
Ik was vandaag struinen in Haagse tuinen, met mijn tante. Nou ja, eigenlijk de tante van F. Maar gelukkig heeft zijn familie me geadopteerd door de jaren heen. Hoe dan ook, het was de derde keer dat we dit samen deden en het was weer superleuk.
Als je van tuinen houdt, of gewoon van plantjes, dan is de kans om de tuinen van andere mensen te bekijken geweldig. Een keer in de twee jaar kan dat in Den Haag, door te struinen door Haagse tuinen. Voor 7 euro koop je een plattegrondje en kun je twee dagen lang rondkijken (het kan nog, morgen!).
Het was ook dit keer weer genieten van het enthousiasme en de trots van al die tuineigenaren. Het leukst is niet eens het kijken naar die prachtige tuinen, maar om mensen te horen vertellen over hun tuin. Je kunt als liefhebber eindeloos kletsen over het snoeien van de wisteria en hoe ze aan bepaalde planten zijn gekomen.
En mijn plantenapp draait overuren! Hoe heten al die plantjes?? De app biedt uitkomst.

Mijn eigen tuin stelt niet veel voor, want al mijn tijd gaat in de moestuin zitten. Maar een mens kan dromen. Zo’n cottage garden, het lijkt me wel wat! Zulke mooie, romantische tuinen of juist architectonische projecten waar je nooit had kunnen vermoeden dat ze bestonden.
Het is toch ook een beetje gluren bij de buren, dat maakt het extra leuk. De kans om achter de gevels te duiken van panden waar je als je in Den Haag woont misschien al jaren langskomt, en niets van weet.
Vorig jaar waren we bij tuinen op de Laan Copes van Cattenburgh, zo’n straat waar je heel vaak doorheen komt als je in Den Haag komt. Maar geen idee had van wat er achter die gevels ligt. En ook niet dat het zo verschillend kan zijn, van strakke, nieuwe tuinen tot rommelige, sprookjesachtige tuinen vol zelfgebouwde vijvers, terrasjes en kassen.
En ook dit jaar was het weer genieten.
Het is, kortom, echt een aanrader! En al die aardige mensen die vol enthousiasme uitleg geven (en soms ook koekjes).
Het enige dat ik een beetje ongemakkelijk vind, is dat de mensen wiens tuinen je bekijkt en de mensen die tuinen komen kijken zoals wij, niet echt een divers publiek vormen.
Misschien ook niet zo gek. De tuinen die je kunt bezichtigen in Den Haag, zijn altijd grote tuinen. En dus zijn de meeste adressen te vinden in wijken waar mensen grote tuinen hebben en meestal ook grote huizen. En dat betekent dat je in hele dure wijken terecht komt.
Het maakt het niet minder aardig dat mensen de moeite nemen om een weekend lang klaar te staan met hun praatjes en mensen toegang geven tot hun privedomein. Maar het viel me dit keer meer op.
Aan de andere kant: hoeveel ‘normale’ tuinen zouden er niet bestaan die prachtig zijn? Waar mensen heel veel liefde en aandacht in steken? Ook de veel kleinere tuinen (en veel normalere afmetingen, in de stad)? Hoeveel bijzondere balkons gaan verscholgen achter gevels?
Ik denk dat de organisatie dat soort adressen graag zou toevoegen aan hun adressenlijst. Volgens mij zag ik zelfs een oproep staan, op het blaadje dat je erbij krijgt.
Vorige keer belandden we bij een sociaal project, een moestuin in een park ergens, die daar een heerlijke uitzondering op vormde en voor mij een van de hoogtepunten was. Het was een echte community, een buurtproject.
En de keer daarvoor kwamen we terecht in de tuin van een woningbouwflat waar iemand vrijwel eigenhandig jaren- en jarenlang werk had gemaakt van een tuin met een mini-doolhof. Met allemaal zelfgevonden materialen en door het uitwisselen van stekjes. Het was geweldig.
Hoe mooi ook al die ‘cottage gardens’ waren vandaag, volgende keer ga ik denk ik toch weer zoeken naar die andere tuinen.
Ontzettend leuk om dit samen met je tante te doen.
Ja hè? Mooie traditie