
Omdat ik volop in een project zit waar het over ’theory of change’ en ‘impactroutes’ gaat, ben ik een boek over systeemtheorie aan het lezen. Het is zware kost, ook al probeert de auteur het simpel uit te leggen.
Ik moet er ergens een beetje om lachen, dat ik nu dit soort dingen moet weten, dingen die ik altijd maar een beetje op afstand hield. Theory of change, participatory design, evidence based, … dat soort termen. Je komt ze tegen als je met wetenschappers werkt in een beleidsproject. Ik vond het in mijn vorige werk af en toe te veel droge kost in mijn dagelijkse werkelijkheid van de politiek en de samenleving. Ik had ook geen tijd om me er in te verdiepen. En het was me duidelijk dat vragen wat er bedoeld werd mijn imago als ambtenaar verder zou doen verzwakken
(anekdote: ik heb een keer gevraagd tijdens een workshop met promovendi en professoren wat ze bedoelden met ‘wicked problems’. Ik had het idee toch dat die piepjonge promovendi daar iets van vonden. al reageerde de hoogleraar in kwestie heel vriendelijk. Heel even voelde ik me een oude en stoffige ambtenaar. Tot ik doorkreeg dat veel van het onderzoek wel een dosis praktijkrealiteit kon gebruiken. Het antwoord dat ik heb opgeschreven is overigens “Gecompliceerde onoplosbare problemen – design is tegenwoordig vaak gericht als term op het oplossen van wicked problems.”).
Maar nu móet ik me er wel meer in verdiepen. Dat krijg je als je meer en meer met wetenschappers optrekt. Ik zit bij mijn vrijwilligerswerk volop tussen de briljante promovendi en academici en in mijn andere klus ben ik samen met een ander de enige niet-professor/lector van 14 mensen.
Ik voel me af en toe niet zo zeer een imposter, maar wel een leek. Aan de andere kant voel ik me ook de stem van de niet-academische wereld 🙂 tussen al die academische breinen.
Maar ik heb de tijd. En ik vind het leuk om nieuwe dingen te leren. Misschien landt de inhoud ook wel beter nu ik al die ervaring heb, dan als ik dit soort boeken een paar jaar geleden gelezen had.
Geen idee
Het zijn twee verschillende dingen, theory of change en systems theory, weet ik inmiddels. Maar ze hebben met elkaar te maken. Als je echte verandering wilt, moet je systemen veranderen en niet alleen de output van de systemen. Dus ben ik begonnen bij ‘systemen’.
Het boek heet Thinking in Systems en het is zo bekend dat het een eigen Wikipediapagina heeft. Het is zo’n boek waarin je soms terugkijkt en je realiseert dat je halve pagina’s onderstreept hebt, omdat er zoveel staat dat belangrijk is. Teken dat het de auteur gelukt is om een hoge kennisdichtheid te krijgen en tot de kern te komen. Maar ook een teken dat het langzaam gaat, het lezen.
Wat zijn systemen eigenlijk?
Ik was al langer op zoek naar het antwoord op de vraag wat mensen nou bedoelen met systemen. Dat komt omdat ik de afgelopen jaren de term ‘ziek systeem’ heel vaak hoorde. Maar ik wist eigenlijk niet wat dat betekent. Hoe zo’n systeem dan werkt. Of wat de kenmerken zijn. En hoe je zieke systemen beter maakt.
Ik wist vooral dat ik er nooit meer in wil zitten 🙂
Mocht je het je afvragen, het boek geeft deze definitie:
“A system is an interconnected set of elements that is coherently organized in a way that achieves something.”
Maar zoals altijd met dit soort dingen, blijkt het onderwerp een stuk weerbarstiger dan ik had gedacht. Ik wist helemaal niet wat een systeem eigenlijk is. Het idee dat je er even een boekje over kunt lezen om het te begrijpen, was naïef. Maar een beetje gevoel krijgen voor het onderwerp, dat is haalbaar.
Er valt nog veel te leren
Ik weet niet of het boek ooit nog uitkomt bij organisaties. Ik ben pas (al!) op de helft.
Voorlopig zit ik nog midden in het proberen te begrijpen wat systemen zijn. En leer ik waarom we het als lineaire denkers zo lastig vinden om te begrijpen dat veel effecten niet lineair zijn. Dat er niet zoiets is als ‘neveneffecten’ (alle effecten zijn primaire effecten en wat je ‘neven’ noemt hangt af van je perspectief). Dat systemen lastig te begrenzen zijn omdat de grenzen altijd overlopen in iets anders. Dat het allemaal om modellen gaat en dat modellen altijd een versimpelde weergave van de werkelijkheid zijn. En dat ieder model een bepaald perspectief heeft of van daaruit gemaakt wordt.
Nou ja: dat laatste wist ik al. Het is de basis van mijn werk en tegelijkertijd mijn frustratie rondom AI.
Ik voorzie dat ik nog niet uitgepraat ben over ‘systemen’ en ’theory of change’.
Je bent gewaarschuwd!
Ontdek meer van Elja Daae
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Joh, jij hebt niet eens tijd voor een 9-5-job. Bedenk eens waar je dan de tijd vandaan moet halen…
Hahaha. Inderdaad. Ik heb wat dingen lopen maar ik moet zeggen dat ik best wel geniet van mijn vrije tijd!