zou denken dat er wel iets uit de burgerlijke stand database kan worden gehaald, maar kennelijk is dat niet mogelijk. Of niet boeiend. Of niet handig. Geen idee.
Het is voor zowel de afstandsmoeders als de geadopteerden sowieso erg lastig om informatie te vinden en te krijgen. Vaak zijn dossiers vernietigd of liggen ze ergens in een kast, als overblijfsel van het archief van een kerkelijke instelling of een kindertehuis van de Staat. Laat staan medische dossiers, want die liggen vaak weer ergens anders. En geadopteerden hebben dan ook nog eens toestemming nodig van al hun (officiële) ouders, om dossiers in te zien. Alsof het allemaal nog niet erg genoeg is.
Er zijn schandelijke, vreselijke verhalen over hoe met de moeders werd omgegaan (zie nieuwsuur). Er zijn ook absurde verhalen (feiten!) over hoe het er in sommige kindertehuizen aan toe ging, zoals in het beruchte tehuis Moederheil (wat goed dat iemand daar een website over heeft gemaakt) waar kinderen gedrogeerd werden met een antipsychoticum om ze rustig te houden. Een medicijn dat zoveel bijwerkingen had dat het later van de markt is gehaald.
Het romantische ideaal is bullshit
Verhalen zijn er genoeg. Maar ik weet uit ervaring dat het lastig is om de verhalen van de moeders en hun kinderen in 1 narratief te vatten. Omdat ze een enorme, onvoorstelbare variëteit omvatten. Zowel afstand als adoptie zijn extreem gecompliceerde onderwerpen.
Anders dan de samenleving ons graag wil doen geloven gaan afstand en adoptie vooral over trauma. Dát is de lijn die overal doorheen gaat, als je hier mee te maken hebt.
Sommige kinderen kwamen goed terecht. Sommige moeders kregen later nog meer kinderen en leerden leven met wat er gebeurd was. Maar of het goed kwam met al die mensen, daar gaat het vandaag niet om. Waar het om gaat is dat het niet ethisch was, niet menselijk en niet in lijn met de rechten van moeder en kind.
Dat er heel lang niets mee gebeurde, heeft een duidelijke reden. Niets is romantischer en spreekt meer tot de verbeelding dan adoptie (en dus afstand, want aan adoptie gaat altijd afstand vooraf). Het romantische narratief is overal. Het is kennelijk het eerste waar verhalenmakers naar grijpen, als ze een emotionele wending zoeken in hun verhaal. Het komt in ontelbare films, series en boeken terug. Van de film ‘Annie’ tot de vreselijke serie Spoorloos.
Ik word misselijk als ik er iets over schrijf, over series als Spoorloos, merk ik. Te veel om uit te leggen. Dus ik houd het hierbij.
(Er is zoveel, dat er zelfs een podcast is waarin drie geadopteerden de manier waarop adoptie en afstand in popular culture worden geportretteerd, onder de loep nemen: ‘Adoption pop‘.)
De strijders en de hoop
Mede dankzij het werk van Bureau Clara Wichman en de dappere afstandsmoeder die met hen een zaak aanspande tegen de staat, krijgt dit onderwerp meer aandacht. Net als het werk van belangengroepen als Verleden in Zicht.
Het leidde allemaal – na een mislukte poging die veel ergernis en verdriet opleverde – tot een officieel rapport over afstand en adoptie in Nederland tussen 1956 en 1984. En nu dus tot excuses.
Ik weet niet goed hoe ik me er over voel, die excuses. Het is een vorm van erkenning en dat is fijn. Ik hoop dat het er toe leidt dat:
- Er meer gratis psychische hulp komt voor betrokkenen
- Er nog meer geld komt om mensen te helpen met hun zoektocht naar ouders/kinderen
- Er een manier komt om al die archieven en dossiers digitaal en op 1 plek te ontsluiten
- Betrokkenen in staat worden gesteld alle informatie over zichzelf te vinden en in te zien (zonder toestemming van anderen!)
- In kaart wordt gebracht om wie het gaat
- Er meer wetenschappelijk onderzoek komt naar de gevolgen voor betrokkenen
- Iemand zich af gaat vragen hoe het zit met al die vaders en hoe die zich hierover voelen, want daar zegt niemand ooit iets over, alsof ze er niet toe doen
We zullen zien.
Er is een livestream, vanmiddag, om 15:00.
Misschien ga ik toch maar kijken. Met een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen.
PS Als je zelf een afstandsmoeder of binnenlands geadopteerde bent, kun je altijd – ook nu al – terecht bij het FIOM. Ze kunnen helpen moet je zoektocht naar informatie, bieden therapie maar hebben ook databases waar je je kunt registreren, mocht er iemand op zoek gaan naar je, zoals je biologische vader. Er zelfs een database voor kindertehuizen, waarin kinderen en verzorgers met elkaar in contact kunnen komen. Ook de Raad voor de Kinderbescherming heeft soms dossiers die je op kunt vragen. En natuurlijk zijn er de DNA databases (zie ook hier).
Lieve Elja,
Ik wist hier heel weinig van. Nu dankzij jou iets meer.
💔
Sara
<3
Dag Elja, ik heb als velen lang niets geweten van deze schandalige periode in onze geschiedenis – in dit geval nog springlevend – maar dat veranderde toen ik een afstandsmoeder leerde kennen, mede-oprichtster DNA (De Nederlandse Afstandsmoeder). Ik wist niet dat jij één van die kinderen was – sterkte, zeker op deze dag vol gemengde gevoelens. Groet van Livia 🙂
Hoi Livia, dank voor je reactie. Ik denk dat veel mensen zich pas bewust worden van deze geschiedenis als ze iemand leren kennen die er mee te maken heeft. Maar aan de andere kant, de meeste binnenlands geadopteerde en hun adoptieouders praten niet over de adoptie. Dus we zijn met meer dan je weet en de kans dat je een betrokkene kent, is altijd groter dan mensen zich realiseren.
Eerlijk gezegd wist ik hier helemaal niks van af. Alleen maar goed dat hier nu aandacht voor is. Dank je wel voor het delen.
Gelukkig maar, zou ik zeggen. <3