
Ik kwam iemand tegen die ik ken, van mijn oude werk. Ik liep net naar buiten, een koel kantoor uit, de hitte in. Het was ontzettend warm buiten, maar mijn kennis zag er fris en fruitig uit. Ze had een mooie jurk aan en zag er slank en gebruind uit.
Na de begroeting zei ik tegen haar hoe leuk ik haar jurk vond.
Ik weet niet meer of ze dankjewel zei. Maar wel wat haar volgende zin was.
“Heb jij het niet warm?’
Ze zei het lachend.
“Nee hoor,” zei ik, ook lachend (blij om haar te zien), “dit is linnen. En binnen is het lekker koel.”
Fris en fruitig … dacht ik
Ik had mijn nieuwe linnen rok en mijn nieuwe zomertrui aan en mijn leuke, open schoenen. Ik kwam ook letterlijk nét uit de airco gestapt. Ik had eigenlijk het idee dat ik er zelf ook wel fris, fruitig en fit uitzag. Niet dat ik daar echt over nadacht, maar als je het me gevraagd had.
Ik begreep haar opmerking eigenlijk niet zo goed. Dat heb ik soms, dat ik een opmerking die een beetje gek is maar gewoon interpreteer als goed bedoeld of onhandig. Het maakt het leven aangenamer als je probeert het goede in mensen te zien, is mijn ervaring.
Pas dit weekend ging ik nadenken over haar opmerking. Ergens zat het me kennelijk niet lekker. Het niet zo’n logische opmerking als je iemand die je leuk vindt zo lang niet hebt gezien. Ik begon me af te vragen hoe ze zich echt voelt over mij. Misschien toch niet zo positief als ze zich altijd voordeed?
Schijn bedriegt
Bij vrouwen gaat dat soms zo, dat we dingen zeggen die vriendelijk klinken maar het niet zijn. Bij mannen ook, trouwens.
‘Heb jij het niet warm?’ kan betekenen dat iemand zicht oprecht zorgen maakt over je lichaamstemperatuur. Maar het kan ook een beetje passief-agressief zijn.
(ik probeer andere voorbeelden te bedenken. maar ik ben er zelf overduidelijk niet zo goed in. ik zeg meestal gewoon wat ik vind. ook niet altijd handig)
Soms is zo’n schijnbaar aardige opmerking eigenlijk een gevolg van verwachtingen over hoe je je als vrouw moet gedragen: bescheiden, rustig, dienstbaar. En het oordeel dat je daar niet aan voldoet.
Soms lijkt het wel alsof je de persoon die de opmerking maakt in een slecht daglicht zet door slanker, leuker, stralender, scherper of energieker te zijn. Door meer zelfvertrouwen te hebben. Door je meer uit te spreken. Door meer aanwezig te zijn.
Het is daarmee niet zo zeer een opmerking over de ander, maar over degene die hem maakt. En hoe die zich voelt over zijn of haar positie in de wereld. Ik denk niet dat mensen het bewust doen, althans, dat neem ik altijd maar aan. En toch kan het kwetsend zijn om zo’n opmerking te krijgen.
Lachend boos zijn
Ik had ooit een collega die daar goed in was, haar afkeur over mijn gedrag laten blijken met passief-agressieve opmerkingen. Altijd gebracht met een lach. Die grote, stralende lach was niets meer dan een masker. Alleen het duurde even voor ik het doorhad. Net als haar irritatie over mij.
Ze werkte er langer dan ik. En ze gedroeg zich altijd onderdanig in de rol die wij vervulden. Maar ik niet. Ik gedroeg me als gelijke van de mensen met wie wij werkten. Mijn gedrag confronteerde haar daardoor met haar eigen positie. En dat ze daar kennelijk niet zo tevreden over was.
Ik vulde ons werk anders in. Ik had een andere achtergrond en een ander opleidingsniveau en ik was goed in andere dingen dan zij. Dat zou niet erg moeten zijn, want zij was een ster in dingen die ik totaal niet kon en die ze juist het leukst vond om te doen. En ik was goed in dingen waar zij minder goed in was en die ik juist leuk vond om te doen. Je zou denken dat we de perfecte aanvulling op elkaar waren. Maar zo zag zij het niet, concludeerde aan de hand van haar houding richting mij.
Het was alsof ze stiekem boos was over haar leven en haar positie. Maar ze bleef haar opgewekte, lachende persona aanhouden.
