
De afgelopen tijd heb ik, zoals vaste lezers hebben gemerkt, mijn kritische kant vrij baan gegeven. Zo zeer zelfs dat ik kritische blogs* soms op LinkedIn plaats, iets dat ik eigenlijk nooit eerder heb gedaan. En dat levert twee soorten reacties op (publiekelijk en in privéberichten).
Er zijn veel mensen die reageren met opluchting. Mensen die aangeven dat ik verwoord wat zij al voelden. Of dat het precies is wat zij ook vinden. En mensen met serieuze aanvullingen en vragen.
Niet heel gek natuurlijk, want vaste lezers zijn niet voor niets vaste lezers. En mijn LinkedIn-netwerk bevat heel veel mensen die net als ik nadenken over ethische AI en kritisch zijn over de ontwikkelingen binnen het vakgebied.
Alle vrouwen die reageren vallen in deze categorie. En ook sommige mannen, natuurlijk.
De tweede categorie bestaat uit de mensen – altijd mannen – die het niet met me eens zijn. Wat op zich logisch en prima is. Als je geen reactie wilt, moet je niets zeggen.
Maar er is iets geks aan die reacties: de mensen die reageren zijn het nooit oneens met de feiten of mijn redenering. Waar ze het vooral niet mee eens lijken te zijn is het feit dat ik kritisch ben op iets dat zij als positief zien (AI).
Het lijkt wel alsof hun reactie – kritiek – vooral gaat over het feit dat ik kritisch ben.
Wie mag er eigenlijk kritisch zijn?
Er zijn – zie ik langzamerhand – duidelijke patronen in hun reacties. Meestal komt het er op neer dat ze me uitleggen dat wat ik schreef dan misschien wel waar is, maar dat ik het niet goed begrijp. Soms gaat het ze er om dat ik niet realistisch ben. En af en toe zijn ze vriendelijk om me uit te leggen dat het niet om mijn gevoel gaat (niet dat ik het daar over had).
Het is een fascinerende maar rare ervaring.
Ik moet de eerste vrouw nog tegenkomen die een andere vrouw zo zou durven toespreken. Helemaal als ze zou weten wat de achtergrond van die vrouw was.
Dat mensen het niet met me eens zijn is juist goed, vind ik. Want discussie kan me op andere gedachten brengen en nieuwe dingen leren. Gebeurt ook veel.
Maar zo langzamerhand begin ik dus een patroon te zien. Ik weet niet goed hoe ik het moet noemen. Ik weet ook niet of ik het echt kan onderbouwen. Het is meestal subtiel. Maar het lijkt te maken hebben met het feit dat ik een vrouw ben. Of met het feit dat zij man zijn? Ik weet het niet precies.
Ik weet alleen dat die reacties hebben vaak iets denigrerends hebben.
Dingen zitten dieper dan je denkt
Het is makkelijk om nu te denken: die Elja kan gewoon niet met kritiek omgaan. Ze wil gewoon niet dat mensen het met haar oneens zijn. Kinderachtig!
Dat is natuurlijk wat ik mezelf ook telkens afvraag.
En het klopt dat ik lijnrecht tegenover mensen lijk te staan die AI als oplossing voor alles zien. Dat is in werkelijkheid helemaal niet zo – dat is ook het gekke van die reacties. Ik vind AI leuk. Anders zou ik er niet mijn werk van hebben gemaakt.
Dus ik denk toch niet dat het aan mijn onvermogen ligt om kritiek te incasseren. Of om mijn onwil om mijn standpunt aan te passen.
Ik denk dat het meer te maken heeft met diepe, zorgwekkende patronen die niet goed bewezen kunnen worden en dus ook niet zichtbaar kunnen worden gemaakt en kunnen worden veranderd. Waar je je niet tegen kunt verweren. Ook al omdat het zo moeilijk is om patronen te benoemen en woorden te geven. Om er van een afstand naar te kijken en objectief weer te geven wat er gebeurt.
Hoe dan ook.
Het shockeert me, maar het maakt weinig uit voor mijn werk en mijn positie.
Het gaat er in ieder geval niet toe leiden dat ik minder kritisch word.
Integendeel.
Wat ontzettend irritant. Als kritiek op de persoon in plaats van op de inhoud zich zo subtiel laat zien, is het moeilijk om daar goed op te reageren. Indirecte kritiek is altijd lastig omdat je je al snel een zeur kan voelen of gemakkelijk zo kan worden neergezet als je het opmerkt. Net als bij iemand die passief agressieve opmerkingen maakt. Je hebt nooit een discussie over wat die persoon blijkbaar dwars zit.
Heel fijn dat je kritisch blijft!
Ja, dat is het he? Je kunt het niet goed pinpointen dus je kunt de ander er lastig op aanspreken, als je al het risico zou willen lopen om als ‘zeur’ te worden weggezet. Nadat ik dit stuk publiceerde, zag ik een reactie op een bericht die ik eigenlijk heel redelijk vond. Maar nadat ik gereageerd had (ook op een redelijke toon), werd de toon opeens heel denigrerend en aanmatigend. Ik heb het maar laten zitten. Ik weet dat mijn netwerk meeleest en er het fijne van denkt. Misschien zou het beter zijn om diegene er op aan te spreken, maar ik voel me niet geroepen…