
‘Het moet maar kunnen’, zei iemand tegen me toen ik vertelde dat ik ontslag had genomen. Het was een zure opmerking van een oud-collega die altijd al een beetje zo bekend stond. Ik kon haar altijd wel waarderen, op mijn werk. Je wist wat je aan haar had. Maar de opmerking blijft toch door mijn hoofd spoken.
Ik denk dat het vooral iets zei over de overlevingsstrategie van diegene. Die sloot een paar jaar geleden een volledig werkend leven bij de Rijksoverheid af en ging met pensioen. Ik heb zo’n vermoeden dat ze het lang niet altijd leuk heeft gevonden. De laatste jaren van haar werk waren een totale chaos, weet ik toevallig, waarbij haar positie haar werd afgenomen en ze onterecht genoegen moest nemen met een lagere positie.
Maar toch: zure reacties zijn altijd jammer. Omdat ze meestal volgen op iets waar de ander positief over is. Daarom doen ze ook zo’n pijn.
(ik kreeg een heel aantal reacties op dit bericht, over hetzelfde onderwerp)
Zuur gaat over ontevredenheid
Zuur gaat over ontevredenheid, denk ik. Zure opmerkingen volgens meestal op iets dat iemand vertelt of aankondigt: een verandering, of iets waar diegene trots op of blij mee is.
De zuurte komt voort uit het negatieve gevoel van die ander over zichzelf en haar eigen leven, werk of positie. Mensen die blij en tevreden zijn hoeven nooit zuur te doen.
Ik zie die zure houding meer bij vrouwen dan bij mannen. Het kan zijn dat het iets fundamenteels is tussen vrouwen en mannen, dat mannen sowieso minder vaak reageren op dingen die vrouwen zeggen. Ik maakte van de week op een receptie weer eens mee hoe weinig serieus veel mannen vrouwen nemen. Dus dat kan de reden zijn.
Maar eigenlijk denk ik eerder dat het iets te maken heeft met dat vrouwen, vooral als ze 50+ zijn, zich minder happy voelen dan mannen van 50+. Ik denk dat ze minder het gevoel hebben dat ze hun eigen leven hebben kunnen sturen, waar mannen meer gevoel van controle hebben over hun lot.
Vrouwen zitten tot zeker na hun 50e vast: aan de kinderen, het huishouden en aan zorgtaken zoals de zorg voor hun ouders. Ze voelen, krijgen en nemen nog altijd veel meer verantwoordelijkheid voor de zorgtaken in de samenleving, wat de overheid ook probeert en hoeveel we ook proberen daar verandering in te brengen. En hoewel er niets mis met zorgtaken en hoewel dat niet per definitie iets ergs is, voelen we ons als vrouwen daarom misschien in de basis minder tevreden over ons leven als het grootste gedeelte van die zorgtaken voorbij is en we terugkijken.
Het is maar een theorie. Maar het gaat toch opvallen, zo’n patroon van zuurte.
Het is (g) een keuze
Mijn oud-collega had natuurlijk gelijk: het moet maar kunnen, ontslag nemen. Maar ze had zich ook direct kunnen realiseren dat niemand zo maar ontslag neemt.
In mijn geval gooide ik een vast contract op schaal 14 bij de Rijksoverheid weg. Niet niets. Het is niet iets dat je doet omdat het zo leuk is. En hoewel ik tijdens ons gesprek bracht als iets positiefs, is het dat natuurlijk absoluut niet. Het was een wanhopige poging om mijn mentale gesteldheid en mijn eigenwaarde te redden.
Ik vond mijn werk in loondienst heel lang heel leuk. Maar misschien was voor haar die baan in loondienst niets meer dan een manier van overleven.
Je moet het je inderdaad maar kunnen veroorloven. Of je moet bereid zijn om de financiële consequenties te aanvaarden.
Niets is wat het lijkt. Iemand die ontslag neemt, doet dat meestal niet voor de lol. En iemand die zuur reageert, heeft ergens een rotgevoel over. Daarom zie ik het inmiddels vooral als iets dat meer zegt over hoe zij zich voelt, dan over mij.
