
Ik zit de laatste tijd na te denken over wat het betkent om een ambtenaar zijn.
Dat komt door mijn leiderschapstraining en wat ik ontdek over mezelf en mijn werk. En door een organisatieverandering. En door de politieke ontwikkelingen die de richitng van het beleid dat wij maken veranderen. Dat hoort er bij, ontdek ik.
En doordat ik andere ambtenaren zich kritisch zie uitspreken over de overheid. Dat zet je toch aan het denken: is dat hoe je dingen helpt veranderen?
Regels en de hierarchie
De leiderschaptraining deed me realiseren dat ik niet zo van de regels ben. Terwijl er binnen de overheid veel mensen zijn die wel heel erg van de regels zijn. Of althans, met sterk respect voor wat ze denken dat de regels zijn. Want soms volgen ze niet zo zeer regels, maar procedures, en niet eens altijd formele.
Het is niet zo dat ik regels overtreed (uiteraard). Ik ben iemand die niet te hard rijdt en ik rijd niet door rood. Maar soms steek ik over op het zebrapad als het rood is en er nergens een auto te bekennen is. Het is niet zo dat ik ze niet belangrijk vind, regels. Mijn hele werk draait om het stellen van regels en zorgen dat de overheid ze kan volgen. Ik ben jurist, notabene.
Maar ik ga er iets anders mee om dan veel collega’s. Ik vraag me af waarom die systemen er zijn of niet zijn. Ik bevraag regels die soms geen regels blijken te zijn. Misschien doe ik dat ook omdat ze nog steeds nieuw zijn voor me. Of misschien ben ik wel van de regels maar niet zo van de procedures? Ik ben er nog niet helemaal achter.
Systemen
Aan de andere kant heb ik totaal geen problemen met de hierarchie die hoort bij het ambtenarenbestaan en de regels die daarbij horen. Ik heb geen moeite met het feit dat ik iedere week nota’s in een systeem zet over wat ik doe, zodat alle managers boven mij daar goedkeuring aan kunnen geven. Het is lekker overzichtelijk en ook lekker duidelijk. Het systeem van verantwoording is belangrijk en logisch. Plus het is makkelijk om het proces te volgen: je kunt altijd alles terugvinden in het documentensysteem.
Ambtenaar-zijn
Punt is dat ik trots ben dat ik ambtenaar ben. Juist binnen de overheid kun je echt impact hebben. En ik werk met mensen die bewust kiezen voor een baan als ambtenaar. Ook als ze makkelijk in het bedrijfsleven haddden kunnen werken – voor hele andere salarissen.
Het leuke aan de overheid is dat het niet uitmaakt waar je zit: als iemand je mailt of belt van ergens bij de overheid, weet je toch: ik hoor bij dezelfde organisatie. Ik vind dat leuk.
Het is leuk om bij iets groots te horen.
Maar het betekent dat je er ook bij hoort als er dingen mis gaan.
Het is naief om te denken dat dingen alleen maar goed gaan en iedereen het beste wil en doet. Mijn dagelijkse werk vloeit voort uit dingen die mis zijn gegaan en die we in de toekomst willen voorkomen. De overheid is enorm en heeft een complexe rol in de samenleving. Dingen gaan fout, dingen gaan langzaam, er is veel bureaucratie.
Dat is het lastig van zo’n grote organisatie. Soms wil je er eigenlijk niet bij horen. En dan is het makkeliljk om er afstand van te nemen en te doen alsof het niets met jou te maken heeft.
Om te denken: ja, dat is ‘de overheid’, maar dat is niet mijn specifieke plek. Of: ja, de overheid, maar ik ben de Rijksoverheid. Of: ja, het is de Rijksoverheid, maar een ander departement. Of: ja, het was mijn departement, maar niet mijn organisatieonderdeel. Het is een glijdende schaal.
Niet mijn DG, niet mijn directie, niet mijn afdeling.
Niet ik.
Het is makkelijker om je er tegen af te zetten dan om te vechten voor verandering.
En ik moet zeggen, na 2 jaar begin ik sommige dingen gewoon te negeren en er niet meer voor te vechten. Ik heb geleerd om realistisch te zijn over mijn invloedssfeer.
Wij, de overheid
Proberen dingen te veranderen is onderdeel van je werk als ambtenaar, maar natuurlijk van ieders werk eigenlijk, waar je ook werkt. Het is aan ons om te kijken wat wij kunnen veranderen als dingen niet optimaal zijn. Wat in onze invloedssfeer ligt. Wat we zelf kunnen doen aan dingen die we niet in orde vinden of raar.
De vraag is: wat is de beste manier om verandering te bewerktstelligen? Is het een grootse statement of een kleine aanmoediging? Is het een verhaal dat je vertelt aan de buitenwereld of iets dat je intern probeert aan te kaarten? Help je mensen het systeem te veranderen of bekritiseer je ze? Ga je als een olifant door de porceleinkast of ga je op jouw manier dingen proberen te veranderen.
Er is niet 1 goed antwoord voor iedere uitdaging.
Maar hoe dan ook heeft iedereen invloed.
De vraag is: hoe gebruik je die?
50/1000
- Voor alles is een laatste keer - 16 maart 2026
- AI en creativiteit - 13 maart 2026
- Tussen twee banen in: een plan van aanpak - 12 maart 2026
Herkenbaar, goed hoe je dit beschrijft. Vanuit ‘een bedrijf’ naar een ‘niet-commerciële organisatie’, dan zijn er altijd zaken waar je je wenkbrauwen over optrekt. Hoe werkt dit, waarom doen we dit zo? Hoeveel systemen hebben we nodig, serieus zo veel en zo inefficiënt?
Als docent hoor en lees ik kritiek op mijn school. Maar de school is heel groot, veel groter dan de vakken die ik geef en de studenten die ik zelf les geef. Verantwoordelijk zijn voor hetgeen je zelf kunt beïnvloeden en accepteren dat er een deel buiten je invloedssfeer is, waar verbetering mogelijk is maar niet door jou. Dat is na een tijdje mijn aanpak geworden en tot de dag van vandaag werkt dat beter.
Ja, dat doe ik precies zo. Ik accepteer sommige dingen. Soms moet ik expliciet tegen mezelf zeggen dat ik me er niet te druk over moet maken, maar dan laat ik het los tenzij ik kans zie om iets bij te dragen.