
Hoewel ik het afgelopen jaar al bijna 40 keer in een museum was, en vorig jaar ook tientallen keren, heb ik in mijn kunstzoektocht de oude meesters vermeden. Tot een paar weken geleden, toen ik ontdekte dat al die oude meesters natuurlijk de reden zijn dat de moderne kunst kon ontstaan.
Jaja, dat wist jij natuurlijk al lang. En ik ook wel, eigenlijk.
Ik was in Brussel, in het Museum voor schone kunsten. Eigenlijk ging ik voor het Magritte-museum, dat daar ook is, maar ik dacht dat ik daar wat meer de tijd voor moest nemen en ik had niet zoveel tijd. Dus het werd het het museum met oude kunst.
Ik ben niet zo van die oude kunst. Vooral de religieuze taferelen (oftewel, vrijwel alles) trekken me niet. Ik weet dat het belangrijk, knap en bijzonder is, maar het doet me niet zoveel, al die bijbelse verhalen en middeleeuwse symboliek. Daarom ga ik in het Rijksmuseum rechtstreeks naar de zalen die me wel boeien: de Cobrakunst, de zaal met Breitner en Van Gogh, het porcelein en het zilver. Die zijn ook een stuk rustiger!
Maar misschien moet ik dat toch gaan heroverwegen. Want nadat ik het hele jaar zoveel 20e-eeuwse kunst heb gezien, kon ik met nieuwe ogen naar de oude meesters kijken.
Zij schilderden echte mensen. Niet allemaal, maar de meesters die ik mooi vond wel. Dat deden ze heel gedetailleerd (Rembrandt), in grote streken (Frans Hals) of meer als plaatje van het dagelijkse, gewone leven (Breughel). En anderen, natuurlijk.
In de audioguide legde het museum heel mooi uit dat die schilderijen heel anders bedoeld waren dan hoe wij ze vandaag de dag interpreteren. Een portret van een dommelende oude vrouw dat wij vertederend vinden, is eigenlijk een waarschuwing voor luiheid, legde de autioguide uit. En de schilderijen van Breughel lijken lieflijke tafereeltjes maar zijn geschilderd vanuit het perspectief van de gegoede, burgerlijke opdrachtgevers die zich beter voelden dan het platteland.
Ongelofelijk! Ik had geen idee.
Maar wat me vooral opviel was hoe Frans Hals grote streken gebruikte om een portret te schilderen.
Als je er met je neus – en je bril op – dichtbij gaat staan, zie je pas hoe knap dat is.
Of misschien komt het omdat ik op schildercursus ben geweest en eindelijk begrijp hoe moeilijk het is. En hoeveel talent sommige schilders hebben. Hadden.
Je vraagt je af wat ze bezielde om zo anders te gaan schilderen dan gebruikelijk was. Het was tenslotte niet zo’n heel tolerante tijd. Het was niet dat je in een museum wordt gehangen als je vernieuwend bent, of bejubeld wordt ook als je een banaan aan de muur niet of een schilderij door een ingebouwde versnipperaar direct na verkoop laat versnipperen. Het lijkt me dat die mensen in hun tijd een beetje meer uit moesten kijken – net als sommige kunstenaars in deze tijd nog steeds, trouwens.
Misschien ga ik toch even de Nachtwacht bekijken, als ik weer in het Rijksmuseum ben.
(dat wordt na 9 oktober! Willem de Kooning.)
(PS er was nog veel meer moois, ook modern moois. Zie foto bovenaan)
Ontdek meer van Elja Daae
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Hmmmm die echt vrome bijbelse taferelen sla ik ook over. Ik heb er niets mee. Maar ik ben dan ook niet religieus opgevoed (moest een kwartier later beginnen op school en werd weggestuurd als de anderen, tja geen idee wat ze dan eigenlijk deden). Maar oude meesters kan ik zeker wel waarderen. Zij schilderden ook heel vaak grapjes bij hun portretten. De Nachtwacht loop ik aan voorbij. Ik had hem als kind al eens gezien en vond het toen maar een somber stuk. Vanuit een ooghoek zag ik dat het nog steeds somber is.
Tip voor jou (misschien ken je ze al): the London Drawing Group. Hun webinars regelen ze via Eventbrite. Jij bepaalt voor hoeveel pond je wilt deelnemen. Ik volg ze sinds 2020.
Oh dat klinkt geweldig! Ik zou wel beter willen tekenen.
Ik heb altijd op katholieke scholen gezeten ook al waren mijn ouders niet gelovig. Ik vond de verhalen uit de bijbel wel mooi maar die schilderijen, daar heb ik niets mee.