En toch.
Zuur reageren, dat is ook een keuze.
Ik heb 5x ontslag genomen en heb nooit een dergelijke reactie gehad. Wel dat mensen het jammer vonden en vaak dat mensen het begrepen en liever ook bij een dergelijke baas weg wilden. Alleen had ik de luxe om zoiets te doen, omdat ik erg weinig geld nodig heb door mijn leefstijl. Daardoor had ik binnen een paar bedrijven ook een speciale positie met behoorlijke keuzevrijheid. Dat maakt het vooral voor meerderen lastig om met tot iets te dwingen. Baanbehoud was bij mij geen stok achter de deur.
Toch ken ik wel mensen die zuur deden en kunnen doen. Ik herken dat bij vrouwen en mannen. Vaak is het jaloezie en minderwaardigvoelen, maar ook angst om zelf te veranderen. Ik heb bij 1 persoon de indruk dat het van moeder op zoon is over gegaan. Zoon had een hekel aan moeder, maar blijkt zelf niet veel anders te zijn. Ik trek me er weinig van aan, maar vind het vooral jammer voor de personen zelf, die zo moeilijk vrienden maken en houden.
Sneu dat het over gaat van ouder en kind. Ik denk wel dat dat kan, ik herken dat wel. Dat gaat ongemerkt denk ik.
Jouw levensstijl heeft jou altijd zoveel vrijheid gegeven!
Als zij een lagere functie kreeg (meestal blijft het salaris dan wel gelijk, wordt het bevroren) dan kan ze zich natuurlijk behoorlijk afgedankt voelen. Iemand die hier niet mee om weet te gaan, kan dan als een napoleonzuurtje reageren.
Iemand die geleerd heeft het beste uit het leven te halen, kan denken ‘of ik zoek een andere baan, of ik maak er het beste van’. En gunt dan ieder ander wat er op zijn/haar pad komt.
Die andere baan zoeken is dan vaak weer afhankelijk van de eigen inzet. Helaas speelt ook leeftijd vaak nog mee (net voor je pensioen… hoeveel werkgevers zien je potentie nog?).
Ik vermoed dat weinigen je gevraagd hebben wat deze stap met je heeft gedaan. Nu ben je behoorlijk open, maar die deuk in je zelfbeeld (tenslotte accepteerde je die functie destijds niet voor niets) is nou niet iets waar je makkelijk over praat/schrijft.
Soms ben ik te direct in m’n vragen, dan zie ik de ander denken ‘wat durft ze nou dan toch te vragen’. En soms slik ook ik mijn vragen in. Niet omdat ik geen interesse heb, wel omdat ik dan even denk ‘dit is het moment niet’.
Eigenlijk zou je een paar napoleons bij je moeten hebben om uit te delen aan zuurpruimen…
Nee Noortje, zoete bonbonnetjes moeten we ze geven! Ze hebben het moeilijk! 🙂
Heel herkenbaar. Toen ik mijn vaste baan na ruim 20 jaar opgaf om me te bezinnen op wat ik met de rest van mijn leven wilde gaan doen kreeg ik ook dergelijke reacties. Vooral van het gegeven dat ik nog niet wist wat dat dan was en ik dus ook geen ander werk had dreef sommige collega’s tot waanzin. Wat ik wel wist is dat ik eigenlijk nooit meer een vaste baan wilde hebben. Ik schreef uiteindelijk een boek en daardoor kwam er weer van alles op mijn pad, heel leuk.
Mijn reactie naar de betreffende collega’s was dan: ‘Maar dat kun jij ook, hoor. Misschien niet vandaag of morgen maar als je iets echt wil en je bent bereid er (soms radicale) keuzes voor te maken, dan is er veel mogelijk.’
Nooit een seconde spijt van mijn beslissing gehad trouwens…
Wat mooi! Er kan meer dan mensen zich reaiuserev, he? Misschien niet alles en niet altijd op een ideale manier. Soms moet je veel inleveren. Maar vaak kan er meer dan je weet… dat bewijs jij!