
Ik ben bezig met een project, waarbij ik op mijn tenen moet lopen. Niet omdat ik het niet kan, maar omdat ik zo graag wil. Maar als je zo uitgesproken bent als ik, en zo enthousiast om bij te dragen, kan dat soms voor anderen voelen als bedreiging. En dan gaat het mis. Zoals ik natuurlijk al eerder heb geleerd.
Terwijl ik aan J. een voorvalletje beschreef dat zich laatst afspeelde in een Zoom-call, werd me pas duidelijk hoe ik mijn best aan het doen ben. En hoe weinig ik mezelf kan zijn.
Op je tenen
Ik ben gewoon heel uitgesproken, zoals vaste lezers van mijn blog waarschijnlijk wel weten. Al ben ik hier meestal iets genuanceerder, omdat ik meer tijd heb om na te denken over hoe de boodschap overkomt. In het echte leven heb ik de neiging om te snel te reageren. Vandaar mijn leiderschapsuitdaging: ‘vertragen en verdragen’. Arghhh.
Ik doe mijn best, maar ik ben er niet zo goed in, vertragen. En al probeer ik het, je kunt mij lezen als een boek, als je me althans kunt zien.
Ik heb enorm veel respect voor de mensen met wie ik werk. En ik ben telkens bang dat ik anderen de ruimte ontneem die ze nodig hebben en verdienen.
Ik weet gewoon niet goed wat mijn rol is en hoe ik kan bijdragen.
Dat is wel de reden dat ik in een project al een tijdje op mijn tenen loop. Probeer om niet te veel mezelf te zijn. Te vertragen. Geduld te hebben. Geen bedreiging te vormen.
Ik denk dat er toch een stukje verleden meespeelt en dat het eigenlijk niets met anderen te maken heeft. Alleen met mijzelf.
Zoom-etiquette
Zo komt het dat ik vorige week twee keer in bijeenkomsten een opmerking maakte of iets in een chat zette waarvan ik het gevoel kreeg dat het niet helemaal de bedoeling was. Het waren pogingen om te helpen, om kennis te delen. Het was totaal niets ergs of belangrijks. Maar ik kreeg het idee dat het toch een beetje not-done was. Alsof er een bepaalde afspraak gold dat bepaalde mensen bepaalde dingen mochten zeggen en anderen op de achtergrond moesten blijven.
Maar zoals J. zei: zolang je niet checkt of anderen het echt zo voelden, weet je niet eens zeker of wat je denkt ook klopt.
Sowieso lastig, Zoom- en teamsregels. Mag je, als je naar aanleiding van iets dat op dat moment besproken wordt een idee of suggestie hebt, die in de chat zetten? Mag je je hand opsteken als je iets wilt zeggen dat niet direct bijdraagt aan de discussie van dat moment maar waarvan je denkt dat het waarde kan hebben voor aanwezigen? Voor veel mensen leidt dat te veel af, terwijl andere mensen het fijn vinden om zo te werken, met aanvullingen en afgeleide onderwerpen in de chat.
Nieuwkomers moeten zich aanpassen
Als mensen al langere tijd samen iets organiseren, zijn nieuwkomers lastig. Je weet niet of ze te vertrouwen zijn, of ze er dezelfde normen en waarden op na houden, of ze gaan doen wat ze zeggen, wat hun commitment is. Vertrouwen moet groeien.
Soms zijn er ongeschreven regels binnen een cultuur of een organisatie of een groep, die je als nieuwkomer niet goed kunt duiden, als je al doorhebt dat ze bestaan.
Niet voor niets zijn er de ‘first hundred days of the presidency‘, naar analogie van dit gebruik in de VS. Het idee is dat je als nieuwkomer – vooral als manager – de tijd neemt om een mening te vormen, in plaats van dat je direct gaat vertellen wat je vindt en de boel gaat reorganiseren.
Wachten is niet mijn sterkte punt. In mijn vorige baan nam ik het me voor, maar binnen weken had ik het tegenovergestelde gedaan. Al kun je zeggen dat dat het ook nodig was, gezien de deadlines waar me mee te maken hadden.
Ik doe in ieder geval wel mijn best om alles rustig even aan te kijken. En om te kijken hoe ik een aanvulling kan zijn.
Misschien ben ik ook gewoon te uitgesproken voor sommige omgevingen?
Ik weet het niet. Is uitgesproken zijn iets slechts? Of is dat niet het goede woord?
Als kriebels gaan kriebelen is actie nodig
Misschien komt het omdat het ontzettend begint te kriebelen. Het is vooral mijn eigen rusteloosheid. Ik moet gewoon weer aan de slag!
Ik denk dat ik mijn rol in het project maar een beetje moet gaan reframen. Geduld hebben en aanwezig zijn als eerste prioriteit. Alleen luisteren en aanwezig zijn, dat zet geen zoden aan de dijk en voelt als het verspillen van tijd in een urgente omgeving. Maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard! Vertragen blijft het motto.
En verder moet ik met spoed op zoek naar een baan. Waarin ik niet op mijn tenen hoef te lopen. Jezelf kunnen zijn, dat is toch wel de kern he?
Update 2/6/2026: ik was niet blij met sommige alinea’s in dit stuk, heb ze aangepast. Ik worstel een beetje om de juiste woorden te vinden voor wat ik bedoel … misschien komt het nog!
Reageren?