Ik ben er aan gewend
Ik weet niet hoe de kennis die ik laatst tegenkwam zich voelt over zichzelf. Over hoe ze er uit ziet. Over haar positie in haar werk en haar positie in de wereld. Ik ken haar niet zo goed. Ik dacht gewoon altijd dat we een leuke, goede werkrelatie hadden.
Maar ik denk niet dat haar opmerking echt aardig was bedoeld, ondanks haar lach. Daarom kwam hij dit weekend opeens weer terug in mijn gedachten, waarschijnlijk. Een signaal van mijn onderbewuste.
Een waarschuwing.
Mijn onderbewuste pakte dat signaal op, omdat het niet de eerste keer is dat ik hier mee te maken heb. Ik heb hier al last van sinds ik kind ben. Mensen – vaak vrouwen., maar niet altijd – die geïrriteerd raken door me, als ik gewoon mezelf ben. Ook al doe ik niets dat met hen te maken heeft, zeg ik niets over ze, ben ik helemaal geen concurrent. Al doe ik ander werk, al heb ik andere vrienden: het maakt niet uit. Dat ik me in dezelfde omgeving beweeg, voelt kennelijk al als een bedreiging.
Ik had het zelfs nog een keer, eerder die week, op een borrel. Toen ik aan een paar oud-collega’s vertelde dat ik ontslag had genomen en nu niet werkte (maar me prima vermaakte), zei een oud-collega, met een zure lach: ‘Het moet maar kunnen, hé.’
Ze zei het op dezelfde toon als je zou zeggen ‘Dat doet maar!’. Er zat duidelijk een oordeel achter.
“Het kan sneller dan je denkt.”, zei ik, en begon over iets anders. Het zei meer over haar, dan over mij. Ik wist dat het zinloos zou zijn om er over door te gaan en mezelf te verdedigen tegen iets dat kennelijk kritiek was.
Ik ben het gewend.
Ik heb het nog nooit opgeschreven, maar het is onderdeel van mijn leven. Altijd al. Ik herinner me momenten op de basisschool en op de middelbare school.
Waar ik geniet van mensen die zichzelf zijn, zijn mensen die zichzelf zijn voor andere mensen te bedreigend.
Ik weet niet goed waarom ik die irritatie bij die mensen opwek. Maar ik kan er niet zoveel aan doen. Anders dan rustiger te doen, bedaarder, bescheidener. Anders dan niet meer mezelf te zijn.
En dat weiger ik.
Je laat meer zien dan je denkt
Het enige goede aan dit soort interacties is dat het me – ook al vanaf heel jong – een duidelijk inkijkje geeft in deze mensen. Het verbaast me altijd, hoe mensen zelf niet doorhebben hoe ze transparant ze zijn. Hoeveel zo’n opmerking over hen zegt. Het is alsof je opeens kunt zien hoe ze zich over zichzelf voelen: verbitterd, ontevreden, onzeker of boos.
Als je het eenmaal ziet, kun je alleen maar empathie voelen. Althans, zo kijk ik er maar naar. Het alternatief is dat je zelf boos gaat reageren, of gemeen terug gaat doen. En daar pas ik voor.
Plus, je weet wat ze zeggen: kill them with kindness.
Alleen dan niet kill, natuurlijk.
Nee: vrolijk negeren. Dat is toch het beste.
ohhh mijn verhaal! Dit passief agressief gedrag van andere vrouwen op mij. Daarom werk ik tot recent eigenlijk vooral in omgevingen met mannen, dan heb je daar in elk geval geen last van. Ik had het vorige week nog, ‘Nou je moet maar durven zo je menig te laten horen’. Of ‘jeetje, wel erg flitsend hoor, een roze pak’. zijn volgens mij geen complimenten maar afgunst of irritatie. Dit zijn recente voorbeelden, maar net als jij, ik ben er zelf niet zo goed in. Ik ga ook altijd uit van het goede, anders wordt ik zelf gek. Dus deed net als altijd, en zei: ‘Bedankt, daar hadden ze me voor gevraagd, mijn mening’, en ‘Ja bedankt, roze is mijn lievelingskleur’. En verder….
Precies dat. Pfff. Vermoeiend. Het is meestal niet bewust, hoop ik. Gewoon melden in de grip van hun eigen ego. Maar leuk is anders.
Enne, roze??? Helemaal jouw kleur, weet ik! 😘
Het wordt nu toch echt tijd voor die koffiedate…
🙂
Mooie zin: Waar ik geniet van mensen die zichzelf zijn, zijn mensen die zichzelf zijn voor andere mensen te bedreigend.
Thanks. Ik weet niet waarom dit zo is. Het zit diep, denk ik.