
Na maanden en maanden kunst kijken is me iets duidelijk geworden: heel veel mensen zijn creatief. In heel veel mensen leeft een kunstenaar. Maar de meesten van ons proberen het niet, om kunst te maken. We missen de moed.
Van Gogh besloot op een dag om schilder te worden. Hij wist helemaal niet of hij het kon, laat staan of hij er geld mee kon verdienen. Maar hij nam les, nam ontslag bij de kunsthandel waar hij werkte en dat was dat. Nou ja, plus een broer die de rest van zijn leven voor hem betaalde. Maar het lef en die drang, die zaten in hem zelf.
Wat je bezielt
Toen ik in Parijs was, bij de tentoonstelling met werk uit de collectie van Pompidou, dacht ik af en toe: wat bezielde deze mensen? De tentoonstelling zat vol met voorbeelden van inmiddels wereldberoemde kunstenaars die het gewoon gingen doen. Ze gingen schilderen en tekenen. Vaak dingen die niemand begreep of waarvan ze niet wisten of iemand ze ooit mooi ging vinden.
Er was bijvoorbeeld een man, Jean Dubuffet, die zijn baan als wijhandelaar opzegde en een jaar lang mensen in de metro ging tekenen. Het lijkt kinderlijk, maar uiteindelijk was zijn werk het begin van een hele nieuwe kunststroming.

Er waren heel veel andere voorbeelden van kunstenaars die nieuwe, bijzondere dingen deden. Dingen die alleen konden als je in jezelf gelooft of gewoon heel veel plezier hebt in wat je doet. Of de behoefte hebt om jezelf te uiten.
Soms konden ze het niet eens echt, niet in de klassieke zin van ‘kunnen’. Niet volgens de geldende norm. Maar het hield ze niet tegen. Ze hadden een visie en ze gingen er voor. En ze bleken ongeloftelijk getalenteerd, vernieuwend en bijzonder.
Ze beschilderden en scheurden enorme vellen papier, zoals dit werk in Museum More van Raquel Maulwurf.
Je moet wel geloven in je eigen visie, wil je een project opzetten dat leidt tot dit soort enorme tapijten, zoals Otobong Nkanga deed. Moet je je voorstellen wat daar bij komt kijken! Vier van die enorme, gecompliceerde werken:

In het Centraal Museum in Utrecht zag ik ook een enorm doek, beschilderd, betekend en geborduurd. Hoe doet zo’n kunstenaar dat? Hoe komt ze op het idee? Hoe vindt ze het vertrouwen om zoiets enorms te starten en uit te voeren:

Eigenlik zie ik het de hele tijd, in al die musea die ik bezoek.
Lef.
De mensen waarvan het werk wordt aangekocht door musea, is natuurlijk maar een fractie van alle kunstenaars die proberen de leven van hun werk. En dat is weer een fractie van de mensen die kunst maken. Maar bij veel van het werk in musea blijf ik maar denken: je moet maar durven.
Hoe doen ze het toch?
Hoe doen ze het, denk ik vaak, als ik sta te kijken naar zo’n kunstwerk. Hoe kwam het zo ver?
Hebben ze een atelier? Waar leggen ze die enorme vellen papier neer? Hoe komen ze aan zoveel verf? Waar leerden ze die kleuren mengen?
Hoe voelt het om honderden euro’s stuk te slaan in de kunsttenaarsbenodigdhedenwinkel? Om een duur doek te kopen en die eerste kwaststreek te doen?
Hoe ging dat? Werden ze wakker, gingen ze naar de Gamma om wat spullen te kopen, legden ze een enorm vel papier in hun huiskamer en gingen ze aan de slag? Kochten ze een schildersezel?
Zetten ze hun PC’s weg, veegden ze hun bureaus schoon en gingen ze iets maken?
Ze kunnen het niet in 1 keer geleerd hebben. Ze hebben moeten oefenen, proberen en testen. Misschien hebben ze honderden werken gemaakt voor ze het uiteindelijke kunstwerk maakten.
Ze moesten voor een ruimte zorgen. Ze moesten tijd maken, ten koste van het doen van andere dingen.
Ze moesten hun familieleden afwimpelen en de grappen van hun vrienden negeren. Soms de hoon van hum omgeving en de wereld incasseren
Je moet wel heel erg in jezelf geloven om kunstenaar te worden.
Of om het gewoon te zijn.
Hoeveel Van Goghs lopen we mis?
Hoeveel mensen zouden iets moois wllen maken, maar durven niet te beginnen? Hoeveel mesnen lopen rond met ideeën die ze nooit uitvoeren? Welke kunstschatten lopen we mis omdat de creatieve geesten die ze zouden kunnen maken de eerste stap nooit zetten?
Je kunt denken: ze hebben er gewoon geen zin in. Ze maken er geen tijd voor. Netflix is leuker, werk kost veel meer tijd, hun gezin is belangrijker. En dat is natuurlijk ook zo.
Maar toch. Is dat echt zo, of is het een excuus?
Je moet lef hebben om met olieverf te gaan schilderen. Om metershoge schilderdoeken te kopen en betekenen met houtskool. Om te vernieuwen.
Je moet of heel erg in jezelf geloven; of ongelofelijk veel plezier hebben in het proces; of een soort bezetenheid hebben vanuit de behoefte om te creëren.
Misschien moet je een dromer zijn, om kunstenaar te worden.
Dromen is makkelijk
Ik ben het eens met mensen die zeggen dat kunst verheft en troost, inspireert en ons verandert. Dat kunst belangrijk is, in de wereld. Dat het ons mens maakt.
Kunstenaars geven ons iets waar we van kunnen genieten. Waarover we kunnen dromen, als we er naar kijken. Iets dat ons rijker maakt.
Kijken naar, dromen van en praten over kunst is makkelijk.
Het doen, dat is de moeilijkheid.
De eerste stap zetten.
Kunst vraagt lef.
Ik vraag me af wat jij en ik zouden kunnen maken, als we maar durfden.
Prachtige blog en ik ben het er heel erg mee eens! En kunst is zoveel breder. Het is ook verhalen vertellen, vergaderdoodlen, een nieuw recept voor appeltaart bedenken, ambachtelijke kunst als kleding en meubels maken, je kinderen op een creatieve manier opvoeden…
In de cursussen over The Artist’s Way die ik geef, merk ik dat iedereen een scheutje kunst aan het leven kan toevoegen – en dat het er altijd leuker en leffer (overtreffende trap van lef) van wordt.
Ja helemaal mee eens. Het is alles waarmee we ons uiten of onze creativiteit vorm geven. Het hoeft ook niet in musea te hangen of verkocht te worden om van waarde te zijn, he?
Wat leuk van die cursussen. Komen mensen dan misschien vooral met het idee van schrijven?